Ik maak een scherpe bocht om de tafelpoot, stijg met adembenemende snelheid op tot vlak onder het plafond en scheer met een heerlijke curve langs het raam. De wind suist langs mijn oren als ik met een duikvlucht naar beneden in het hoogpolig tapijt verdwijn. Soepel slalom ik tussen de haren van de vloerbedekking en spring er even later ruggelings als een dolfijn weer uit. Plotseling doemt de buurvrouw voor mij op. Zij is minstens vijfentachtig jaar oud en de huid van haar gezicht is gegroefd, wit en zacht. Ze draagt een schitterend turkooizen jurkje. “Tjonge, wat is ze mooi.” Er word op mijn schouder getikt. “Meneer, meneer wel blijven ademhalen hè?” Ik open mijn ogen en zie een witte engel, ze controleert de slangen en draden die vanuit mijn lichaam naar allerlei zakken, flessen en piepende apparaten lopen. “U moet ook proberen te hoesten, anders krijgt u een longontsteking.” Ze kijkt mij aan en glimlacht lief.

Hoesten? Ik kan niet eens ademhalen. Te weinig kracht en teveel pijn. Ik vraag haar “meer morfine?” Ze zal het aan de dokter vragen bij de ochtendronde, belooft ze. Ochtendronde? Wanneer is dat? Ik heb geen idee van uur, datum of tijd. Lig ik hier nu weken of al maanden? Er bestaan geen dagen of nachten meer, alleen half waken, pijn en bewusteloosheid.

De televisie staat aan en omdat alle mannen in de film hoeden dragen denk ik dat het een western is. Een vrouw naast mijn bed vraagt: “heb je erg veel pijn, jongen?” Als ik opzij kijk zie ik haar staan en ik denk dat het het mijn moeder is. “Veel pijn? Ik heb het al zolang dat ik niet meer weet wat het verschil is tussen weinig en veel pijn?” Ze verstaat mijn gefluister niet en ik kan het niet herhalen want mijn energie is op.

Ik heb te weinig kracht om zelf mijn haren te kammen of tanden te poetsen. Eten gaat via een infuus. Ik poep en pies in zakken en flessen. Door de hoge medicatie, genezen mijn wonden slecht en dreigen bij iedere beweging open te springen. Zelfs de druk van alleen het laken op mijn lijf is te zwaar en er is geen enkele houding die de pijn verlicht.

Heel af en toe, als ik een goede dag heb, word ik iets rechtop gezet zodat ik naar buiten kan kijken. Auto’s, brommers en fietsen. Mensen met honden, mensen met jassen, tassen en paraplu’s, alles krioelt door elkaar. Ik denk aan mijn vrouw en kind, familie en vrienden, tranen lopen over mijn gezicht. Buiten gaat het leven gewoon door, maar ik hoef niet meer.


7 reacties

arta · 25 juli 2007 op 09:31

[quote] Ik denk aan mijn vrouw en kind, familie en vrienden, tranen lopen over mijn gezicht. Buiten gaat het leven gewoon door, maar ik hoef niet meer.[/quote]
Mooi slot, mooie column!
🙂

DriekOplopers · 25 juli 2007 op 09:36

Dit prachtige verhaal verdient een groot compliment! Dus.

Hulde!

Li · 25 juli 2007 op 13:37

‘Durere’
Beklemmend en mooi.

Li

lagarto · 26 juli 2007 op 08:29

Bedankt voor de leuke reactie: Arta en Driek.
Trecut; Li (Lang geleden gelukkig) Bedankt.
Groeten Lagarto

pepe · 30 juli 2007 op 09:22

Onbegrijpelijk dat de wereld doordraait en het leven van iedereen gewoon doorgaat, terwijl jij daar ligt te kramperen. Ongelooflijk als je dan na een bepaalde tijd weer kan deelnemen aan dat leven en in je achterhoofd weet jij dat er nu iemand anders ligt met veel of weinig pijn.

Erg mooi geschreven weer.

SIMBA · 2 oktober 2007 op 08:45

Prachtig, indrukwekkend….

DreamOn · 18 februari 2008 op 19:50

Nu pas gelezen, omdat we het er over hebben gehad. Heel goed geschreven, zonder dat je probeert medelijden op te wekken of zoiets. Gewoon, zoals het was. Zoals jij het hebt beleefd. Klasse Niek.

Groetjes Kdo

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder