De beeldtelefoon, dat leek me zó geweldig. Ik had er al een plaatsje voor ingeruimd in de beddewagen die ik samen met een schoolvriendje aan het ontwerpen was.
De beddewagen was een overdekte auto waar je in kon liggen, lekker onder de dekens met een flinke voorraad coca cola en een klein automatiekje met daarin marsen, zakjes engels drop en warme kroketten. We hadden vanzelfsprekend kleurenTV aan boord en de automatische piloot zorgde voor een veilige reis naar de juiste verre bestemming.
De tekeningen ben ik kwijt geraakt, maar het ontwerp was zeker voor die tijd geniaal en innovatief. Helaas is het idee de tekentafel nooit ontstegen en ook het vriendje ben ik uit het oog verloren.
Al googelend kwam ik er ooit achter dat hij adviseur was geworden van een hele enge conservatieve bisschop die indertijd nogal wat reactionair stof deed opwaaien. Meer wilde ik niet weten.
Maar nu is er dan Skype, de droom is uitgekomen, de bereikbaarheid is thans totaal en onontkoombaar.
Ik vind het wat. Laatst toen mijn oudste zoon in Amerika was, liet hij me, toen het hier 11.00 in de avond was, vanuit zijn hotelraam de zonovergoten skyline van Chicago zien.
En gisteren konden we de nieuwe kamer van andere zoon in Amsterdam bewonderen.
Maar zelf laat ik me niet zien. Ik heb geen webcam. In weerwil van mijn jeugdige overmoed vind ik het een hele stap om mijn vervallen gelaatstrekken met daaroverheen twee leesbrillen aan elke toevallige beller tentoon te stellen. Ik zou de neiging hebben vantevoren enige cosmetische correcties te plegen, mijn badjas voor een andere outfit te verruilen en de rotzooi op mijn bureau op te ruimen.
Zo’n beetje als met de schoonmaakster wier diensten mevrouw Trawant en ik ooit kortstondig hebben ingehuurd.
Een moedige, wat oudere mevrouw die hijgend en puffend ons parket onder handen nam terwijl wij ons, gloeiend van gêne, niet in de eigen huiskamer durfden te vertonen.
Na het enige tijd te hebben aangezien gingen we vóórschoonmaken en hadden we de avond ervoor het meeste al gedaan zodat degene die thuis werkte ’s ochtend meteen met haar aan de koffie kon.
Dat schoot niet op en toen ik haar over de telefoon vertelde dat we geen gebruik meer van haar diensten konden maken, begreep ze dat wel.
Wij waren daar geen mensen voor. Net als voor Skype misschien wel.


5 reacties

RobertH · 13 december 2009 op 18:05

Het punt dat je wilt maken vind ik niet zo heel sterk.

[quote]Dat schoot niet op en toen ik haar over de telefoon vertelde dat we geen gebruik meer van haar diensten konden maken, begreep ze dat wel.[/quote]

Daar had je misschien iets mee kunnen doen. Je belt met Skype (beeldtelefoon) om te zeggen dat je niet langer gebruik wil maken van de diensten van de poetster… daar moet toch iets mee te combineren zijn. Zag ze dat niet zelf al of zoiets? 😉

Anne · 13 december 2009 op 20:02

Welnee, zo’n link zou alleen maar gekunsteld zijn, zoals het er nu staat is het goed. Gewoon, licht, luchtig, associatief.

DACS1973 · 14 december 2009 op 10:28

“Nu is er dan Skype”. Haha, dat bestaat al zowat 10 jaar!

Een leuk stukje. Jouw schrijfstijl vind ik, samen met die van Mut, een van de betere op CX.

RobertH · 14 december 2009 op 21:34

Oke, misschien heb je wel gelijk, ja.

Ma3anne · 14 december 2009 op 22:38

Haha, toch maar een keer bij de columns ingestuurd i.p.v. bij de kleintjes?

Wat leest dit toch weer lekker luchtig en gemakkelijk weg. Een grappig geschreven doodgewoon verhaaltje. Ook een kunst.

Geef een antwoord