In een klein lintdorpje onderin Twenterand hebben de bewoners het naar hun zin. Respectabele bejaarden paffen hun pijpje, vrienden proosten hun pilsje en kinderen worden gevoed met vele normen en waarden op het paplepeltje. Het hele dorp gaat harmonieus met elkaar om. Het hele dorp? Nou, de juffen en meesters van twee tegenoverliggende basisscholen maken zich wat ongerust om het agressieve gedrag van hun kroost. Respectloos met elkaar om gaan wordt niet getolereerd in dit karakteristieke dorp Vjenne. In een van de oudste wijken van het dorp ligt een smal straatje. In de meeste uren van zijn bestaan ligt het er rustig bij, maar eigenlijk is dit het grensgebied tussen twee vijandige linies. Aan de linkerhelft van het straatje liggen acht parkeerplekjes. Die grenzen aan een vredig Christelijk schoolplein met kleurige speeltoestellen en het grote grijze tegelvlak wordt onderbroken met wat lieflijke stoeptekeningen. Aan de rechterzijde van het straatje slingert een stoepje weg in de verte. Een rij struikjes vormt de scheidingslijn met een grasveldje waar de openbare madeliefjes lustig groeien. Een fietsenhok met primaire kleuren onderbreekt het schoolplein dat door nog meer gras is omringd. Alles lijkt vredig. De vogeltjes tjilpen, maar het eerste gebrom van zware motoren klinkt al in de verte.

Tien minuten later is het straatje bijna onzichtbaar geworden. Grote stinkende auto’s pruttelen op de parkeerplaatsjes, terwijl anderen besluiten tot complete wegblokkades en band-op-de-stoepacties, zodat hun kinderen niet te ver over vijandelijk gebied hoeven te lopen. Buggy’s voor één-, twee- en drielingen groeperen tot ondoordringbare vestingen. Fietsers vormen persoonlijke linies waar geen kind doorheen zal komen. Een enkele rollator blokkeert de laatste vrije plekken. Er wordt getoeterd, gebeld en gebruik gemaakt van allerhande lichaamstaal. Het is bijna twaalf uur. De ouders van de rivaliserende scholen hebben hun positie ingenomen.

Even heerst er een complete stilte. Enkele vaders sluiten zich aan bij potentieel schreeuwlustige moeders, om te zien hoe zij hun eigen kroost zo snel mogelijk zullen lokken. Onzekere vrouwen schuifelen nog heen en weer, op zoek naar de ouders van vriendjes en vriendinnetjes van het kind, zodat ze hen er vanzelf uit kunnen pikken. De laatste manoeuvres worden uitgevoerd om de straat zo vrij mogelijk te maken. De twee vijandelijke kampen staan nu rug aan rug, met daartussen het oude klinkerweggetje. In stilte telt de groep af. Vijf, vier, drie…

EUHRRRRRRRRRRRRRRRRRRR! De zoemers van de twee scholen doen hun best om elkaar af te troeven. Nog voor de luchtalarmachtige geluiden zwijgen, stroomt er van beide kanten een hele meute kinderen naar buiten. Met de armen geheven als strijdlustige Vikingen, in het gelid als Germanen, met de tassen boven het hoofd als een Romeinse schildpadformatie, een enkele bloeddorstige Maya en als verdwaalde tijdreizigers zoeken de beide groepen de snelste weg naar de frontlinie. Ze walsen de openbare madeliefjes plat, vegen de Christelijke krijttekeningen uit met de voeten en rennen zo snel mogelijk naar het straatje.

Daar vindt nu een heel strijdgewoel plaats. Een fietsende Vikingouder heft zijn vuist naar een autorijdende Snor-Germaan, die hem daarop luidt toeterend van de sokken probeert te rijden. Die mist hem, waardoor een groepje kleuters de schildpadformatie aanneemt om zichzelf te beschermen met roze en blauwe konijnenbonttasjes en Jip en Janneke broodtrommeltjes. De Christelijke achterbankkindertjes verkennen de beide groepen en geven hun ouders de coördinaten door van het duivelse openbare gebroed, terwijl de wandelende openbare kindertjes besjes plukken van de struiken om hun ouders te bewapenen tegen de Christenhonden. Enkele slimme kinderen ontpoppen zich tot ware padvindertjes en vormen een hechte groep van beide scholen. Samen duiken ze als Platvoet door de struiken, om sluipend de overkant van het strijdgewoel te bereiken, waar ze weer veilig zijn.

