Ik ontwaakte, deed mijn kleren aan, fatsoeneerde enigszins mijn haar en fietste met enige treurnis naar het station. Een fiets waarvan het zadel krom stond, te laag voor mijn lengte en waarvan ik de banden niet had opgepompt. Tegenwind, zo constateerde ik al na één minuut. Zelden heb ik de wind mee, bedacht ik me ineens, welke hogere morele orde heeft het op mij gemunt? Qua wetten overtreden was ik niet bepaald een actieveling. De laatste keer dat ik met politie in aanraking was geweest, is dikwijls zes jaar geleden, en dat was voor een kapot achterlicht. In ieder geval niet iemand die dagelijks tegenwind verdient in deze barre weersomstandigheden. Ik dumpte mijn fiets ergens in het fietsenrek en slenterde met enige treurnis richting de trein. Aangekomen bij het perron zag ik een relatief grote mensenmassa, wachtend op een nieuwe routineuze dag in hun treurige le…. Shit! Vergeten in te checken! Nog slechts één minuut voor de trein arriveert, zo zag ik op het bord. De incheckplekken waren ver verwijderd van het perron. Ik rende terug, checkte snel in en zag dat de trein al aankwam. Rennend naar het perron sommeerde ik de conducteur om nog even te wachten met het blazen op zijn fluitje. Dit deed hij goddank. Ik zat in de trein.

Ik kon een zitplaats bemachtigen. Het was relatief rustig in de trein. Twee stoelen voor mezelf dit keer. Wat een feest, triomfeerde ik. Een dikke vrouw met een lompe koffer liep langs. Ze worstelde zich met moeite door de trein heen. Ik zat drie minuten naar buiten te kijken en de verveling begon toe te slaan. Kutlandschap. Totaal geen bijzonderheden vanaf het spoor. Alleen een ellenlange reeks van steeds terugkomende weilanden. Dit landschap reflecteerde perfect de zinloosheid van het bestaan. En dat was geen verdienste. Ik pakte de spitskrant erbij, bladerde er wat in, merkte 4 typefouten op en gooide de krant weer weg. Na tien minuten, vlak voor de volgende stop, kwam een conductrice de kaartjes controleren. Ze keek nors. Het feit dat ze geen plezier had in het routineuze leven als kaartjeschecker was van haar gezicht af te lezen. Ze controleerde volleerd, deed amper moeite om op haar computertje te kijken of alles wel klopte en zette haar koers richting de volgende wagon. Bij de volgende stop stapte er een grote mensenmassa in. De treinrust was verdwenen.

Door de mensenmassa was ik gedoemd en besefte dat er spoedig iemand naast mij zou plaatsnemen. De rust in de trein zou verdwijnen. ‘Laat er a.u.b. een pronte, vrouwelijke adolescent naast mij komen zitten,’ mompelde ik hoopvol. ‘ Ik zag er wel eentje voorbij lopen, maar die nam plaats bij een meisje dat achter mij zat. Fuck my life. Het bleek dat ik het geluk aan mijn zijde had, en niemand de plek naast mij zou innemen, dat zou nog enigszins hoop gev…. ‘He, kan ik hier zitten?’ vroeg iemand plots. Het was een lange, jonge man met acne littekens op zijn gezicht. Ik kon hem moeilijk weigeren. ‘Ja, natuurlijk,’ zei ik met een geveinsde glimlach en trok mijn tas van de stoel en dumpte hem bij mijn voeten. Tot zover de beenruimte. Hij voelde zich snel thuis op zijn nieuwe zitplaats. Ging breed zitten en gooide zijn lange jas half over mijn hoofd. Daarnaast kreeg ik zo nu en dan een een por van zijn elleboog in mijn zij. Ook kwam ik na twintig seconden tot de conclusie dat hij verkouden was. Ik hoorde hem in geleidelijk tempo op vreemde manieren ademhalen. De rust was verdwenen. Hij stonk in ieder geval niet.

Er zaten twee meisjes voor mij en ik ving een deel van hun gesprek op. ‘Ja, dus ik zei dat ik niet met hem wil neuken vanavond, want ik ben ongesteld.’ Ze zei het rustig. ‘En toen zei die: “nou dan hoef je ook niet te komen vanavond flikker maar op.” Ik wil het graag uitmaken, maar ik vind hem nog wel heel lief.’ ‘Ja……,’ zei het andere meisje instemmend, ‘dat begrijp ik.’ Ik kon louter de achterkant van hun hoofden zien, maar nadat ik dit dialoog had opgevangen treurde ik daar niet om. Bij de volgende treinstop stapte de snotsnuivende man uit en kwam er eindelijk een leuk meisje naast me zitten. Ik las een boek van Reve en had de krant daaronder liggen. Plots zag ik haar een aantal blikken op de krant werpen. ‘Zou ik die mogen?’ vroeg ze met een lieve stem. ‘Wellicht,’ zei ik spitsvondig. Niet omdat ze die krant niet mocht hebben, maar omdat quasi-cynisch reageren op een vraag van een meisje, op een leuke manier, vaak geen windeieren legt. ‘Wel licht?’ vroeg ze verbaasd. ‘Het is hier wel licht ja, komt door de zon die fel tegen de ramen schijnt!’ Dit keer legde het wel windeieren. Teleurgesteld gaf ik haar de krant en las verder in mijn boek. Ze rook lekker.

De trein naderde bijna zijn eindstation. Ik keek op mijn mobiel voor de tijd. Hoogstwaarschijnlijk zou ik pakweg tien minuten te laat komen op college, tenzij ik heel hard ging lopen. Volle collegezalen binnenlopen is niet mijn favoriete hobby. Iedereen werpt een ijzige blik op je, en je moet hopen dat er nog ergens een stoel vrij is. De trein was nog vijf minuten van het eindstation verwijderd, maar iedereen begon al op te staan om zich als gestreste kippen richting de treinuitgang te begeven. Aan de blikken te zien, constateerde ik dat de gehele treinwagon haast had. Behalve ik. Na veel wurmen was ook ik eindelijk buiten. Nu moest ik nog uitchecken. Echter was er bij dit station slechts één smal pad waar alle mensen uit de gehele trein doorheen moesten om uit te checken. Hierdoor ontstond een ophoping. Toen ik eindelijk kon uitchecken, drukte ik de ov-kaart vanuit mijn portemonnee tegen dat ding. Hij gaf een foutief geluid aan en er stond: ‘Niet meer dan één pasje tegelijk!’. Ik hield daarom halt bij het apparaat om mijn pas uit de portemonnee te halen. Toen kreeg ik een duw. Ik verstoorde het mechanische ritme van de rij, besefte ik me. ‘Ja, ja, ja. Rustig!!’ snauwde ik en liep door. Binnenkort op kamers. Binnenkort op kamers, dwaalde hoopvol door mijn hoofd. Ik liep richting mijn faculteit. Onderweg constateerde ik dat de brug open stond.


5 reacties

Meralixe · 21 februari 2014 op 16:23

Er zijn twee hindernissen waar we beiden niets kunnen aan doen bij de beoordeling van dit schrijven; ons leeftijdsverschil en onze verschillende afkomst. Toch zat ik ook op de trein, kreeg ik een meer dan behoorlijke indruk van het ochtendgebeuren geschreven van uit uw persoonlijke leefwereld.
Ondanks een hier en daar schijnbaar onnodige toevoeging blijft het tempo van de ochtendspits overeind. 🙂

troubadour · 21 februari 2014 op 16:40

Iets meer comprimeren en wat meer pepertjes erin misschien?
Voorbeeld; ‘Na tien minuten, vlak voor de volgende stop, kwam een conductrice de kaartjes controleren. Ze keek nors. Het feit dat ze geen plezier had in het routineuze leven als kaartjeschecker was van haar gezicht af te lezen. Ze controleerde volleerd, deed amper moeite om op haar computertje te kijken of alles wel klopte en zette haar koers richting de volgende wagon.’

“De conductrice keek of alsof ze een verkeerd beroep had gekozen of geen schone slip had kunnen vinden vanmorgen.
Ongemotiveerd werkte ze haar treinstelletjes af”.

Waar bemoei ik me mee trouwens.

    Hakunamatafa · 21 februari 2014 op 16:57

    Die schone slip was wel een leuke toevoeging geweest. :laugh: Helaas niet opgekomen. Verder poogde ik een beeld te weergeven en focuste ik me meer op schrijfstijl dan inhoud. Zoals je wellicht kunt merken.

Nachtzuster · 21 februari 2014 op 18:48

Fijne column. Leest vlot weg en eigenlijk gebeurt er weinig tot niets. Goed gedaan!!

Shitonya · 26 februari 2014 op 09:50

Ben het met troubje eens, als het iets bondiger is, leest het een stuk soepeler weg

Geef een reactie

Avatar plaatshouder