Polderorde

Ik haal in en word ingehaald. Het is een vanzelfsprekendheid. De natuur van het fietsen. Inhalen en ingehaald worden. De vraag wie wie inhaalt wordt bepaald door de factoren moment, materiaal en vorm van de dag. Een helder verhaal. Overzichtelijk en acceptabel. Ware het niet dat de natuurlijke fietsordening de laatste tijd wreed verstoord wordt door de gemotoriseerde fiets. Altijd wind mee.

Polderpoem

Een lekke band. Het handige doosje met lijm en rubberen plakjes biedt uitkomst. Solutie. Slechts één korte tocht houdt het plaksel stand. Opnieuw is de band lek. Gedragen door de laatste lucht bereik ik de voordeur. Noodgedwongen zet ik mij eerder achter beeldscherm en toetsenbord dan ik me had voorgenomen. Een lekke band.
Ik dicht:

Kabouterhorror

Qua muzieksmaak verschillen wij op zich niet heel veel. Waar ik ook geboeid ben door wat meer experimenteel heeft hij een neiging naar de wat meer melodieuzere muziek. Maar onoverbrugbaar is dat zeker niet. Accenten zijn het. Bovendien zijn we beide aardige mensen die wel tegenstellingen zien maar niet zoeken. We hebben in eerste instantie begrip. Gezamenlijk bezochten wij de afgelopen jaren dan ook regelmatig concerten. Met genoegen.

Polderwind

Onschuldig is de wind. Zij blaast slechts van hoog naar laag. Soms met overtuiging soms wat terloops, vanuit willekeurig welke hoek. Haar tegen kan ik haar dan ook niet aanrekenen. Tegen is mijn keuze. Niet vanwege de bestemming overigens. Vooral vanwege de verwachte tegenprestatie. Mee.

Polderfeest

Ze kwamen uit de bekende en minder bekende lager gelegen delen van de streek. Uit de Beemster en de Schermer. Uit de Mijzen en de Eilandspolder. Maar ook uit de Wimmenummer polder, Philisteinse polder, Damland en Bergermeerpolder. In de stad kwamen ze samen. In de stad was het feest. De lokale voetbalclub was kampioen.