Beest.
De stad roept.
Driest, triest, gelijk een circusdier, dolend over het mistige plein onder de hoge brug. [i]Het[/i] mist veel.
Duisternis, vroeger was je, van [i]het[/i]. Geluk is anders in het donker.
Vroeger was [i]het[/i] anders. Volledig, anders. Volledig, op zoek, dorstig, maar anders. [i]Het[/i] mist veel.
Wacht maar tot ik groot ben!
Zien ze het aan me? Wie neemt [i]het[/i], wie geeft [i]het[/i]. Straatlicht, madelief en lichtekooi. Uitgedoofd. Oog omhoog . Oog en droog schoppen naar de maan, gluren door de ruiten.
Pancreas, maaginhoud, strottenhoofd, wurgen, bijl, houw en hak, die moet je hebben. ‘Afmaken.’
Harteloos, zonder dogen. Smeken voor entree, vloeiende strijd met rilling als dessert.