Juf Ans en meester Hans kijken vanaf hun eigen schoolplein toe. Juf Ans zucht diep en zoekt oogcontact met meester Hans. Hij beantwoordt haar door zijn armen te spreiden en zijn schouders op te halen. Ze hebben al van alles geprobeerd. Verschillende eindtijden helpen niet, omdat de ouders en kinderen zo van de strijd houden, dat ze op elkaar wachten. Een vriendschappelijk sporttoernooitje met beide scholen heeft twee dagen effect. Bijeenkomsten met ouders, voorlichting aan kinderen over pesten, het bereikt alleen intern wat doelen. De rivaliteit is te groot.

Hun enige hoop ligt in de winter. Als het goed vriest, neemt het oude klinkerweggetje zelf wraak. Het neemt al het vocht op en houdt dit zo lang mogelijk vast. In de winter glibberen de fietsers, ouders en rollators door de kuilen in de weg. De kinderen geraken niet meer aan de overkant van de straat, omdat deze zo is uitgebold dat het een onneembare vesting wordt. De straat knijpt al in z’n handjes bij het idee. Hoewel? Bij sneeuwval zullen de kinderen elkaar toch nog flink kunnen bekogelen. Maar dat vinden zij wat minder erg. Want bij thuiskomst zullen ze lekker aan een pan met erwtensoep en rookworst zitten. Samen met de buurjongens, want die hebben ze net lekker ingezeept op het tussenliggende straatje van hun beide scholen.


7 reacties

Emiliever · 30 november 2009 op 12:09

Ik geniet van jouw verhalen over Vjenne…ik heb geen schoolgaande kinderen meer, dus zou ik er best willen wonen! :wave:

SIMBA · 30 november 2009 op 15:55

Geen dorp zo klein of er zal een vete zijn….leuk geschreven Neus!

LouisP · 30 november 2009 op 18:39

N.
beeldend beschreven…precies een schilderij van Steen of zoiets…of Breughel…

L.

Neuskleuter · 30 november 2009 op 23:11

Wow, erg mooie reacties! Bedankt!

@Louis: zo zag ik het inderdaad ook bijna voor me. Er gebeurt ontzettend veel en het is lekker chaotisch, maar ook nostalgisch.

LouisP · 30 november 2009 op 23:47

N.
wat ik me afvroeg bij het lezen van jouw vervolgverhaal is hetzelfde wanneer ik voor zo’n prachtig druk choatisch kunstwerk sta van genoemde schilders. “In godsnaam, hoe begin je daaraan?” Met aantekeningen(schetsen), ’n plan of spontaan, de sites bezoeken? Begrijp je, daar had ik bij willen zijn..hoe begin je, verander je vaak, strepen, overschilderen, in een keer doorkwasten,schrijven. Raak je niet in paniek…Intrigerend..

L.

KawaSutra · 1 december 2009 op 00:41

De schoolstrijd, dat die nog bestaat!
Zoals Louis al schreef, mooi geschilderd.

Neuskleuter · 1 december 2009 op 10:42

Het was een herinnering. Ik ben er geweest, een van die scholen was mijn oude basisschool. Er was altijd strijd, maar de ene keer ging het wat soepeler dan de andere keer. Daarna was het zoeken naar een personage. Ik merkte dat ik vanuit de straat dacht, omdat ik er in gedachten in het midden stond. Dan wordt het een kwestie van herbeleven, de chaos in scène zetten in gedachten, associëren, opschrijven, strepen en toch weer een overzicht zoeken. Alles speelt zich als een film voor mij af, ik hoef dan alleen nog te beschrijven wat ik voor me zie.

Geef een antwoord