Herfstkind

Ik leid haar maar wat ze niet weet is dat zij het is die mij leidt. Ze opent mijn ogen, vervangt ze door die van haar, en toont me de wereld als een speeltuin waarin fantasie en werkelijkheid in harmonie samensmelten.

[i]Mijn kleine straatvechtster, mijn nuchtere droomster.[/i]

Laat me los, hou me vast

Laat me los. Alsjeblieft. Ik voel je niet. En mezelf wìl ik niet eens voelen. Soms neem ik iets in mijn hand en moet ik het zo snel mogelijk weer loslaten. Een mes dat valt. Een stuk glas van een gebroken spiegel dat ik plagend tegen mijn pols druk. Maar de vloer werkt als een magneet. En het stuk glas vermenigvuldigt. Talloze moordwapens, gecreëerd in een nanoseconde.

Dissonant

Ze fluistert poëzie. Woorden, met zorg aaneengeregen, voortvloeiend in een gevoel, een verlangen, een huwelijk van taal en betekenis. Haar stem is zacht, maar dringend. ‘Begrijp je het?’ vraagt ze. ‘Begrijp je wat ik je wil zeggen?’ Ik knik. Ik knik maar begrijpen lukt niet. Het enige wat ik wil is verdwalen. Eeuwig ronddolen in haar landschap van woorden. Woorden die klinken als muziek, maar geen noten nodig hebben om zich aan vast te houden.

Rabarber

Ik droom om te vergeten. Om niet langer na te hoeven denken over de dingen des levens of de dingen des doods. Of over de evolutietheorie versus het Creatonisme. En om eindelijk mezelf af te kunnen sluiten voor mijn eeuwigdurende strijd: het maken van keuzes. Iedere dag gaat het weer hetzelfde: vandaag wel of geen wortels, morgen wel of geen bonen en overmorgen wel of geen rodekool? Soms wenste ik dat ik iedere dag in een ander land mocht wonen. Landen waarin groenten als aardpeer, kardoen, okra en pandanblad de normaalste zaak van de wereld zijn.

De bloedvrouw

In de verte hoorde ik haar schreeuwen: de bloedvrouw. Keer op keer haar wrede dood herbelevend. ‘Sommige, nee, veel verhalen zijn ooit door mensen bedacht. Dat soort verhalen worden ook wel legenden genoemd’ vertelde mijn moeder mij dan wederom. Maar dat ik dit verhaal van niemand ooit te horen had gekregen liet ik bewust achterwege. In mijn beleving bestond ze echt. En ze vraten haar op. Gulzig vraten ze haar op. Grote, zwarte bloeddorstige honden. Ze scheurden haar aan stukken; ik kon zelfs haar botten horen kraken.