Sexy Shoppen

De Albert Heijn is de huissupermarkt van onze buitenwijk. Altijd goed te parkeren, soms wat druk, maar verder goed te doen. De weekendboodschappen in het karretje mikken, pinnen en wegwezen. Geen probleem.

Zon-garantie

In mijn buitenwijk is het koud. Het is juni en de zomer breekt maar niet door. De barbecues staan ongebruikt op de veranda’s. De prosecco en witte wijn koelen buiten de ijskast beter dan erin. Kinderen spelen op straat met hun winterjas aan. Hardlopers wagen zich nog steeds niet in hun korte tights. De cabrio’s blijven in de garage. En de buurvrouwen houden de leggings aan onder hun kleurrijke rokjes.

Kerstverlichting uit

Kerstverlichting aan de gevel van je huis is idioot. Is het nodig om een arrenslee van lampjes in je tuin te zetten? Helpt het de beschaving om een knipperende kerstster voor je raam te hangen? Het verhoogt de sfeer, zegt men. Het ziet er zo gezellig uit, pleit men voor de lichtversiering. Ik kan alleen maar somber worden van zo veel lichtheid. De uitbundigheid irriteert mij. Alsof het kerstfeest in een Las Vegas-stijl gevierd moet worden.

De Ankh

In mijn buitenwijk blijkt wel degelijk kunst te staan. Het grote object staat tussen de A7 en de bebouwing. Het werk is van Daniel Libeskind. In 1990 is het geplaatst als onderdeel van de stadsmarkeringen. Op alle toegangswegen tot de stad kwamen toen kunstwerken. De stad trakteerde vierde zo het 950-jarige bestaan.

Verbouwwijk

Ik kon deze week mijn eigen straat niet inrijden. Een bouwkraan blokkeerde de weg. Ik keek toe hoe een halve dakkapel over het huis getakeld werd. Er wordt wat afgebouwd in mijn buitenwijk. Aan nieuwbouwwoningen kun je blijven aanbouwen. De straat van de andere kant inrijden had geen zin. Daar versperden twee containers vol gesloopte keukens en uitgebroken houten vloeren de weg. Een nieuwbouwwijk is nooit af.

Ramblas in een buitenwijk

Herfstvakantie in mijn buitenwijk
In mijn buitenwijk is het stil. Het is herfstvakantie. De buurt is leeggestroomd. Gezinnen met kleine kinderen zitten in vakantieparken op de Waddeneilanden of de Veluwe. Buren met pubers doen een stedentrip. Cultuur opsnuiven in Parijs, Berlijn of Rome in de nazomerzon. Ze zullen zeker genieten.

Zaterdag in een buitenwijk

Het is zaterdag, tijd om uit te slapen. Daar is een buitenwijk geschikt voor. Eigenlijk is zo’n wijk voor slapen gemaakt. Overdag werken en naar school, ’s avonds sociale contacten en sporten en dan slapen. Door de week ontwaakt de wijk vroeg. Als de krantenjongens hun ronde hebben gedaan, vertrekken de eerste wijkgenoten al naar hun werk. Korte tijd later is de buurt ontvolkt. Maar op zaterdag is dat anders. Dan blijven de rolgordijnen naar beneden, worden kinderen voor playstation of dvd geplaatst en draaien de afgetobde ouders zich om, al dan niet tegen elkaar aan gedrukt. Nog even een uurtje of wat liggen in bed. Slapen of minnen, in ieder geval in alle rust de dag afwachten. Zelfs de wekker tikt zachter.

Zonder blikken of blozen billen in bikinibroekjes en borsten in beperkte bovenstukje bekijken

Zonder blikken of blozen billen in bikinibroekjes en borsten in beperkte bovenstukje bekijken
Het is Zuid-Europees warm. Wij huren op een camping een zomerhuis met schaduw en een zwembad. In de tuin valt het uit te houden, zolang je niets doet dan een boek lezen of voor je uit staren. Het windje verkoelt niet langer. Als een klein broertje van de mistral veegt het briesje de warmte naar je toe. De zon draait en dwingt je telkens tot een stoelendans. In elke hoek van de tuin hebben we nu wel gezeten. Het is nu half vier, het ergste is achter de rug.

Zoiets moois heb ik nog nooit gelezen, zegt ze, en ik smelt

Een schrijver zoekt publiek. Er moet een reactie komen. Een lach, dat is altijd fijn, een traan dat is een fraaie beloning of een vloek, dan heb je het echt bont gemaakt. Iemand moet lezen wat je hebt geschreven. Publiceren is dus een must. Een krant of een boek, een tijdschrift of een affiche: de letters van je tekst moeten te lezen zijn. Je moet gelezen worden.

Zondagochtend en Frankrijk fietst

Het is zondagochtend, en Frankrijk fietst.

Wij rijden over landelijke Franse wegen naar de snelweg. Onderweg komen we in dorpjes, waar de rust nog niet is verdreven en de zon langzaam aan kracht wint, zondagsfietsers tegen. De autoraampjes staan open, de Franse kreunmeisjes zijn zacht hoorbaar in de cabine en we laveren langs Fransmannen op racefietsen.

Boos wierp hij de fles wijn over de camping

Kamperen is afzien en een test voor je relatie. Eigenlijk begint dat al in de auto. Het kaartlezen en het opvolgen van de daaruit volgende instructies is een balanceren op een hooggespannen draad boven diepe afgronden. In een geoliede relatie rijdt de bestuurder direct de opgegeven route die de bijrijder opgeeft. Als de bestuurder twijfelt moet de bijrijder dat kunnen accepteren. Het is natuurlijk een deuk in je ego als je moet toegeven de weg niet goed hebt afgelezen uit de Michelin.

Wachten op een ogenblik

Mijn dochter en ik en haar vriendin hebben vanmiddag kroketten en saucijzenbroodjes gegeten in het restaurant van het ziekenhuis. We waren uitgehongerd geraakt na anderhalf uur wachtkamer. De diagnose was snel gesteld: de oogjes hebben een beetje hulp nodig om gewoon tv te kijken of te kunnen lezen. De oogarts, een geduldige grijzende jongeman op leeftijd, nam eens goed de tijd om mijn kleine lief in de ogen te kijken. ‘Mooi’, was zijn oordeel. Ik knikte. Niets aan de hand, alleen een beetje bijziend. Het ‘recept’ met de conclusie, de prijs voor een middagje wachten, borg ik goed op.