‘Met de alarmeringsdienst. Uw vader is gevallen. Kunt u er even heengaan?’
‘Ja, oke. Weet u hoe hij eraan toe is?’
‘Nee, we kunnen hem slecht verstaan.’
Ik hang op en met een angstige mengeling van vluchtneigingen en plichtsgevoel probeer ik helder te worden. Het is tien voor half drie in de nacht. Een stemmetje in mijn achterhoofd roept: ‘Ik wil niet, ik wil echt niet!’ Het is de derde keer in twee weken, dat ik uit mijn slaap gebeld word, omdat mijn vader is gevallen in zijn huis. Met de auto scheur ik door de verlaten straten. Het is net als de vorige keren een eenzame rit. Zal ik hem dood aantreffen, zoals mijn moeder vorig jaar? Is hij gewond? Zal ik een dokter kunnen vinden die wil komen, of schepen ze me weer af met een smoesje? Het lood in mijn schoenen wordt zwaarder en zwaarder. Net als mijn hart.

Met een diepe zucht draai ik de sleutel om in het slot en loop de gang in. Mijn benen willen niet verder. Ik durf de kamer niet in. Tranen wellen op. Ik slik ze in. Nog één keer diep zuchten en dan maar zien. Geen geluid te horen. Verdomme. Is hij dood?
‘Rustig blijven,’ spreek ik mezelf vermanend toe.

Daar ligt hij, met zijn hoofd tegen de kast. Met zijn linker hand klampt hij zich vast aan het tafeltje ernaast. Hij leeft.
‘Pap, ik ben er. Laat dat tafeltje eens los, ontspan je maar.’
‘Nee, dan val ik.’
‘Dat kan niet, pap. Je ligt al op de grond.’
Ik streel zijn gezicht.
‘Wat heb je nu weer uitgespookt?’
‘Ik weet het niet. Alles is zo raar.’
‘Heb je pijn?’
Mijn ogen en handen onderzoeken hem en ik stel vragen. Gelukkig zie ik nergens bloed en hij weet nog welke dag het is, maar mijn naam is hij kwijt. Hij noemt de naam van mijn moeder. Ik zie zijn linker mondhoek licht naar beneden hangen. Een TIA? Of erger?
‘Ik ga de dokter bellen.’
‘Nee, leg me gewoon maar in bed, het valt wel mee. Ik heb nergens pijn.’

De dokterspostassistente handelt het administratieve gedeelte af en vraagt of het echt nodig is dat er een arts komt. Ja natuurlijk, anders bel ik niet. Ze geeft me instructies hoe ik mijn vader in bed moet leggen. Dat kan ik dus op dit moment niet in mijn eentje, maak ik haar duidelijk. Na veel geharrewar belooft ze me, dat er een arts komt kijken.
‘Maar dat kan meer dan twee uur duren mevrouw, want het is druk vannacht.’
‘Twee uur? Dat kan niet! Die man ligt hier volgens mij te sterven!’ hoor ik mezelf roepen.
‘Ga ik dood?’ vraagt mijn vader angstig.
Met mijn hand over de microfoon fluister ik: ‘Nee, je gaat niet dood, maar ze willen niet snel een dokter sturen. Ik moet flink overdrijven.’
‘Leg me nou maar in bed en laat die lui toch barsten.’
Ik doe net of ik hem niet hoor, vraag nogmaals om SPOEDhulp en hang op.
Na een kussen onder zijn hoofd en een deken over hem heen te hebben gelegd, maak ik het me gemakkelijk naast hem op de harde vloer.
‘Probeer maar te slapen, pap. Het kan nog even duren voor ze er zijn.’
Hij sluit zijn ogen. Zijn oude handen liggen in de mijne en ik streel ze. Wachtend op de lange, eenzame nacht die voor ons ligt, luister ik naar het tikken van de klok.

