Peter

Peter staat voor het raam. Hij is ongeduldig. Zijn moeder is boodschappen gaan doen en ze is nog niet teruggekeerd. En hij wil zo graag met haar knuffelen, zijn hoofd in haar nek leggen en zachtjes wiegen. Wiegen op haar hartslag, dat is wat Peter wil. Hij pakt zijn beer van de stoel naast hem. “Ache beer,” mompelt hij terwijl het berehoofd platgedrukt wordt tussen een arm en een zwaaiend bovenlijf. Waar blijft mama nou? Peter speelt met een auto op een grote tafel. Zijn hoofd ligt plat op het tafelblad en hij maakt autogeluiden met zijn lippen. Broeemmmm! Broooeeeeemmmm! Voor het raam staat een vrouw die naar buiten kijkt. Het is mevrouw Anna. Ze komt vaak langs. Vandaag bracht ze een auto mee voor hem. Peter vindt haar lief. Ze lijkt op zijn moeder. Terwijl hij met de auto speelt, voelt hij zijn ogen dichtvallen. Gedachteloos stopt hij zijn duim in zijn mond. Broemmm! Broeeeemmm, broooooeeeemmm! doet de auto.

Peter is boos! Tineke heeft zijn hoepel afgepakt! Omdat hij gevallen was en een kapotte knie had, zei ze dat hij te groot is om nog te kunnen hoepelen. Niet meer hoepelen, niet meer tollen – en niet meer fietsen! Daarom staat hij voor het raam te wachten: hij zal het allemaal aan mama vertellen en mama zal Tineke dan op haar billen geven. Net goed, vindt Peter. Ongeduldig kijkt hij naar de straat, naar de mensen die op de stoep voorbij lopen. Waar blijft mama nou?

Peter is moe. Hij heeft net gespeeld met een gekke mijnheer die met hem en mevrouw Anna wou ballen. Toen kreeg hij een bal tegen zijn hoofd aan en moest hij met Tineke en mijnheer Dirk mee. Mevrouw Anna zingt een liedje:
“Papepaaitje leef je nog, ia dea.
Ja mijnheer, ik ben er nog!
‘K heb mijn eten opgegeten en mijn drinken laten staan staan
Ia dea, poeffff”
Peter schatert het uit als ze hem tussen zijn ribben kriebelt. Mevrouw Anna is aardig, ze stelt hem op zijn gemak. Hij begint te vertellen over zijn moeder en zijn vader, over hoe trots ze op hem zijn omdat hij al zo groot is. Heel even voelt hij zich heel eenzaam en begint hij te huilen. “Ik mis mama zo!” Mevrouw Anna geeft hem een zoen op zijn voorhoofd en een aai over zijn arm. “Ik begrijp het wel,” zegt ze terwijl een stille eenzame traan uit haar ooghoek valt. “Ik mis mijn vader ook.” Ze knuffelen nog een tijdje en mevrouw Anna vertelt een verhaal over een klein kaboutertje in een heel grote tuin.

Peter kijkt de mevrouw aan. Hij weet zeker dat hij haar nog nooit gezien heeft, hij kan zich niets van haar herinneren. Hij zoekt in zijn hoofd naar woorden. Altijd netjes zijn, heeft mama hem geleerd. En bel..bel.. beleefd. Zo noemde mama dat. Zijn gezicht gaat glimmen van de krachtsinspanning. Hij haalt diep adem en zegt: “Hoe maakt u het, mevrouw Anna. Ik ben Peter.” Mevrouw Anna kijkt met grote ogen naar hem en tast achter zich op zoek naar steun. Ze wankelt achteruit en zakt neer op Peters bed. “Nee” zegt ze zachtjes terwijl de tranen over haar wangen lopen. Peter kijkt naar de grond. Peter zou haar willen troosten, maar hij durft niet. Hij voelt zich eenzaam. Mama, waar ben je nou?

Anna staat bij het raam en drinkt water uit een plastic bekertje. De deur van het kantoortje staat open en in de gang is het druk maar Anna merkt het niet. Tineke komt het kantoortje binnenlopen. “Mevrouw Van Duurvoort, gaat het weer een beetje?” Anna reageert niet direct, alsof de vraag een grote kloof moet overbruggen. “Ja,” zegt ze. “Het kwam alleen zo onverwacht.” Ze drinkt de laatste druppels uit het bekertje en gooit het weg in de dichtst¬bijzijnde prullenbak. Tineke legt haar handen op de leuning van de stoel die voor haar staat. Ze zucht. “Nu ja, hij slaapt nu. De dokter zal vroeg in de avond naar hem kijken. Wilt u daarop wachten?” Anna schudt haar hoofd. Ze pakt haar jas van de stoel en trekt hem aan. “Ik kom morgen weer langs.” Ze loopt naar de deur, zonder haast en zonder doel, alsof haar hoofd er niet helemaal bij is. “Mag ik nog even afscheid nemen?” “Natuurlijk,” zegt Tineke. “Als u hem maar laat slapen.”

Anna loopt stilletjes de kamer in en kijkt naar Peter die rustig ligt te slapen in zijn bed. Ze volgt de lijnen in zijn gezicht, lijnen die zo vertrouwd zijn dat een nieuwe golf van verdriet zich aandringt in haar binnenste. Een traan volgt het pad dat vele tranen voor hem hadden uitgesleten. Anna buigt zich voorover en geeft Peter een zoen op zijn voorhoofd.
“Dag vader, tot ziens.”

14 gedachten over “Peter

  1. Mooi! Het verdriet van Anna is sterk. En mijn excuses, ik zie nu pas dat je me bij je eerste column nog om uitleg had gevraagd, had ik niet gezien, sorry.

  2. Kok,
    zelden meegemaakt..een heel goed maar niet extreem super stuk dat door die ene laatste zin veranderd in..in iets heel bijzonders…die ‘twist’ is echt enorm sterk!

    groet,
    Louis

  3. Ik raakte een beetje de draad kwijt in het verhaal.
    Tijd- en plaatsaanduiding riepen bij mij diverse keren vraagtekens op in de column.
    Zelfs na drie keer herlezen is me niet helemaal duidelijk wie, wat, wanneer zegt, denkt en doet.
    Deze vaagheid bleef mij tot en na het einde hinderen, helaas.
    Wil niet zeggen dat ik geen spanning en verdriet in de column heb bespeurd.
    Maar met iets meer duiding was het krachtiger geweest.

    Mien vanuit de wandelgang

  4. Ik begreep eerst het verhaal niet zo goed en vond het wat stijfjes geschreven. Vind ik nog, overigens. Maar de twist aan het eind maakte heel veel goed. Tip: pas op met het te veel benoemen van tranen. Het is m.i. sterker als ze er in verwerkt zijn zonder ze te noemen.

    groet van Pally

  5. Vind het ook een heel mooi stuk, de klap komt ook voor de lezer hard aan en dat is knap.

    Wel een tip: iets meer indikken en iets minder benoemen zou je stuk krachtiger maken.

Geef een reactie