‘Mag ik je truitje wat verder omhoog schuiven?’, vraagt hij aarzelend.
‘Natuurlijk.’
Zenuwachtig maaien zijn vochtige handen over mijn rug.
‘Zucht maar even diep.’
Hij laat me in en uit ademen, maar net iets te snel voor mijn benauwde longen.
‘Vind je het erg als ik boven je borsten voel?’ Dokters maken me nerveus. Niet omdat ik het eng vind om ze te bezoeken, maar omdat ze het eng vinden om mij te onderzoeken. Ik heb in mijn korte leven al vier verschillende huisartsen versleten, waarvan er slechts een in staat bleek fatsoenlijk mijn ademhaling te beluisteren.

Deze dokter is dan ook een echte dokter, met grijze manen, een bril op de punt van zijn haakneus en een wijze blik in zijn ogen. Rustig begeleidt hij me naar de behandeltafel. Daar vraagt hij me zonder poespas mijn kleding omhoog te schuiven, zodat hij met zijn droge handen en warme stethoscoop mijn rug en borst kan onderzoeken.

Hoe anders vergaat het me bij de anderen. Ze slaan hun ogen neer als ze me vertellen dat ze me toch wel even moeten onderzoeken. Ze tikken me net iets te hard op mijn gezicht als ik holteontstekingen heb. Ze kijken verkrampt nonchalant in de verte tijdens een borstonderzoek. Ik begrijp best dat het vreemd is om zomaar aan mijn lijf te zitten, maar ze zijn dokter en ze horen dit te kunnen. Ik bezoek ze om beter te worden en ben best bereid spiernaakt pirouettes door hun behandelkamer te maken als ze daardoor de oorzaak van mijn kwalen kunnen ontdekken, maar niet als ze zich zo gespannen opstellen.

Als ik naar de huisarts ga, wil ik het gevoel hebben dat hij boven me staat. Op het moment dat hij met me praat moet hij meneer de dokter zijn, zonder doorschemerende menselijkheden. Ik wil niet weten dat hij gevoelens en gedachten heeft, hobby’s en een seksleven. Dat hij geliefde en gehate patenten heeft en misschien wel de mens achter mijn aandoening ziet. Het liefst zou ik zien dat mijn arts als een zelfverzekerde machine opereert, waaraan ik in vertrouwen mijn kwaaltjes kan openbaren, terwijl hij me emotieloos doch vriendelijk onderzoekt en beter maakt.

Ondertussen heb ik een soort moedergevoelens ontwikkeld voor mijn artsen. Zodra ik met een potentieel genante klacht bij de dokter kom, begin ik te bedenken hoe ik hem kan inleiden. Ik begin met de geschiedenis van mijn klacht, gevolgd door mogelijke oplossingsrichtingen. Hierbij geef ik aan dat het me duidelijk is dat het eventueel nodig is dat ik betast moet worden, wellicht zelfs met het verschuiven van kleren tot gevolg.

Helaas werpt deze techniek tot nu toe geen vruchten af. Nog niet voldoende in ieder geval. Er wordt nog steeds gestotterd, gestunteld en gezweet. Misschien moet ik eens een vrouwelijke arts zoeken. Of een internetdokter.

Categorieën: Gezondheidszorg

2 reacties

Avatar

DriekOplopers · 17 oktober 2006 op 22:30

De titel “zenuwarts” vind ik echt briljant gevonden. Goed gedaan!

Driek.

Avatar

Ma3anne · 18 oktober 2006 op 07:59

Ik denk dat het probleem tussen jouw oren zit en niet bij die dokters. Maar ja, ik ben geen dokter, dus kan het zo maar fout hebben. 😛

Geef een antwoord