Naast me in de treincoupé rookt een man een zware sigaar, dat ruik en zie ik. Het lijkt een Havana. Dat kan en mag hier (nog).
Het eerste walmpje bevalt nog. Daarna komt er vaak een oorverdovend gegrom en gehoest dat eindigt in een astmatisch piepen dat lijkt op het geluid dat treinwielen maken bij een noodstop. Terwijl wat forensen bezig zijn hun dagelijkse zorg te laten verdwijnen met behulp van blikjes stationsbier en enkele boordjes terugkomen van de introductieweek van een hogeschool is eén studiekipje wel erg zat. Ze meldt aan een vriendje dat ze pullen-bier-in-één-keer-naar-binnen-moesten-werken.
En dronken als zij was wist ze wel nog uit te brengen dat het plastic glas bier dat ze vast had nergens naar smaakte en het abnormaal helder was. Het glas bleek leeg.…
Misschien hield deze nog-nooit-een-echte-student-geweest voor de gek, geen idee. Maar ‘adje trekken’ hoort bij het voorwoord van les één!
Dit typje waar ik mijn gefantaseerde vriendschap mee zou willen uitbouwen,
fysiek uitbouwen, keek lodderig mijn kant uit, toch werd ik geil.

Als u zich verheugt op een ouderwetse on the road column dan moet ik u teleurstellen, want juist op het moment dat ik een lange piepende inademing van de rokende man naast me verwacht hoor ik een knal. De meneer met z’n sigaar viel neer. ´´Had beter tijdens een goede vrijpartij kunnen gebeuren, of tijdens het roken daarna.. ´´
De man, blijkbaar koningsgezind, oogde levenloos tussen uitgetrapte peuken met naast hem het blad Vorstenhuizen.
En dan? 112 is zo gebeld maar met zo’n denderende vaart stop je niet even in the middle of nowhere omdat daar de ambulance je even ophaalt. Word het dan echt een sneltrein of zelfs een TGV?
Toen alle forensen er zo’n beetje achterkwamen dat deze meneer niet teveel adjes uit blikjes stationsbier had getrokken, maar zijn loodje aan het leggen was viel het stil, ook het suizen van de wind langs de openstaande raampjes leek op te houden en zelfs het bralkipje leek plots nuchter en hield haar mond.

Ik koop altijd een kaartje op lange maar ook korte trajecten en haast nooit zie ik een conducteur.
Nu wel, direct. En nog een! Het was geen kort boemeltreintje, deze trein had een aanzienlijke lengte.
Hoe doen ze dat?
Ik had nooit zo’n hoge pet op van de heren en dames met de fluit maar dat is volledig bijgesteld.
Als een goed geoliede machine werd er gereanimeerd en tevens contact met de machinist onderhouden.
Er werd besloten om tot het volgende station door te reizen waar de ambulance klaar zou staan en de broeders het zouden overnemen. Tot die tijd was het een perfecte cadans van hartmassage en mond-op-mond.

Ik kijk het inmiddels monddode bralkipje aan en waar ik eerst haar lodderige blik als botergeil interpreteerde, zie ik dat nu als was ik Magere Hein zelf.
Niemand bemoeit zich ermee, de twee conducteurs doen hun werk, meer dan dat.
Twee minuten wachten om het station in te rijden is er nu natuurlijk ook niet bij.
We stoppen pal voor de ambulancebroeders, vier stuks. Vanzelfsprekend neem ik, samen met het kipje de andere uitgang. “Hoe zou het aflopen met hem?´´ vraagt ze. “Geen idee, ik hoop goed, wil je een sigaret?´´
“Ja, lekker. Ik ben Lotte, hoe heet jij? ´´
´´Martijn, Martijn heet ik. Wil je wat drinken, een kop koffie ofzo?´´


1 reactie

Li · 31 augustus 2003 op 23:36

Fantastische column Martijn! Uit het leven gegrepen en recht uit je hart geschreven. Van de passagier, die de sigaar werd, weten we het inmiddels maar ik ben ook benieuwd hoe het tussen jou en dat dronken droppie is afgelopen… Vervolg? 😉

Geef een antwoord