Een vreemde man

Jeetje, wat een vreemde man is dat. Ik zie hem gras maaien bij mijn buurman. De vreemde man is niet de buurman dat weet ik wel. Ik woon hier nog niet zo lang maar dat de vreemde man niet mijn buurman is, weet ik wel. Hij heeft ook een rare hond bij zich. Een soort monster rechtstreeks uit de hel. Een pitbull. De vreemde man ziet mij over de heg naar hem kijken en glimlacht terwijl hij het zweet uit zijn ogen veegt. De vreemde man heeft een ontbloot bovenlijf en ik zie allemaal littekens. Hij ziet mij kijken en vraagt of hij ermee door kan.

Normen en waarden

Normen en waarden daar gaat het om. Het hebben van respect voor elkaar. Ik begin het te begrijpen. Wanneer ik dus onderuit gezakt op de bank naar de reclame kijk,omdat ik te lui ben om te zappen schiet ik overeind.

Met ‘n smaakje

Het is een vrijdagavond in oktober en ik bevind me, zoals altijd, in mijn stamkroeg waar al mijn vrienden en kroegkennissen samenkomen om de week af te pilsen. Het gebral over werk, studie en politiek hebben we er in anderhalf uur wel doorheengejaagd. Daarna komen we, met flink wat drank in het lijf, steevast uit op ons favoriete gespreksonderwerp: sex.

Realiteitszin

Professor de Roos heeft tesamen met een clubje andere rechtsgeleerden enkele maanden geleden een manifest aan Minister Donner overhandigd. De dames en heren rechters, hoogleraren, advocaten en criminologen die dit manifest hebben ondertekend spraken hun bezorgdheid uit over de waarschijnlijk toekomstige uitbreiding der bevoegdheden van politie en justitie, welke door Minister Donner in het vooruitzicht zijn gesteld omdat hiervoor een brede draagkracht onder de bevolking bestaat. Met andere woorden, de samenleving schreeuwt om een hardere aanpak en strengere straffen om de criminaliteit aan te pakken en dit clubje rechtsgeleerden vindt dat een zorgelijke ontwikkeling.

Heet en nat door de wasstraat

Zomaar ergens in de stad vonden onze ogen elkaar en beten zich als pitbulls in elkaar vast. Wilde fantasieën namen bezit van mijn geest en ook van de hare, ik voelde het via een onzichtbare magische verbinding. Ze keek mij uitdagend aan. Ik keek uitnodigend terug en genoot van de tintelende energie die haar ogen uitstraalden. ‘Een wasstraatje pakken dan maar?’ vroeg ik zonder het oogcontact te verbreken. Ze hoefde geen antwoord te geven. Begeerte straalde uit haar ogen.

Fred Oster

Bibliotheken zijn de gemakkelijkste tijdmachines. Je hoeft niet zoals Dr. Who in een telefooncel te vliegen om door de tijd te kunnen reizen of een geavanceerde auto te hebben, zoals in de film ‘Back to the future’. Meestal is een paar straten doorlopen en het binnenstappen van de plaatselijke bibliotheek voldoende.

Taalavonturen

Schrijven,

Wie vindt schrijven nu nog leuk. Schrijven is ouderwets, je moet plaatjes kijken, vooral bewegende plaatjes. Eerlijk gezegd dat doe ik ook. Filmpjes monteren voor mijn werk en voor mijn hobby. Soms is de grens moeilijk te trekken.

Onderonsje

‘Zo komt er van dat hek ook niets terecht,’ mopperde Connie ‘Je hebt alles maar zo laten liggen.’
Ze was bezig achter haar computer foto’s te titelen.
‘Kan d’r niks aan doen,’ mompelde ik. ‘Hij trok die paal uit de grond en toen moest ik wel mee.’
‘Waarom vroeg je dat?’ zei ze. ‘En waarom begin je ook zo als hem te praten?’
Ik keek haar stomverwonderd aan.

R@@f in de touwen

Mijn ondergeschikte en huisyak Ab komt mijn stamkroeg binnen. Hijgend, zwetend en met een rood hoofd.
‘Hoef niet te vragen waar jij vandaan komt, ouwe’, begroet ik hem. ‘Ik mocht een uitgebreid verslag van je activiteiten reeds op Columnx aantreffen’

Elke dag koninginnedag

Soms raak ik onderweg naar de schaakcoffeeshop in gesprek met de tramconductrice. Zij is blijkbaar gecharmeerd van mij, en vraagt wel eens: ‘Wat ga je doen, moet je werken?’. ‘Nee, ik heb elke dag koninginnedag’ antwoord ik dan, maar de woorden komen wat lullig uit mijn mond. Een andere keer zeg ik plagend: ‘Alleen maar omdat ik geen baantje heb, wil je niet met me trouwen’. Tot zover weinig problemen. Maar dan komt de euro.

Job Cohen

Gistravond iets teveel koffie gedronken waardoor de slaap geen vat op mij kon krijgen. Al draaiend van de ene op de andere zij raak ik in een soort van halfslaap wat mij het gevoel geeft iets werkelijk te beleven waarvan je eigenlijk zeker kan zijn dat het niet zo is. Plotseling bevind ik mij in een ruimte waar mensen al nippend aan een glas droge witte wijn vriendelijk met elkander keuvelen en ontwaar in de verte een ietwat kalende man, die met een minzame glimlach op z’n gelaat, het schouwspel op enige afstand gadeslaat. Een man met gezag lijkt mij, en begeef me richting deze persoon onderwijl mijn arm uitstrekkend om de voorbij schuivende ober van een glas bubbels te verlossen.