Tien minuten later gaat de bel. Een jonge, stevige vrouwelijke arts en een potige chauffeur. Mijn noodkreet heeft toch overtuigend genoeg geklonken. Ik vraag haar of hij niet in bed getild moet worden, omdat hij zo ongemakkelijk ligt.
‘Nee, dat mogen wij niet,’ zegt ze. ‘Als u dat per se wilt, moet u dat zelf doen.’ Ik sta perplex.
Ze onderzoekt hem zorgvuldig en belt een ambulance. Binnen vijf minuten zijn ze er. De ambulancegarage is om de hoek. Behendig wordt mijn vader op de brancard getild en ik stap in naast de chauffeur. Op de Spoedeisende Hulp wordt besloten hem ter observatie in het ziekenhuis te houden. Hij heeft hoge koorts en een longontsteking, misschien ook een TIA of erger. Ze dienen hem onmiddellijk antibiotica toe.
Ik voel me opgelucht dat hij mag blijven en boos, omdat ik zo moest aandringen en overdrijven, voordat er hulp kwam.
In de donkere nacht loop ik naar huis. Eindelijk kan ik een keer gaan slapen zonder de angst wakker gebeld te worden. Er valt een rust over me heen. Hij is in goede handen.

Ik slaap een gat in de dag.


15 reacties

Avatar

Kees Schilder · 11 september 2006 op 09:24

Onze maatschappij ten voete uit! Daar wil ik het maar bij laten.Ik wens jou en je vader veel sterkte Ma3.

Avatar

KingArthur · 11 september 2006 op 09:37

Mooi geschreven. Het dialoog tussen jou en je vader, toen je hem zag liggen, ontroerde mij zeer. Ik hoop dat het weer even rustiger voor je zal worden. Je verdient het.

Avatar

Eddy Kielema · 11 september 2006 op 09:57

Elke reactie is denk ik overbodig, want alles wat erin moet staan, staat erin.

Avatar

DriekOplopers · 11 september 2006 op 10:06

In Den Haag roepen onze regeerders dat het prima gaat met de gezondheidszorg. De VVD vindt dat er zelfs nog wel een paar miljard af kan. Want het kan nog efficiënter.

Tuurlijk, je wacht gewoon tot de patiënt in de armen van een famililid ter plaatse overlijdt. Dát is pas efficiënt! Tuig!

Ma3, je hebt een heel aangrijpend verhaal geschreven. Ik ben erg onder de indruk. Ik hoop dat jij nu goed uitrust, en dat je vader er weer bovenop komt.

Driek

Avatar

KawaSutra · 11 september 2006 op 10:39

Indringend relaas Ma3, en knap aangepakt. Hoeveel mensen zijn er niet die zich bij de situatie neerleggen.

Avatar

DreamOn · 11 september 2006 op 12:57

Meeslepend geschreven; ik proef bijna de eenzaamheid bij het scheuren door die donkere lege straten en voel je angst voor wat je zult aantreffen, mooi verwoord Ma3anne!

Avatar

WritersBlocq · 11 september 2006 op 18:47

Alsof je moet schreeuwen met een prop in je mond.

Niet voor niets ben jij 1 van mijn favoriete columnisten, jij kunt echt álles neerzetten.

Sterkte, en plezier ook, want dat zul je ook hebben. Liefs, tot snel, Pau’tje.

Avatar

Mosje · 11 september 2006 op 20:22

Een stukje schrijven over problemen of moeilijkheden in je privéleven valt niet mee. Zeker niet als het om je ouders gaat, of om je vader die hulpbehoevend is. Ik kan die stukjes dan ook best waarderen.
Wat ik eigenlijk hoop aan te treffen is wat sommigen een “meerlagigheid” noemen. Zelf noem ik het wel “subtekst”: je kunt meer lezen dan de woorden die geschreven zijn.
Als ik kritiek zou moeten uiten op je schrijven Ma3 (ik wil een beetje consequent zijn na mijn retirade van een week of twee terug), dan zou ik zeggen dat ik die meerlagigheid of subtekst mis. Het zou toch mooi zijn als hetgeen je schrijft meer is dan het uiten van een persoonlijke ervaring, en ook betekenis krijgt voor een ander.
Overigens lieve Ma3, niet boos worden om het bovenstaande, ik voel heel goed aan wat je doormaakt (uit eigen ervaring helaas) en ik wens je veel sterkte toe met alles wat je nog zult meemaken.

Avatar

Ma3anne · 11 september 2006 op 20:56

@Mosje: Ha! Kritiek! Ben ik blij mee.

Dit is niet in eerste instantie bedoeld als een persoonlijk verhaal. Het uitgangspunt is om het dysfunctioneren van die doktersposten en wat daar omheen zit aan de kaak te stellen. Ik denk dat die laag duidelijk te herkennen is: mijn kritiek op de verharding van het menselijk handelen, de bureaucratie en het afwimpelsysteem.

