Alsof er een bom is ontploft. Dat is eigenlijk de enige omschrijving die je kunt geven aan de ooit zo mooie camping. Overal ligt rommel. Spullen uit caravans, voortenten, schuurtentjes, alles ligt opgestapeld. Diepe groeven maken de paden bijna onbegaanbaar. Maar het meest bizarre is dat er ook gewoon caravans weg zijn. Verdwenen. Meegenomen door het water. Van groot tot klein. De kleine caravan van een jong stel maar ook de grote stacaravan van een oudere dame. Weg, alleen de blokken waar de caravan op stond, liggen er nog. Waar is alles gebleven? Je vraagt het je af. Maar er is echt geen spoor meer van.

De houten chaletjes liggen op hun zij of zijn gekraakt door het geweld. De stacaravans op het hogere gedeelte staan schots en scheef. Sommigen zijn zomaar een plaats opgeschoven. Een paar staan zo schuin dat je er niet in kunt staan. De schade daarin moet enorm zijn. Alles is kapot. Wat hadden we medelijden met de eigenaar. In Coronatijd begonnen, dat was al lastig, en nu dit.

In tegenstelling tot wat we eerst dachten was onze caravan niet naar Luik gespoeld. Sterker nog, hij was nog steeds op de camping. Normaal staan wij aan het eind maar nu hangt de caravan bijna in het midden. Tegen een boom. Alle ramen zijn eruit, de deur mist en als je binnenkijkt, kun je alleen maar concluderen dat alles verloren is. Alles is nat en zit onder een laag modder. De caravan hangt stevig dus we durven er voorzichtig in. Een voor een. Wat een troep. Er ligt nog een deel van het koffiezetapparaat, er steekt een enorme tak door het voorraam. Een pannetje ligt onderste boven in de hoek waar eerst het tafeltje stond. Heel veel spullen zijn weggespoeld, de grote kast is leeg, de kussens zijn weg. Wat er nog wel is, is zo vies en nat dat je het bijna niet herkent.

“Kijk maar of je nog wat kunt redden”, zei de campingbeheerder. Ik keek eens rond. Mijn notebook lag er nog, wel nat, maar misschien nog te redden. Het kunststof Duvelglas waar mijn maatje altijd uit dronk, dat kon ik nog wel schoonmaken. Maar ik zocht iets belangrijks. De brieven van de dame die mij vorig jaar vroeg blogs te schrijven over haar vriendschap en haar leven als expat. Ik had ze in de caravan gelegd om terug te geven. Maar daar had ik nog geen gelegenheid voor gehad. En ik zou het zo erg vinden als die ook vernietigd waren. Toch, als door een wonder, waren de brieven nog helemaal intact. Ze lagen droog op hun oude plekje. Wat een geluk. De oude dame komt niet meer kamperen, zij en haar man hebben te lang in het water gezeten, wachtend op evacuatie. Maar misschien kan ik haar nu toch een glimlach op het gezicht toveren.

Categorieën: Hokusai bon

0 reacties

Geef een antwoord