Ik wil een zachte dood. Ik eis een zachte dood. Ik wil in slaap vallen met de deken om mijn lichaam gewikkeld, liggend op mijn zij, met mijn gezicht naar de muur toe gericht. Ik wil de regen kletterend tegen mijn raam horen slaan – met mijn ene oor half luisterend, en de ander rustend tegen mijn kussen. Stil luister ik naar de wind die zucht en steunt alsof ze ieder moment het dak boven mijn hoofd weg zal blazen. In de verte hoor ik een krakerige piano, en een myriade van mensen zingend over een mistroostige zondag. En daar zit hij: een engel en demon ineen. Misprijzend kijkt hij me aan en ik weet dat wat ik ook doe of denk, hoe ik ook probeer en hoeveel ik ook geef, ik me naast hem nooit meer dezelfde zal voelen.

“Je bent veranderd,” concludeert hij terwijl hij diep van binnen lijkt te wensen dat hij deze woorden nooit uit had hoeven te spreken. “Of dat zo is, is nog maar de vraag,” antwoord ik. “Alles wat ik representeer is niets meer dan jouw projectie.” Hij zegt niets maar staat op en laat me voor de zoveelste keer achter in een ruimte waar het plafond en de muren steeds dichterbij lijken te komen.

“Ik ben ik,” roep ik hem na. “Ik ben nog altijd mezelf.” Hij grimlacht en knikt, maar wederom zie ik dezelfde deur die met een klap achter me dichtslaat. Verloren zelfbeeld. Spiegel van destructie. “Jij bent jij,” galmt het in de gang, en mijn reflectie versplintert terstond in een collage van kleurloos glas.

Het regent in zijn kamer. Nog even en zijn bed zal wegdrijven in een zee van illusies waar niets is wat het lijkt en waar niemand is wie hij hem vertelde te zijn. Hij zal dromen over sterren, het heelal en astronauten, en een stem die hem belooft nooit beloftes meer te maken.

Ik wil een zachte dood. Ik eis een zachte dood. Ik wil in slaap vallen met de deken om mijn lichaam gewikkeld, liggend op mijn zij, met mijn gezicht naar de muur toe gericht. Ik wil de regen kletterend tegen mijn raam horen slaan – met mijn ene oor half luisterend, en de ander rustend tegen mijn kussen.

Ik wil slapen en verdwijnen en slapen en verdwijnen.

Ik wil nooit, nee nooit, dezelfde meer zijn.

Categorieën: Fictie

11 reacties

SIMBA · 2 mei 2007 op 09:18

[quote]en mijn reflectie versplintert terstond in een collage van kleurloos glas.[/quote]
Prachtig! Net zoals de hele column erg mooi is!

arta · 2 mei 2007 op 09:21

[quote]Stil luister ik naar de wind die zucht en steunt alsof ze ieder moment het dak boven mijn hoofd weg zal blazen. In de verte hoor ik een krakerige piano, en een myriade van mensen zingend over een mistroostige zondag. En daar zit hij: een engel en demon ineen. Misprijzend kijkt hij me aan en ik weet dat wat ik ook doe of denk, hoe ik ook probeer en hoeveel ik ook geef, ik me naast hem nooit meer dezelfde zal voelen.[/quote]

Dit is zo móói!!
Ik werd er echt even stil van!
🙂

Isabeau · 2 mei 2007 op 11:07

In één woord: Wow.

Het is echt mooi, ook ik werd er stil van.

Yannick · 2 mei 2007 op 11:09

Erg mooi geschreven.

pally · 2 mei 2007 op 12:09

Gestolde weemoed is deze column. Ook de herhaling van het begin aan het einde maakt het sterk. Heel erg mooi!

groet van Pally

KingArthur · 2 mei 2007 op 17:07

Mooi geschreven maar ook weer triestigheid die de boventoon voert. Wat ik soms mis in je teksten is de draai om het weer positief te maken.

Troy · 2 mei 2007 op 17:26

@King: Dit is een wat oudere column van mijn hand. Mijn vorige columns zijn een stuk positiever van toon, waaronder “liefde is” die de stand van zaken van dit moment laat lezen.

Alle anderen alvast bedankt voor de overweldigende reacties!

Quinn · 2 mei 2007 op 21:22

Ik vind hem ook erg goed, ook al vind ik hem een tikje moeilijk te begrijpen. Maar dat is misschien juist een deel van de charme, en nodigt uit tot herlezen op een ander moment.

[quote]Hij grimlacht[/quote]

Deze viel me het meeste op. Een mooi voorbeeld van hoe je heel veel kunt zeggen door slechts één lettertje te veranderen ten opzichte van het gangbare.

KawaSutra · 2 mei 2007 op 23:32

Prachtig geschreven Troy.
En daarom vind ik het juist zo zonde dat ik enkele zinnen niet kloppend kon krijgen.

[quote]Hij zegt niets maar staat op en laat me voor de zoveelste keer achter in een ruimte ……. maar wederom zie ik dezelfde deur die met een klap achter me dichtslaat. [/quote]
[quote]….en waar niemand is wie hij hem vertelde te zijn.[/quote]

Misschien wil ik het te graag begrijpen. 🙂

Nog maar een keer gelezen. Hij en ik zijn waarschijnlijk dezelfde persoon. Toch verwarrend als je dan plotseling weer overgaat in de derde persoon in de beschrijving over ‘zijn kamer’.

Troy · 3 mei 2007 op 08:09

@Kawa: Hij en ik zijn toch echt twee verschillende personen, daar komt in de vijfde alinea geen verandering in. In die alinea lees je slechts hoe de ik – persoon de gemoedstoestand van haar partner inschat (de “hij”) d.m.v. metaforische beschrijvingen.

pepe · 3 mei 2007 op 11:02

Bijzonder mooi geschreven.
Ook al begrijp niet precies wat er tussen de regels door te lezen valt. Maar dat is hier ook niet noodzakelijk, je hoeft niet altijd antwoorden op de vragen die zijn gerezen.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder