Mijn wereld is vertroebeld en ik huil niet eens. Mijn linkeroog heeft een visus van minstens honderdvijftig procent. Daar ligt het niet aan. Mijn rechteroog doet het even niet. Nou ja, het oog wil wat, maar wordt gedwarsboomd door een weigerachtig hulpmiddel. Mijn contactlens. Het staakt en het is niet de eerste keer.
Wanneer de maandelijkse contractsduur van mijn contactlenzen is verstreken, gooi ik ze met een prachtige boog in de prullenbak. Liefdevol zwaai ik ze uit terwijl ik een bedankje prevel voor bewezen diensten. De volgende ochtend pel ik een nieuw setje uit de verpakking. De linkervleugel pakt na het afspoelen en inzetten zonder problemen de taken op van haar voorganger. Aan de rechterzijde werkt het anders. Die kant lijkt een inwerktijd te hebben. Een werkoverleg tussen oud- en nieuw rechts niet mogelijk, aangezien oudrechts na een nacht drogen in de prullenbak niet meer aanspreekbaar is. Nadat ik nieuw rechts drie keer heb geprobeerd in te zetten en ik minstens een halve liter lenzenvloeistof heb verspild is het resultaat samen te vatten tot één huilend oog met zicht van min twintig procent.
Hoe ik ook knipper en loens, de rechterlens weigert om zich naar de goede plek op mijn oog te draaien. Ik stampvoet van boosheid, want ze moet. Rechts kent een flinke torische correctie. Zonder dat blijft er weinig anders over dan scheelzien, de rest van de dag. Met een verwensing die er niet om liegt, pluk ik het valse plastic kreng uit mijn oog. Vastgeplakt. Voorzichtig poer ik wat heen en weer met mijn vingers en dan gaat ze gelukkig los. Na een controle in de spiegel of ik niet per ongeluk mijn hele netvlies heb meegetrokken, sproei ik voorzichtig wat lenzenvloeistof op mijn hand. Ernaast. De diepgang in mijn zichtveld is ver te zoeken met twee ogen van verschillende kunne. Richten is een onmogelijke opgave.
Voor ik het in de gaten heb, ligt de lens als een parapluutje opgevouwen in de wasbak. In de griezelige buurt van het putje. Met één oog dichtgeknepen probeer ik voorzichtig ik het plastic monstertje eruit te vissen. Niet met mijn nagels, voor je het weet scheurt zo’n ding in stukken. Heel voorzichtig pak ik mijn doorzichtige plaaggeest op en druppel wat vloeistof over haar heen. Dankbaar kroelt ze door mijn handpalm. Even naspoelen en inzetten. Flink knipperen en een halfuurtje na poging één, is mijn wereld weer van mij.
Even later open ik mijn laptop en surf naar het wee-wee-wee van mijn vaste lenzenboer. De setjes zijn op. Wederom kies ik voor hetzelfde merk en sterkte. Zachtjes prevel ik een schietgebedje. Op een gezegend nieuw lenzenjaar.

5 reacties
troubadour · 2 juni 2014 op 07:16
Prachtig geboetseerd Odette. Een ogenschijnlijk eenvoudige routine verheven tot een sprankelde miniatuur. Dankbaar kroelde ik door dit werkje.
Mien · 2 juni 2014 op 18:29
Op het eerste oog een leuke column. Op het tweede oog geboetseerd met een kleine spatel.
Nachtzuster · 2 juni 2014 op 22:56
Ik vind hem fijn, Odette. Een niemendalletje met een diamanten randje. Voor lenzendragers een feest van herkenning, denk ik. :yes:
g.van stipdonk · 3 juni 2014 op 11:19
Mooi en minitieus omschreven. Zelf ben ik niet gezegend met lenzen maar herken het proces van gepeuter en gepriegel regelmatig in mijn directe omgeving.
arta · 4 juni 2014 op 13:03
Gewoon een heel mooi verhaal, lekker klein gehouden: Mooi!