Ik nip van mijn glaasje witte wijn (maandelijks zakgeld is nog niet binnen) en geniet van het zaterdagavondgevoel. Zaterdagavond betekent himbo’s spotten (de nieuwe gelanceerde man is een feit), openingszinnen uittesten (“Hey, ik ben jarig. Wil je me zoenen?”) en af en toe een danspasje neerzetten (om al dan niet uitgelachen te worden). Maar om terug te keren: het is dus zaterdagavond en zoals alle zaterdagavonden zit ik aan de bar te zitten, in het gezelschap van een glaasje wijn en wat schrijfpapier (niets zo interessant als het afluisteren van gesprekken in tijden van inspiratiecrisis). Het is al belachelijk laat en terwijl ik nadenk over de zin van het leven (om die te vinden), neemt er opeens een kerel subtiel plaats naast me. Hij heet Alexander. Tenminste, ik vermoed dat hij zo heet. Met die blauwe ogen en ik-ben-je-toekomstige-ex-blik, moét hij wel Alexander heten.

Hij zegt dat hij op zoek is naar een meisje dat down-to-earth is, een beetje humor heeft en diepfilosofische gesprekken kan voeren zonder ook maar arrogant over te komen. Ik voel me meteen aangesproken. Met gestoorde wijven heeft hij het gehad, “maar kijk, nu praat ik met jou!”. Door zijn meest recente ex is hij zes keer gedumpt en nu koestert hij wraakgevoelens. Dat zie je aan zijn gezicht. Sommige mensen zouden beter met een gevoelloos masker door het leven gaan, willen ze ooit nog kans maken op een lief.

Ik zeg dat hij me de ideale schoonzoon lijkt. Helaas dacht ik dat ook van mijn achtennegentig vorige vriendjes. Wellicht ben ik gewoon kinderlijk naïef en zijn alle mannen egoïstische versies van Cruella de Vil met baard en ballen in plaats van nobele prinsen die preken dat [i]l’essentiel invisible est pour les yeux[/i]. Misschien verpruts ik mijn leven met het wachten op een uitzondering-op-de-regelman. Misschien ook niet. Misschien ben ik de man die mij en mijn wispelturige ik fantastisch vindt gewoon nog niet tegen het lijf gelopen. Misschien verkoopt hij op dit moment rozen aan verliefde rozebrildragende vrouwen in een suf bloemencenter. Misschien zamelt hij geld in voor een solidariteitsactie. Of verzorgt hij oude omaatjes in het zorgtehuis en is hij hun surrogaatechtgenoot. Misschien ramt hij aan de andere kant van de oceaan zijn tweeëntwintigste wederhelft. Misschien is hij de postbode met afschuwelijke snor. Misschien denk ik teveel na.

Naarmate de avond vordert, word ik meer en meer misselijk en meer en meer ongelukkig. Ik wil slapen. Alexander ook. We besluiten gezamenlijk naar huis te fietsen. Hij ziet me er wel horror genoeg uit om pedofielen weg te jagen met zakmes onder het motto “This is a gun!”. Ik besluit dat ik hem potentieel leuk vindt, maar zal dat natuurlijk niet bekennen. Voor ik in de nacht verdwijn, roept hij nog: “Wacht. Wil je mijn gsm-nummer?” Hij vervolgt: “Ik vind je leuk. Ik geef je mijn nummer, doe ermee wat je wilt.” Hij tikt het in mijn nieuwe Nokia-gsm (gevonden op straat) en ik beloof dat ik hem om 2:02 zal sms-en, want dat vind ik een mooi uur.

Morgen. Misschien.


4 reacties

Avalanche · 10 december 2009 op 08:32

Mooi, zo’n ongeplande ontmoeting op een zomaar-zaterdagavond. Ook ik zoek nog steeds naar mijn ‘uitzondering-op-de-regel-man’, waardoor deze column zeer herkenbaar is.

Shitonya · 10 december 2009 op 15:58

Naar alle eerlijkheid moet ik zeggen dat ik dit een zeer geslaagde en deels herkenbare column vind. 🙂

Anne · 11 december 2009 op 17:49

Weer zo’n mooi stukje

KawaSutra · 12 december 2009 op 02:06

Het is nu 2:05. Heb hem al gestuurd?
Wat kun jij de realiteit van het leven toch prachtig beschrijven!

Geef een antwoord