Hij was in stilte gekomen. Het huis in een zijstraat verderop dat maanden leegstond, was van de een op de andere dag plots weer bewoond. Af en toe zag ik hem wandelen met zijn zwart-wit gevlekte hond. Rondjes rondom de vijver vlakbij mijn huis. Hij glimlachte verlegen als ik voorbij fietste. Dat zag ik altijd te laat, dus lachte ik zelden terug. Als veertienjarig pubermeisje vond ik hem leuk, al had ik nooit een woord met hem gewisseld. Per toeval kwam ik hem tegen in de plaatselijke supermarkt waar hij werkte als vakkenvuller. Hem groeten deed ik niet – natuurlijk niet- want daar had ik het lef niet voor. Hij ook niet. Beiden kregen we een rode kleur op de wangen. Schijnbaar zag hij mij ook zitten. De plagerige opmerkingen van zijn collega’s galmden drie gangpaden verder nog na. Vanaf dat moment bezocht ik de supermarkt steeds vaker, uiteraard met een vriendin aan mijn zijde. Giechelend wandelden we de supermarkt door, van het brood naar de babyvoeding en weer terug. Maar actie ondernemen, ho maar.

Op een vrijdagavond kwam ik hem tegen. Zomaar. De zenuwen gierden door mijn lijf en ik donderde bijna van mijn fiets. Hij wandelde zoals vaker langs de vijver met zijn hond en een vriend. Ik fietste rond met een vriendin, op zoek naar potentieel datemateriaal. Die avond had ik mijn stoute schoenen aan en scoorde prompt een afspraakje met de jongen waar ik maanden in stilte een oogje op had.

Hij was mijn jeugdliefde, ik was gek op hem. En hij op mij. Van origine was hij Pools, maar zijn ouders heb ik nooit ontmoet. Hij had donker haar, grote donkere ogen en lichte stoppeltjes op zijn wangen. Een ‘grote’ jongen zoals wij deze noemden, compleet anders dan de broekies die met mij probeerden te sjansen. Hij was drie jaar ouder dan ik en deed de havo. Omdat hij zo dichtbij woonde, was ik iedere avond bij hem te vinden. We keken tv, knuffelden wat en aten paprikachips. Af en toe lieten we de hond uit.

Naarmate de maanden verstreken, merkte ik dat onze prille liefde bekoelde. Ik wilde niet aan hem blijven plakken. We zagen elkaar nog zelden. Bij mij thuis langskomen durfde hij niet, nog altijd bang voor hongerige ouders. Op een middag stuurde hij mij een sms’je alsof ons contact nooit onderbroken was geweest. Of ik met hem wilde zwemmen. Ik sms’te hem terug dat ik geen tijd had, maar dat we misschien een andere dag konden afspreken. Dat was de laatste keer dat we contact hebben gehad. Toen ik hem een week later probeerde te bellen om te vragen hoe dit nu verder moest, bleek zijn telefoon afgesloten. Ik verzamelde al mijn moed en wandelde naar de zijstraat. Het huis was leeg, een Te Koop bord sierde de stille voortuin. Zo stil als hij was gekomen, zo stil was hij ook weer vertrokken. En ik heb hem niet eens gedag gezegd.


8 reacties

arta · 2 mei 2009 op 13:32

Mooi stukje, DoeMaar, met een leuke titel!
🙂

LouisP · 2 mei 2009 op 15:58

Doe Maar,

mooie titel, prachtig verhaal.
Alleen de zin:
‘Ik fietste rond met een vriendin, op zoek naar potentieel datemateriaal.’
past niet zo goed in dit lieve, verlegen stukje zoals ik je heb leren kennen. In dit stukje!

groet,
Louis

WritersBlocq · 2 mei 2009 op 22:37

Toch een tegenpool dus (hè, flauw…).

Leuk idee, dit stukje, ergens had er meer in gezeten – wat meer puberale zintuigen in het midden verwerken en het als volwassene afsluiten of zoiets.

Maar altijd plezierig om jou te lezen, echt.

Groetje, Pauline.

Mien · 4 mei 2009 op 07:41

Ingetogen bijna verlegen en toch stoute, stoere puistjescolumn.

Goed gedaan.

Mien Melkmuil

Dees · 4 mei 2009 op 12:06

Zoveel sfeer in zo’n kort stukje neerzetten is knap. Te schrijven zoals je bent en was, zonder allerlei mooimakerij is ook knap. En dat kun jij heel goed, natuurlijk vertellen.

lisa-marie · 4 mei 2009 op 21:57

moest nog even bijlezen en deze had ik zeker niet willen missen.
Zonder opsmuk geschreven precies zoals het was, komt hij goed binnen.
met veel plezier gelezen 😀

Kuin · 5 mei 2009 op 00:22

Nou Doe, ik moest dus hoognodig bijlezen, maar dat is zeker geen straf op dit tijdstip, met een column als deze. Top!

Dat “….donderde bijna…” klonk voor mij als een donderslag bij heldere hemel. In deze zachte, herkenbare setting was dat bijna als vloeken in de kerk. Foei! 😉

doemaar88 · 5 mei 2009 op 08:12

@Louis & Kuin; dingen als
[quote]Ik fietste rond met een vriendin, op zoek naar potentieel datemateriaal[/quote]

Zijn inderdaad niet lief en verlegen, maar zo mijn stijl 😀

Dank voor de leuke reacties!

Geef een antwoord