Mijn Vriend is begraven

Een peilloze diepte. Ver, vér weg glimt een eiken kist. Gemaakt van spaanplaat. De doodskist is voorzien van knoppen en handgrepen. Altijd handig. Harm laat het nu echt over zich komen. Dat vele, vele zand. Bij zijn ultieme rustplaats voor eeuwig werp ik een laatste blik op het hout dat mijn vriend omhult. Dan komen ze. Opwellende tranen. Van verdriet, boosheid en frustratie. Op weg naar huis gaan de sluizen der emoties pas echt open.

Natte lakschoentjes

Het is erg warm. Oma is op bezoek. Mama en zij zitten buiten, in de schaduw onder het zonnescherm. Mijn kleine zusje drentelt door de tuin en speelt met water. Wat is ze toch schattig in haar mooie jurkje en haar nieuwe zwarte lakschoentjes! Ze heeft een klein plantengietertje en mama heeft haar een teiltje met water gegeven. Al brabbelend loopt ze steeds met een vol gietertje waar het water overheen gutst naar de planten in de tuin om ze water te geven. Af en toe neemt ze zelf ook een slokje.
Ik verveel me een beetje. Mama en oma praten over allemaal grote-mensen-zaken waar ik geen bal van begrijp. Bovendien mag ik nu niet schommelen, want mama is erg bang dat mijn zusje tegen de schommel aan zal lopen en zich dan zal bezeren. “Mag ik boven spelen, mam?” vraag ik. “Ja hoor, kind,” zegt mama. “Zeg mij dan maar vast gedag,” zegt oma, “want ik ga over een kwartiertje naar huis.” Ik geef oma een kus en ga naar boven.

Zeevarende nazi

Even met Tele2 gebeld: “Goedemorgen, Oplopers hier. De heer Schaap in de buurt?” Nadat de vriendelijke telefoniste mij had verteld dat bèèèèèh omdat bèèèèèh, werd ik doorverbonden met de hoogste baas van de kabeloplichtersfirma. Geagiteerd vroeg de heer Schaap mij, waarmee hij mij bèèèèèh kon zijn. Dus ik stak van wal:

Contrast in rood

Aan zijn beige besmeurde broek hangt iets roods te bungelen. Juist voor zijn kruis, niet echt gepast om naar te staren. Terwijl hij in gebrekkig Duits zijn zelf gebouwde modelschip aan ons laat zien, waag ik een korte blik op het slingerende dingetje. Geen idee wat het is. Zijn broek is smerig. De bruine, verweerde huid van zijn gezicht ook. Een gezicht met grote natte lippen waaruit een zware alcoholwalm ontsnapt. De kleur van zijn ogen gaat verloren achter een bril met dikke glazen. Mijn eerste indruk is dat ik hem mag, onze Hausmeister, zoals hij zichzelf noemt.