Giegen

Jarenlang heb ik het vervloekt. Jarenlang heb ik het afgezeken en afgekraakt. Wilde er niets van weten, vooral niets van horen. Vandaag kom ik naar buiten. Voor het eerst. Met lichte blosjes op mijn wangen roep ik hardop uit het internetraam: mijn harddisk bevat giegen aan em-pee-drie’s!

de Steeg

Opnieuw hebben nepagenten in Amsterdam toegeslagen. Japanse toeristen werden naar een steeg gelokt waar een poging tot beroving werd gedaan. Over de steeg der verwarring en hoe een beroving anders afliep dan gepland.

Boekieboekie

Muziek! “Ik heb een boe boe boekje op mijn tafelhoekje en daarin schrijf ik alles over jou.” Erg leuk zo’n zomerliedje over een waterscooter, voor Laura althans, helaas gaat na drie weken vakantie die melodie niet meer uit mijn hoofd. Terwijl ik alleen maar bedenk dat ik geen Moleskine heb, maar een eenvoudig no no notitieboekje. Ach, ik ben nu eenmaal geen Hemingway.

Kwebbeltje

We maken een ritje met de auto. Alle rode auto´s worden geteld. De blauwe zijn al aan de beurt geweest. “Waar gaan we naartoe? Zijn we er al? Ik kan al zonder kinderzitje. Mag ik nog een snoepje? Kijk daar rijdt een politie. Ik ben gestoken door een mug. Eén. Twee. V… Een, twee, drie. Pappa, ik heb zes bulten. Dat is van een vrouwtjesmug. Die heeft me flink te pakken gehad, zeg! Mannetjesmuggen steken niet, hè pappa. Zijn we er al?”

Doodgaan doe je alleen

De vriend van een doofstomme vrouw krijgt een epileptische aanval en valt in het water. Ze klampt omstanders aan. Niemand die haar begrijpt, niemand die haar wil begrijpen. De chauffeur van een LPG-tankwagen zit beklemd en verbrandt levend in zijn cabine. Een vrouw valt in het kanaal, de fiets met haar tweejarige dochtertje in het o zo veilige kinderzitje, zinkt naar de bodem. Hoe komt ze nu bij haar dochter? Het besef hoe alleen je op deze overbevolkte wereld kunt zijn, doet mij pijn.