Pas op, Zorgen!

Zonder de gebruikelijke arrogante tred beweeg ik me richting Kalmthoutse heide. Met half toegeknepen ogen turend over het droge gedeelte lijkt het alsof ik me in een woestijn bevind.
Niet op een paard maar naast een hond. Een hond met een naam. Mijn eigen naam ben ik niet vergeten.

De zin is van alle tijden

Het is vaak al donker als ik voor de laatste wandeling met de terriërs mijn woning verlaat.
Achter het tehuis voor oude mensen, voorbij het hertenkamp ver van de bewoonde wereld, heerst rust. Échte rust.
Bomen, elektriciteitspalen en telefoondraden steken grillig af tegen de relatief lichte horizon. Het tafereel onder een sterrenhemel, met de drie eiken waar de volle maan gedeeltelijk bovenuit komt, doet me denken aan een willekeurig schilderij van Jeroen Bosch.

Beest

Beest.

De stad roept.
Driest, triest, gelijk een circusdier, dolend over het mistige plein onder de hoge brug. [i]Het[/i] mist veel.
Duisternis, vroeger was je, van [i]het[/i]. Geluk is anders in het donker.
Vroeger was [i]het[/i] anders. Volledig, anders. Volledig, op zoek, dorstig, maar anders. [i]Het[/i] mist veel.
Wacht maar tot ik groot ben!
Zien ze het aan me? Wie neemt [i]het[/i], wie geeft [i]het[/i]. Straatlicht, madelief en lichtekooi. Uitgedoofd. Oog omhoog . Oog en droog schoppen naar de maan, gluren door de ruiten.
Pancreas, maaginhoud, strottenhoofd, wurgen, bijl, houw en hak, die moet je hebben. ‘Afmaken.’
Harteloos, zonder dogen. Smeken voor entree, vloeiende strijd met rilling als dessert.

Zo, dat lucht op!

Godverdomme, het lijkt erop dat ik al weer achttien jaar ouder ben!
In augustus 1990 zag mijn zoon het eerste levenslicht in Reet, een donkere deelgemeente van Antwerpen.
Mijn vriendin droeg laag. En nog niet zo’n beetje ook. Lage dracht geeft volgens kenners, vrouwen, vriendinnen en moeders
vijftig procent kans op een baby van het mannelijke geslacht.

Asielzoekers

Asielzoekers.
Triestige affaire. Gelukkig heb ik er een gevonden. Al die droevige en doffe ogen die bij het korte aanhalen even gaan blinken. Echt, ze vragen met hun ogen om mee te mogen naar een veilig warm nestje. Ze vragen met hun kijkers om nog heel even wat liefde te mogen ontvangen. Gelukkig weten wij niet wat voor verdriet ze al in hun leven hebben meegemaakt. Gelukkig weten zij niet wat er allemaal nog boven hun hoofdjes kan hangen.