Goud voor Kramer! Een torenhoog verwachtingpatroon ingelost, een natie gekalmeerd. Maar wie is toch die man met die enorme riedel in zijn kont? Geboren in onze achtertuin maar toch ergens ook weer niet. Wie hem ziet, voelt zich onbewust een beetje ongemakkelijk. Schuldig bijna op het warme pluche van zijn elektrisch verstelbare stoel. Hadden we maar een splinter van die gedrevenheid, maar een drup van zijn testosteron. Dat schurende gevoel begint al in de zomer wanneer hij briesend als een paard aan dikke elastieken trekt en krankzinnige kikkersprongen maakt. En als er niets meer valt te pijnigen, wrijft hij snotklonten stuk op zijn voorhoofd en stort vervolgens rochelend ter aarde. Dan een reclameblok. Wij doppen een biertje, snijden Franse kaasjes en maken ons op voor deel twee. Wie kijken even achter dat hijgende torso en zien een wonderlijk tafereel. Een tafereel dat Kramers uitzonderlijke klasse in perspectief plaats. We zien verveeld kijkende teamgenoten kuiltjes in het zand draaien en glazig naar hun navel staren. Hun hangende schouders spreken boekdelen: in hemelsnaam, wat doe ik hier? Geboren in een verkeerd lichaam in een verkeerde tijd, rest hun niets anders dan de bidon te vullen van de man die hun ambities verstiert. Niks aan met die Kramer.

Maar niet alleen voor hen, ook voor ons is het lastig vat te krijgen op de schaatser, geen van zijn referentiekaders lijkt de onze te overlappen. Zijn jonge leeftijd is hier ongetwijfeld debet aan. Kramer draagt nog niet de ballast van een leven vol tegenslag. Geen leven van drank, drugs en amoureuze escapades. Escapades waar de media zo van smult en die hen munitie geeft de status van een superster kapot te schieten. Hen rest voorlopig niets anders dan te zwijgen en in verwondering omhoog te kijken. Want niet alleen lichamelijk, ook geestelijk slaat Kramer voor best op. Neem alleen al zijn lijfspreuk: pijn is tijdelijk, opgeven voor altijd. Plato had het niet beter kunnen verwoorden. Zet daar de mijne tegenover van geen gezeik iedereen rijk, en je ziet meteen waar onze sporen zich van elkaar verwijderen.

Wie de psyche van Kramer verder ontleedt, stuit op meer on-Hollandse eigenschappen. Zoals zijn notoire afkeer van zesjes. Waar wij met ons met een van vijven vergeven schoolrapport de familie afstruinen, op zoek naar een beloning voor onze luiheid, legt Kramer de lat beduidend hoger: tienen, niks meer en niks minder. En wie zoveel eisen aan zichzelf en zijn omgeving stelt, wordt in Nederland al snel op sterk water gezet. Hij is, als ik mijn steenkolenfries sprekende vader mag citeren, een opatteling.

Maar het siert opattling Kramer dat hij zich niets aantrekt van ons Calvinistische gemiezemuis. Boeie! Hij heeft niet die valse bescheidenheid die de meeste Friezen zo kenmerken. Die smalle bandbreedte van valt wel mee tot kon wel minder. Kramers ogen weerspiegelden de afgelopen vier jaren het hele spectrum van menselijke emoties en boden ons een fascinerend kijkje in de diepste drijfveren van een topsporter. Dat alles kwam prachtig tezamen in het interview dat hij na afloop van zijn gouden race gaf. De nos, meester in het snel in elkaar flansen van samenvattingen met aanzwellend trompetgeschal, liet de schaatser nog eenmaal zijn eigen race beleven. Kramer genoot zichtbaar van dat haastige broddelwerkje, en in zijn ogen zag je trots en intense tevredenheid om voorrang strijden. Maar nu die Olympische berg eenmaal beklommen is, rijst de vraag: und jetzt? Wat kan een man zich nog meer wensen dan een gouden plak, een mooie vriendin en het lonkende vooruitzicht van een leven lang linten knippen? Rust zou ik willen zeggen. Dat hij eindelijk de rust mag vinden waar hij zolang naar heeft gezocht.


11 reacties

Avalanche · 15 februari 2010 op 13:11

De sportcolumns sla ik meestal over. Deze niet en daar ben ik blij om. Wat een puntgaaf stuk! Mijn complimenten.

Een puntje van kritiek, toch nog. Ik vind het een beetje jammer dat je aan het eind concludeert dat Sven rust wil. Die indruk krijg ik namelijk niet (maar dat kan aan mij liggen, ben niet zo’n ‘sportvolger’).

LouisP · 15 februari 2010 op 14:19

Skuur,
mooi stukje, maar ja, dat vind ik al gauw, wanneer het over Nederlandse legendarische sporthelden gaat.
Maar je column ongeacht bovenstaande vnd ik erg goed om te lezen…

Louis

Dees · 17 februari 2010 op 11:21

Prachtig geschreven. Je beheerst dit genre als geen ander die ik ken. Al zegt dat lang niet alles.

Je beschrijft trouwens voor mij ook een gevoel dat ik bij Kramer niet heb, maar vroeger wel had bij de voor mij onverslagen schaatsgod Johann Olav Koss. Het gevoel: zo hoort een man te zijn…

Mien · 20 februari 2010 op 00:11

Column van hoog niveau!
Topprestatie Skuur.
Mooie inkijk, doorkijk en vooruitblik.
Prettig gelezen.

Mien Content

Dees · 1 maart 2010 op 09:33

Oh leuk dit, zo weinig reacties op een zo mooie column. Terecht dat hij een ereplaats en een reageerherkansing krijgt. Sven blijft toch nog wel hot in maart.

Gefeliciteerd met je cvdm!

WritersBlocq · 1 maart 2010 op 10:59

Wauw, wat een gave CvdM, ik had hem gemist als ie niet een maandje bovenaan had gestaan. Dank je Skuur voor deze onwijs goed geschreven column! Groetje, Pauline.

LouisP · 1 maart 2010 op 11:37

Een dikke proficiat met je CVDM Skuur,

Louis

wamackaij · 1 maart 2010 op 12:01

Prachtige ode aan een prachtig mens en groots sporter. Ben benieuwd hoe je de recente gebeurtenissen gaat beschrijven. Ik kijk in ieder geval uit naar je volgende column!

lisa-marie · 1 maart 2010 op 21:24

Was ik even op een ander feest in het zuiden had ik deze gemist . Gelukkig sta je een maand boven aan want van deze parel wil ik nog wel even genieten.

arta · 2 maart 2010 op 07:16

Wát een goede column!
Gefeliciteerd met je CvdM!!
🙂

Mien · 2 maart 2010 op 16:01

Terechte keuze voor CvdM.
Proficiat Skuur.

Mien

Geef een antwoord