Hij sluit het boek op het moment dat ze de kamer binnen komt. Ze kijken elkaar aan, ze blijft staan en zegt niets. “Hoe laat is het?,” vraagt hij. Onbewogen wijst ze naar de klok achter zijn bureau – het is kwart over tien -. Verward krabt hij zich achter zijn oor. “Het is nog lang geen tijd,” constateert hij. “Ik vraag me af wanneer het wel ooit tijd zal zijn,” antwoordt ze in repliek. “Tijd waarvoor?,” vraagt hij alsof ze in een vreemde taal spreekt. “Tijd voor hetgeen jij zegt waarvoor het nog lang geen tijd is,” fulmineert ze, waarop ze haar hand op de deurklink plaatst en aanstalten maakt om de kamer te verlaten.

Nonchalant ritselt hij met zijn vinger langs de bladzijden van het boek. “Ik heb het nog steeds niet uit,” merkt hij op. Onthutst keert ze zich om en haalt haar hand van de klink. “Waar jij dagen over doet, ben ik in een paar uur mee klaar,” bijt ze hem toe. “Verschillen moeten er zijn,” antwoordt hij met een flauwe glimlach rond zijn mond. “Overeenkomsten ook,” zegt ze waarna er een onheilspellende stilte valt.

“Je hoeft dit boek niet meer te lezen,” besluit ze. “Ik kan je in een minuut vertellen waar het over gaat, wat de plot is en hoe het eindigt. Het is een standaard verhaal, het heeft weinig om het lijf. Het is al ik weet niet hoe vaak geschreven in een andere vorm, waarvan er talloze beter zijn dan dit exemplaar.” Aarzelend staart hij haar aan, waarna hij plotseling opstaat en het raam achter zich opent. Als bevroren kijkt ze toe hoe hij het boek oppakt en het met een sierlijke beweging naar buiten werpt. Met een een zweem van ironie kijkt hij haar zelfgenoegzaam aan. “En wat nu?,” zegt hij. “Probleem opgelost.”

“Wat was dat geluid?,” vraagt het meisje – net zeventien jaar oud -, terwijl ze zich losmaakt van de omhelzing met haar pas verworven vriend. “Ik geloof dat er iemand een boek uit het raam liet vallen,” antwoordt de jongen terwijl hij aanstalten maakt om het op te rapen. “De teloorgang van de liefde” leest hij hardop. “Ken jij het?”. “Nee” zegt ze. “En ik wil het ook niet kennen. Ik bel wel even aan, dan geven we het terug”.

Categorieën: Fictie

10 reacties

Shitonya · 3 juni 2006 op 12:16

Dit ben ik niet van je gewend Troy. Probeerde je weer eens wat anders?
Het verhaal is té simpel, te eenvoudig en het einde is ook klote met een rietje. Het lijkt misschien mooi, omdat je altijd met die overdreven, deftige woorden gooit, maar als je naar het verhaal kijkt, merk je al snel op dat het niet één van je beste stukken is. Jammer 🙁

Troy · 3 juni 2006 op 13:47

Hey Shito,

Dit was inderdaad even wat anders, een uitprobeerseltje zogezegd. Simpel zou ik het zelf niet noemen, maar dat is jouw mening en die is altijd weer leuk om te lezen :-D.

KingArthur · 3 juni 2006 op 18:54

Uitgelezen…kans? Ik vind het zeker weer meer hebben.

WritersBlocq · 3 juni 2006 op 20:36

Ik vind hem wel mooi Troy. Zo zie je maar: jij kunt voor elk wat wil(d)s schrijven 🙂

Ma3anne · 3 juni 2006 op 20:45

Kort en zeer krachtig verhaaltje.

KawaSutra · 3 juni 2006 op 22:07

Mooie woorden maar ik kom niet echt tot de kern van je verhaal. De tegenstelling tussen twee relaties die elk in een ander stadium verkeren heb je wel knap neergezet.

Mosje · 4 juni 2006 op 12:01

Ik vind het wel een mooi verhaaltje, alhoewel ik moet toegeven dat ik direct moest denken aan dat flauwe grapje: Mijn vrouw is net een goed boek, helaas heb ik het al uit.

Li · 4 juni 2006 op 12:23

Ik vind het mooi.

[quote]Het is nog lang geen tijd,” constateert hij. “Ik vraag me af wanneer het wel ooit tijd zal zijn,” antwoordt ze in repliek. [/quote]
[quote]“Tijd waarvoor?,” vraagt hij alsof ze in een vreemde taal spreekt. “Tijd voor hetgeen jij zegt waarvoor het nog lang geen tijd is,” [/quote]

Dit vind ik ijzersterk.

Li

Mug · 4 juni 2006 op 21:42

Hoewel het einde al een beetje voorspelbaar was, vind ik dit probeersel toch erg geslaagd. Wat een sfeertje!

bert · 8 juni 2006 op 09:22

Een van de meest beschreven onderwerpen op eenvoudige wijze heel mooi verwoord en beschreven.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder