Soms stel ik het me stiekem voor. Ik, een gerimpeld, oud en gelukkig man op mijn sterfbed. Wetende dat ik bij niemand meer in het krijt sta, en vice versa.
Het is schemerdonker in mijn kamer. Het venster staat op een kier en de lange witte gordijnen dansen speels in de eerste bries van deze warme zomernacht. In de verte hoor ik hoe met veel geweld een heipaal de aarde probeert te penetreren. “Architectonische verkrachting” grinnik ik. Mijn gevoel voor humor is niet meer wat het geweest is moet ik vervolgens concluderen.

Een lange pilaar van licht herrijst naast mij met het kraken van de deur. Er stapt een vrouw de kamer binnen. Haar leeftijd is moeilijk te schatten. Ze draagt een rood mantelpakje en haar haar heeft ze opgebonden in een strakke knot. Ze zegt niets en gaat op de stoel naast mij zitten. Ze glimlacht, pakt mijn hand vast, en ik besluit terug te glimlachen. Het lijkt alsof ze alle tijd van de wereld heeft. Tijdens de lange stilte die volgt kijkt ze constant aan. Tenslotte vraagt ze me: ‘Jeroen, wat was nou de mooiste tijd van je leven?’

Ik besef dat dit het einde is. De vrouw is god en ze komt me meenemen, punt. Prima. Nee, niks prima. Eindelijk! Een ogenblik denk ik aan alle mensen op aarde die god altijd ‘de Heer’ hebben genoemd. Het is nogal een aantal, ze moesten eens weten. Ik twijfel even of ik zal zeggen dat ze er goed uitziet voor haar leeftijd, maar dat is haar vast vaker gezegd, dus ik besluit het te laten.
Dan concentreer ik me op haar vraag, en mijn leven schiet in een flits aan me voorbij. Een bijzonder langdradige flits, voor zover je dat mag zeggen van flitsen.
Tweede huwelijk, eerste huwelijk, kinderen, lease-auto’s, promoties, studententijd, one-night-stands, vakanties met vrienden, leren fietsen, jonge konijntjes op de kinderboerderij… Ze kijkt me nog steeds aan met die vragende, maar geduldige blik. Opeens weet ik het. Het besef dat elke seconde van twijfel nutteloos is doet alle gedachten vervagen. Het is zo voor de hand liggend dat ik me afvraag of ze dat zelf niet had kunnen bedenken. Ze is tenslotte god. Ik besluit het haar nog eens te vragen bij een meer gepaste gelegenheid. De gordijnen verliezen hun laatse golvingen, ik kijk op, ze knikt en ik wil het niet langer voor me houden. Zonder enige twijfel adem ik in om het hoge woord eruit te gooien.
Dan word er afgeteld. Een mannenstem? ‘Drie! Twee! Een!’ Een oorverdovende zoemer klinkt door mijn hoofd. Nogmaals. ‘Drie! Twee! Een!’ … ‘Los!’
Naast mij begint een apparaat te piepen. Ze hebben me gered.

Gered van god, hoe ironisch.


11 reacties

senahponex · 6 november 2006 op 11:21

Welkom, met een meer dan goede column

arta · 6 november 2006 op 12:41

Inderdaad, een goed geschreven column met een bijzonder onderwerp!
Nieuwsgierig geworden door je goed onderbouwde reacties op andere columns, had ik het al gelezen op je site. Je schrijft goed!
🙂

SIMBA · 6 november 2006 op 13:15

[color=00CC00][font=Verdana]Eindelijk iemand die “God” niet vanzelfsprekend als man ziet met een vaag gewaad aan. Leuke column!![/font][/color]

Mup · 6 november 2006 op 13:40

Heel sterk debuut, welkom,

Groet Mup.

pally · 6 november 2006 op 14:23

Een sterk debuut, Olifantje.
Zulke columns kunnen we gebruiken hier!

Estrella · 6 november 2006 op 14:33

Sterke column, mooi geschreven! Ook ik had al stiekem voorproefjes op je site genomen…. 😉

Barbapappa · 6 november 2006 op 14:45

Woohoo! Bedankt voor alle leuke reacties allemaal 🙂

Zeer binnekort komt er een ietwat recenter column van mij, deze heb ik stiekempjesaan al een tijdje geleden geschreven. In ieder geval bedankt voor het warme welkom en ik heb het gevoel dat ik me hier nog wel wat uren ga vermaken!

WritersBlocq · 6 november 2006 op 19:35

Een aanwinst voor ons, warm welkom 🙂

KawaSutra · 6 november 2006 op 22:04

[quote]Uitstel van executie[/quote]
Gelukkig maar!

Li · 6 november 2006 op 22:12

Volgens mij Barbapappa ga jij je Nickname eer aan doen en verschijn je in vele gedaantes.
Klasse 🙂

Li

Shitonya · 8 november 2006 op 12:16

mooie column 🙂

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder