De kunst van misantropie

‘Schapen zijn het. Stuk voor stuk. De een nog beïnvloedbaarder dan de ander. Allemaal bang om uit de toon te vallen. Maar zelfstandig denken, daar hebben ze nog nooit van gehoord. Of nooit aan gedacht. Daar zijn ze dan weer te schaapachtig voor en niet zelfstandig genoeg. Helaas.’ ‘Laten we daar op drinken,’ besloot mijn compagnon, waarop we onze glazen triomfantelijk tegen elkaar klonken. Als misantropen onderling deden we ten slotte niet voor elkaar onder.

Versleten jas

Soms wenste ik dat alles hetzelfde was gebleven. Dat jij nog steeds dezelfde versleten jas droeg waarvan ik telkens zei dat hij aan vervanging toe was en dat jij me voor de zoveelste keer boos toe zou spreken op momenten dat ik het niet kon laten om weer op een overdreven tijdstip wankelend de slaapkamer te betreden. Jij was iemand van regels en ik was degene die ze maar al te graag overtrad. En toch belette ons dat niet om elkaar als enige gelijke te zien. Om samen te streven naar wat we alleen niet konden bereiken, en om te houden van, zelfs al dachten we elkaar soms te haten.

Overtuiging

Telkens opnieuw luister ik hetzelfde ellendige lied, maar ik neurie mee, mezelf verwonderend over die stem, die stem die weet en voelt zoals ook ik weet en voel.
Hoe het is om te vallen.
Hoe het is om te blijven liggen.
Hoe het is om jezelf te bedriegen, en om de rol van masochist vrijwillig aan jezelf toe te bedelen.

Eindstation

Het is kwart voor een en ik ben de enige nog overgebleven passagier. Conducteurs heb ik in geen tijden meer gezien; de laatste inzittenden voor mij zijn al zeker een half uur geleden uitgestapt. Ik staar naar de donkergrijze lucht, waar vanuit het oosten helse bliksemflitsen een weg naar beneden zoeken. Een onheimelijk gevoel bekruipt me, alsof ik alleen op de wereld ben, overgeleverd aan een trein die me, god weet waar naartoe, zal brengen. Bleke sterren steken vaag af aan de hemel, alsof ze een signaal willen afgeven; een teken van houvast in een vreemde ongrijpbare nacht.