Met mijn handen diep in mijn zakken loop ik door het winkelcentrum bij ons om de hoek, eigenlijk een winkelcentrum van niks. Ik zie de tram aankomen, bedenk mij geen moment en ren naar de halte toe. Korte tijd later stap ik uit in het stadscentrum en sta meteen midden tussen het gepeupel. Waar zou die gek eigenlijk zijn, vraag ik mij af en loop een rondje door de stad. Eindelijk zie ik dan een stel Pietermanknechten zich uitsloven en zij lopen mij wijselijk voorbij.
En ja hoor, de aanwas van kinderen word ineens erg groot om over het geschreeuw maar te zwijgen en temidden van al die angstige kijkende kleintjes staat daar de goedheiligman himself te glunderen, als middelpunt van alle aandacht. Met gulle gebaren deelt hij de kadootjes uit die ouders eerst hadden gekocht en vervolgens onder de sint zijn kont hadden geschoven, om uit te delen aan hun kroost. Hoe dat allemaal in zijn werk gaat weet ik wel want ik ken sint al een aantal jaren maar dan in een andere hoedanigheid.

Met een korte hoofdknik gaf de sint aan dat hij mij ziet staan en ik knik onopvallend terug. Als alle tumult een beetje is geluwd kan ik dichter bij sint komen. Hallo Henk, zeg ik, lukt het een beetje? Ik mot zeiken als een beer, gromt Henk, maar ik kan nu niet weg hier. Zal ik een biertje voor je halen, vraag ik hem? Vooralsnog een gul gebaar van mij. Flikker op man met je bier, en snel kijkt hij de andere op om nog eens vriendelijk naar de kindertjes te zwaaien. Hoe is dat nou Henk, vraag ik, hoe voelt dat nou aan dat je de hele middag in het openbaar met je staf in je handen kan staan? Gluiperig kijkt hij mij aan en terwijl hij zijn lippen tot spleetjes vormt siste hij: donderstraal nou op want anders herkennen ze mij. Wie, die kinderen, welnee man weten die veel. Nee joh zei Henk, zie je die kale vent daar met die dikke reet? Smalbil heet‘ie en daar heb ik gisterenavond heibel mee gehad dus die mot mij hier even niet herkennen. Heb jij zijn kind dan al iets leuks gegeven, vraag ik? Zal ik deze doos even gaan brengen, vinden ze vast heel aardig van je. Pleur nou toch op man, die doos is voor een ander jong, dat nog langs moet komen. Net op tijd legt Henk zijn gezicht in de plooi en transformeert zichzelf weer tot sinterklaas om vriendelijk wuivend de kindertjes te begroeten.

Het jongetje waar die doos voor bestemd is komt angstig naar de sint toe en steekt zijn handje uit. Zijn vader draagt een glas witbier van een halve liter en geeft deze aan sint. U zult wel dorst hebben als u hier zo’n hele middag moet staan, zegt de vader, en geeft Henk het biertje. Ik zie Henk plotseling gaan trillen en huppelen waarbij het glasbier uit zijn handen op de grond valt. Jammer van dat witbiertje.

Een paar dagen later zie ik Henk in het echt lopen en ik vraag hem waarom hij dat biertje nou liet vallen. Peet zei hij, ik kon het echt niet meer houwen en die straal zou je dan onder die tabberd uit kunnen zien lopen, toen viel me in dat als ik het bier liet vallen dan was alles meteen opgelost. Wel zielig voor die omstanders die met hun blote handen de scherven opraapten.

Categorieën: Verhalen

11 reacties

KingArthur · 28 november 2008 op 11:27

Ik geloof nu weer direct in hem. Hij bestaat dus toch! In de derde regel van je derde alinea is er wel een woordje weggevallen. Maar dat terzijde.

DriekOplopers · 28 november 2008 op 11:31

Hahaha. Prlwytskovsky op z’n best.

Meesterlijk! 😀

pally · 28 november 2008 op 13:44

Hij is grappig , Prlwt, al dacht ik even dat ik hem al eens gelezen had.

groet van Pally

lisa-marie · 28 november 2008 op 23:02

Geweldige sint uitsmijter zal er aan terug denken als ik de goed heiligman weer eens zie. 😆 😆

KawaSutra · 29 november 2008 op 01:29

Dat krijg je als je de Sint in de zeik neemt.
Leuk verhaal Ptrlwts.

Bitchy · 29 november 2008 op 08:05

Ik zag het letterlijk voor me, de sint en jouw onschuldig kijkende gezicht.

[quote]Net op tijd legt Henk zijn gezicht in de plooi en transformeert zichzelf weer tot sinterklaas om vriendelijk wuivend de kindertjes te begroeten.[/quote]

Ik had als ik Sint was geweest jou de “zwarte piet” toegespeeld 😉

Neuskleuter · 29 november 2008 op 08:46

Hehe, leuk! En wat een uitsmijter 😀

Ik kon trouwens wel merken dat dit een hulpsinterklaas was, want een echte Sint schrijf je met een hoofdletter. Maar dat geeft niet, de grappen laten me er wel overheen lezen!

Saya_Surya · 30 november 2008 op 09:13

krijg spontaan de neiging een keurmerk voor hulpsinterklazen in het leven te roepen 😀

Ma3anne · 30 november 2008 op 10:35

Rotjong dat je bent! Een Goedheiligman mag je niet uit zijn rol halen. Als ik zijn Pietervrouwknecht was geweest had ik je een flinke mep met de roe verkocht.[img]http://www.xs4all.nl/~ernstmul/images/msnbonus/piet.gif[/img]

Prlwytskovsky · 30 november 2008 op 11:33

@Neus: Sint heeft letters zat bij zich, ook grote. 😉

@Ma3: Lijkt me heerlijk. Wanneer begin je? 😆

@Iedereen: dank voor jullie reacties. Enneee netjes zingen he, de vijfde December. :naughty:

Mien · 2 december 2008 op 22:49

Wie neemt wie nou in de zeik?
Menswaardig die Sint van jou!

Mien

Geef een antwoord