Dat ik heb gekozen voor een persoonlijk verhaal als kader, is om aan te geven, dat een systeem, dat oppervlakkig gezien goed lijkt te functioneren, voor de mensen waar het om gaat wel eens helemaal niet zo geweldig kan zijn, sterker nog: veel persoonlijk leed kan veroorzaken.

Ik hou niet zo van verhalen doorvertellen die ik gehoord heb. Daarom schrijf ik dan toch maar liever vanuit mijn eigen ervaringen. Dan weet ik zeker dat wat ik schrijf zuiver is.

Avatar

Ma3anne · 12 september 2006 op 08:43

Even voor de goede orde. Het gaat inmiddels weer redelijk goed met mijn vader en vanuit het ziekenhuis hebben we alle medewerking gehad om hem met spoed in een verzorgingshuis te krijgen. We zijn nu drie weken verder na die beroerde nacht en hij zit al in zijn nieuwe appartementje!

Naast alle dingen die fout gaan in de gezondheidszorg kom je gelukkig ook mensen tegen die de bureaucratie aan hun laars lappen en ijzer met handen breken. En die kwamen ‘toevallig’ op ons pad.

Hulde voor de mensen die ons uit onze benarde positie gered hebben!

Avatar

Li · 12 september 2006 op 09:22

[quote]’Nee, dat mogen wij niet,’ zegt ze. ‘Als u dat per se wilt, moet u dat zelf doen.'[/quote]

Ja zo gaat dat in veel gevallen. Mantelzorgers en vrijwilligers moeten alles, en profs mogen niets.
Je benoemt het niet maar door jouw manier van schrijven weet je precies wat er mis is en welke zorg er op jouw schouder drukt.
Knap hoor.

Fijn om te lezen dat het weer wat beter met je vader gaat.:-)

Li

Avatar

Wright · 12 september 2006 op 09:45

Helder en duidelijk geschreven.

Hoorde laatst ‘toevallig’ dat er veel aandacht is voor het ‘ valprobleem’ van ouderen. Niet voor niets natuurlijk. Men wil ouderen zolang mogelijk zelfstandig laten wonen, en het vallen van ouderen is een kostbare zaak in een land waar men bezuinigt waar men maar bezuinigen kan. Uiteraard hoort daar dan een werkgroep bij.

Quote>>De doelstelling van de werkgroep was het ontwikkelen van een multidisciplinaire evidence-based richtlijn gericht op secundaire en tertiaire preventie van valincidenten bij ouderen boven de 60 jaar.

Eerlijk gezegd struikel ik al over die zin…:-?

Quote 2>> ‘Vallen Verleden Tijd’ is een functioneel oefenprogramma om valincidenten te voorkomen, ontwikkeld binnen de Sint Maartenskliniek. Het oefenprogramma, gericht op zelfstandig wonende ouderen, is effectief. Na deelname aan het programma (bestaande uit tien lessen van anderhalf uur die twee keer per week plaatsvonden) was het aantal valincidenten met 46% gedaald in vergelijking met de controlegroep en in vergelijking met de periode voor deelname aan het programma.

Jou kennende, ben je hiervan vast allang op de hoogte.. 😉

Avatar

Ma3anne · 12 september 2006 op 13:04

@Wright: Ja, ik ben inderdaad op de hoogte. Da hejjegoed. Puur toeval, omdat mijn dochter vanwege haar studie in de Maartenskliniek was voor een demonstratie van deze cursus en mij erover vertelde. Ze begeleidt opa met wat ze geleerd heeft. 😉
Ik wilde mezelf ervoor opgeven na twee heftige valpartijen (zie 2 oudere columns), maar ik moet nog 5 jaar doorstuntelen voor ik de leeftijd heb. 😀

Avatar

pepe · 14 september 2006 op 16:15

Zucht zucht, in welke wereld leven wij? De zorg gaat met flinke passen achteruit.
Sterkte voor jullie allemaal

Avatar

champagne · 16 september 2006 op 01:31

Afschuwelijk dat je zó moet zeuren om de noodzaak duidelijk te maken. Ik zag het in gedachten helemaal voor me hoe jij bij je vader zat, te wachten. De rollen zijn omgekeerd op deze leeftijd. Ontroerend verhaal, beelden geschreven.

Geef een antwoord