Meneer Van Vliet
Een vrije dag, lekker weer en geen horloge om. Op de fiets naar de bakker voor wat lekkers en door naar de sigarenboer voor een krantje. Eerlijk gezegd meer voor de Sudoku dan voor het nieuws.
Een vrije dag, lekker weer en geen horloge om. Op de fiets naar de bakker voor wat lekkers en door naar de sigarenboer voor een krantje. Eerlijk gezegd meer voor de Sudoku dan voor het nieuws.
“Ik verzeker u,” sprak Pim Fortuyn, “ik word minister-president.” Ja. In de Hel. Maar die broer van Pim, Marten, is ook niet helemaal goed bij zijn hoofd. Ik neem u even mee terug naar die dag in het voorjaar van 2002. Marten Fortuyn zat in de tuin een broodje te eten. Bericht op de radio: Pim is vermoord. Marten stond op. Even het merkenbureau faxen.
Na een onverdiende vakantie in het buitenland, probeer ik wanhopig het gemiste nieuws te verzamelen als ik weer terug ben in Nederland; als een pas afgestudeerde journalist die worstelend zijn proefperiode bij zijn eerste baan moet door komen. Ik weet het, je heb ook Nederlandse TV en kranten in het buitenland, maar tussen de alcohol, de muggenbulten, een K3-liedjes zingend neefje en de siësta’s door, blijft er niet veel hangen.
Er wordt op mijn slaapkamerraam geklopt. Ik schrik wakker. Door de houten lamellen van de zonwering zie ik de contouren van een man.
Dit kan niet! De slaapkamer bevindt zich op de eerste verdieping en heeft geen balkon. Een zwevende man voor mijn raam ’s morgens vroeg?
Uit onderzoek blijkt dat op scholen het pesten hand over hand toeneemt. Dat pesten vormt een zware belasting voor zowel de scholieren als het onderwijzend personeel, en dient dus met harde hand een halt te worden toegeroepen.