September is het fluitsignaal voor de nieuwe drukte en verandering. De files zijn weer als vanouds evenals de regen die ze langer maakt. De supermarkten zijn voller en de bomen worden kaler. De studies gaan weer van start en de eerstejaars zijn nog jonger dan vorig jaar, ik blijf even oud. De rust die we hebben ervaren in de zomer, we negeren even de toeristen die rondlopen in ‘mijn stad’, is voorbij. Het zitten in de zon op een terras kan niet meer en de cafés stromen weer vol met zongebrande hippe mensen die terug zijn van wereldreis nummer zoveel. Een hele andere ontwikkeling die elk jaar weer terug komt zijn de studenten. In de zomer lijken ze allemaal verdwenen en aan het einde van de zomer ben ik ze weer vergeten. Maar dan, in de laatste week van Augustus, zijn ze daar weer! Ik zoek dekking en bekijk de veranderingen.
Ik fiets tussen de nieuwe studenten en zie terplekke het kind zijn van ze afglijden. Het accent past zich aan en krijgt een keelklank die ik niet meer tevoorschijn zou kunnen halen. Ze mengen zich met de rest zodat ze niet opvallen. Met zijn allen op omafietsen op weg naar de Uithof en studeren maar. Maar wel met de juiste kleding aan en de fiets niet te nieuw, hij moet een beetje rammelen.
In het begin zie ik dat de eerstejaars moeten wennen aan het meedogenloze fietsen. Rood is groen en ander verkeer wat niet naar de universiteit gaat, of überhaupt een andere kant op, is irritant. Maar halverwege het jaar zijn ze helemaal ingeburgerd en zijn ze net zo snel en gemeen. Elke maand winnen ze aan gebied en wordt Utrecht bekend terrein wat veroverd wordt.
Vanmiddag zat ik in de bus -mijn band was lek- en hoorde een gesprek tussen twee studentes. Ik verstond ongeveer de helft, de rest was onverstaanbaar. Het klonk als een soort hese kikker die diep in de keel glijdt. De hoofdlijnen kon ik samen vatten in het volgende: er is maar één onderwerp en dat is hun leven. Ik voelde me oud en heb dus snel mijn walkman maar aangezet.
Ze denken de wereld te bezitten en hun eigen leven is erg belangrijk. In mijn studententijd was ik niet anders alhoewel ik mij altijd sterk heb afgezet tegen dit soort groepen. En toch deed ik er aan mee. Er was niks anders, de wereld bestond uit mijn stad, vrienden en studiepunten. Studentenverenigingen vind ik nog bedreigender, het collectieve gevoel met bier beklonken. Daar wilde ik niet bijhoren. Ik ging wel naar de kroegen waar de ‘ballen’ heengingen maar mijn polo was zonder merkje.
Mijn vader vertelde mij vroeger altijd betweterig dat ik later nog wel terug zou willen naar de studententijd. Ik kan nu met volle overtuiging zeggen dat ik dan niet meer wil. Ik herinner mijzelf aan het feit dat ik ouder word. Ik wil namelijk niet meer dat mijn fiets rammelt.

Categorieën: Maatschappij

2 reacties

Saya_Surya · 9 september 2009 op 17:48

mooie slotzin :duimop:

SIMBA · 10 september 2009 op 08:56

Ik denk dat ik iets fout doe want mijn fiets rammelt nog steeds 😆

Geef een antwoord