Oom Jan,

In een eerdere column heb ik jullie verteld dat ik na jarenlang de confrontatie niet aan te durven, ik voor het eerst op bezoek was gegaan bij mijn oma. Mijn oma woont in een verpleeghuis en is ernstig dement. Nu ik daar regelmatig op bezoek ga, zie ik veel andere patiënten en vraag me dan altijd af , wat zou deze man of vrouw voor werk en dergelijke gedaan hebben in het verleden. Ook zou ik graag hun prachtigste verhalen horen wat dan misschien weer bruikbaar zou kunnen zijn voor een column. Niet iedereen in het verpleegtehuis is dement, er zitten daar allerlei oude mensen met uiteenlopende kwalen en die niet voor zich zelf kunnen zorgen om wat voor ziektebeeld of reden dan ook. Dus er zijn er zat “gewoon” aanspreekbaar. Ik praat dan ook graag met hen en luister aandachtig naar hun levensverhaal. Maar de persoon die mij het meeste boeit van alle patiënten is Ome Jan Dobbelman. Geen woord krijg je uit hem, niemand niet trouwens. Hij zit daar al 18 jaar uit het zelfde raam te kijken. Daar loopt hij elke ochtend steevast heen na zich aangekleed te hebben en gaat daar zitten tot hij weer naar bed moet. Maar die kop van Ome Jan die is zo getekend en geslagen door het leven, dat ik heel graag zijn “levensverhaal” zou willen horen. Ik schat Ome Jan in als een zeeman die waarschijnlijk alle mooie plekken in de wereld heeft gezien. En die door het vele zuipen, roken en naaien met allerlei hoeren over de gehele wereld zo een aanslag op zijn gezondheid heeft gemaakt dat hij nu in deze situatie gekomen is. Hier wachtend op zijn laatste bestemming de dood na een mooi avontuurlijk en ten volste (uit)geleefde leven.

Bezoek krijgt hij een keer per op zijn verjaardag, van het enige levende familielid wat Oom Jan nog heeft, zijn 93 jarige achternicht Mevrouw Salman. Bij binnenkomst in de openbare ruimte in het verpleegtehuis zie ik Oom Jan zitten in zijn versierde stoel starend in het niets naar buiten kijken met zijn nicht die naast hem zit en zachtjes over zijn hand wrijft en met hem praat. Maar een antwoord krijgt ze niet dat weet ze, maar toch praat ze met Oom Jan alsof het een geheel normaal gesprek is. De bezoektijd is afgelopen en ik rijd weg, dan zie ik daar de nicht van Oom Jan lopen. Ik stop, “waar moet u heen mevrouw?”
Angstig en argwanend kijkt ze mij aan. “Wie bent u mijnheer ik ken u niet”.
“Ik ben de kleinzoon van Miek, de buurvrouw in het verpleegtehuis van Oom Jan, ik was net ook op bezoek daar weet u nog?”
“Ach jochie, ik had je helemaal niet herkend, maar dat krijg je nu eenmaal als je rond de vijftig bent grapt ze”. Ik moet naar het station, ik woon namelijk in Weteringbrug”,
“Zal ik u even brengen?”
“Nee, kind, ik ga wel met de trein, dat is echt niet nodig”

Na veel aandringen stapt ze uiteindelijk in en ik breng haar naar huis.
“Wil je een kop thee kind, dat is wel het minste wat ik voor je kan doen”.
Ik ga mee naar binnen en bedenk me dat ik het wel erg knap vind dat iemand op deze leeftijd nog zo goed voor zich zelf kan zorgen. Tijdens ons gesprek begin ik over Oom Jan, want als één iemand mij iets zou kunnen vertellen over zijn vast en zeker zeer boeiende leven of avonturen is zij het wel.
“Mevrouw Salman, wat heeft Oom Jan voor werk gedaan vroeger, en heeft hij een vrouw gehad en dergelijke?”
“Oom Jan, is weduwnaar en zijn kinderen zijn ook al lang geleden overleden. Hij is na de oorlog tot aan zijn pensioen in een staalfabriek gaan werken en hij is nooit meer getrouwd geweest of zoiets. Ons Jan is eigenlijk altijd al een buitenbeentje geweest, hij had nooit geen vrienden of vriendinnen en deed niets anders dan werken en slapen.
Ik krijg hiervan een gigantische klap in mijn gezicht. Wat kan je je vergissen in een mens zeg, ik was er heilig van overtuigd dat hij een heel mooi leven heeft gehad. Dat kon toch ook niet anders met zo een markante kop, en dat de mooiste verhalen over hem in zijn “familie” te ronde zouden gaan. Maar nee niets, maar dan ook niets heeft deze man meegemaakt. Hij is gewoon weggekwijnd in een of andere fabriek en heeft gewoon een heel saai leven gehad, niets hoeren, zuipen en fuiven. Niets mooie verhalen niets, gewoon weg een bestaan gehad voor niets met niets als inhoud, bah. Ik bedank Mevrouw Salman voor haar thee en ga weg.

Een week later ben ik weer op bezoek bij mijn oma. Het is mooi weer en iedereen zit buiten op het terras. Ook Oom Jan, bij het zien van hem vraag ik me af hoe iemand het heeft laten gebeuren om zo inhoudsloos te leven. Wat kan er in hemelsnaam gebeurd zijn dat iemand zo een klap heeft opgelopen zodat hij zich zo heeft af laten stompen.

Dan valt mijn oog op zijn onderarm en zie daar een tatoeage, een nummer. Zou hij in een concentratie kamp hebben gezeten? Dobbelman is geloof ik een Joodse naam. Ik bel Mevrouw Salman op en vraag het haar. Mevrouw Salman vertelt me het ontbrekende gedeelte van het levensverhaal van Ome Jan. Oom Jan heeft van jullie 1940 tot 11 april 1945 in het concentratie kamp Buchenwald gezeten en heeft daar zijn gehele familie inclusief ouders, vrouw en drie kinderen verloren. De enige over gebleven familielid is zijn nicht mevrouw Salman.

Oom Jan had dus voldoende verhalen te vertellen en heeft genoeg meegemaakt om wel honderd mensen levens te vullen. Maar ik denk niet dat iémand van ons zijn échte levensverhalen zou willen horen.

R@@F

(Jan Dobbelman is onlangs overleden op 17-10-2003 hij is 90 jaar oud geworden, ik hoop dat Oom Jan flink gecompenseerd wordt daarboven voor al zijn leed van de laatste 60 jaar)


R@@F

Hagenees in hart en lever, ondernemer, bloedzuiger en in het bezit van een veterstrikdiploma. Neem vooral mijn onzin niet letterlijk want na een aantal gedwongen opnames ben ik er al lang uit dat ik geen vrouwenhater en/of bloedzuiger ben maar simpelweg een grote hork. Wilt u toch uw irritatie aan mij kwijt dan kan dat per flessenpost!

7 reacties

pepe · 1 november 2003 op 15:20

Heel ontroerend en hoeveel van die ome Jannen zouden er nog leven. Ik heb laatst “koude voeten” van Minco gelezen en de verhalen waren niet mis.

Kees Schilder · 1 november 2003 op 15:45

Ontroerend weer, Raaf! Koude rillingen.
groet
kees

godsgift · 1 november 2003 op 16:53

Heel mooi Raaf hoe jij dat op papier zet.
Maar ook zo triest dat iemand door anderen zo veel pijn en verdriet mee maakt dat hij waarschijnlijk al in 45 de dood had verwelkomd.
Very sad…..

deZwarteRidder · 1 november 2003 op 18:15

Als leven lijden wordt….
triest zoals het sommige mensen tegen kan zitten..
vond het mooi geschreven..
enhet bewijst maar weer dat er achter ieder mens een verhaal zit..
Rich@rd

Mercurius · 2 november 2003 op 17:40

Mooi en herkenbaar verhaal!

15 jaar geleden heb ik eens vakantiewerk (poetsen) in een verpleegkliniek gedaan. In die 3 weken kwam ik van alles tegen. Een vrouwtje wat de hele dag constant op en neer liep en zachtjes mompelde ‘Hi Hitler, Hi Hitler’ Door het decorumverlies werd er overal in de gang geplast en er waren er zelfs die vastgebonden lagen in bed. Het schrijnende was dat het eten al werd weggehaald voordat ze een hapje hadden kunnen nemen( lees gevoerd werd). Ik heb ongelooflijk veel respect voor het personeel die met veel geduld en begrip met deze mensen weten om te gaan. Ik zou het niet kunnen.
Helaas wordt er door bezuinigingen steeds meer gekort op dit personeel, waardoor zij niet meer voldoende aandacht en hulp kunnen geven aan deze mensen. De patiënten zijn dan aangewezen op familie, als ze die nog hebben. Zoals de situatie nu is, denk ik vaak ‘ik ga nog liever dood, dan dat ik daar beland!’ Jouw column deed me denken aan het prachtige nummer van Marco Borsato. Oud en afgedankt. Een toepasselijke tekst:

Oud en afgedankt songtekst van Marco Borsato

Oud en afgedankt
In een straatje zonder bomen
Zit ze voor het raam
Door niemand serieus genomen
Oud en weggedaan
Zelfs voor haar eigen zonen
Die met hun vrouw en kinderen
Vier straten verder wonen

Alleen met haar verjaardag
Dan komen ze nog aan
Maar vorig jaar toen zijn ze
Na een uur al weggegaan

Oud en afgedankt
In een flat met kleine ramen
Herkent hij de gezichten wel
Maar herinnert zich geen namen

En hij zou wel willen schreeuwen
Van de eenzaamheid en pijn
Zijn einde is zijn troost
Want dan zal alles anders zijn

Afhankelijk en eenzaam
Niet in de maatschappij
Rennen we in sneltreinvaart
Aan hem en haar voorbij

We denken niet aan later
En houden ze maar klein
Totdat we zelf ook oud
En heel erg eenzaam zullen zijn

Oud en afgedankt
Slijt hij zijn tijd met dromen
Het bezoekuur is voorbij
En ze zijn weer niet gekomen

Mooie column, met stof tot nadenken! Krijg er kippenvel van.
Ciao Mercurius

Kees · 5 november 2003 op 13:34

R@@f,

Mooie ontroerende column, man. Jij kan dat heel goed. Beter nog dan de columns waar je om bekend bent geworden.

Oom Jan. Ik kan mij indenken dat wat hij in die lang vervlogen jaren heeft meegemaakt – en vooral verloren, veroorzaakt heeft dat hij zijn resterende leven op de dood heeft gewacht.

Wat doen we elkaar toch allemaal aan.

Groetjes, Kees

R@@F · 11 november 2003 op 11:11

Allemaal erg bedankt voor jullie complimenten! Mercurius ik kende dit nummer niet maar het is inderdaad nogal toepasselijk op deze column. Kees, Dank je wel maar vind “onzin” schrijven eigenlijk ook wel leuk. Maar zo af em toe iets serieus is wel eens goed.

Groet

Geef een antwoord