Vandaag

Je kent ze wel, van die dagen dat alles meezit. Heerlijk is dat. Als mijn wekker gaat, ben ik dan direct wakker. Omdat ik niet snooze, voel ik me dubbel zo goed en energiek, want dit is toch op z’n minst een unicum! De douche is een heuse weldaad en als ik in de spiegel kijk, zijn de wallen van gisteren verdwenen. Ik scheer me, zonder ook maar één irritatie en als ik mijn kleren aantrek, zie ik er verdomd lekker uit. Het is waar: als je je goed voelt, straal je dat zeker uit. (Of je wordt blind van narcisme, dat kan ook natuurlijk.)

Zo, nu eerst een Bavaria…

Je hebt van die commercials die iedereen snapt en waar nauwelijks over wordt gesproken. Er zijn er ook die niemand snapt en daarover wordt ook niet gesproken. Tot slot zijn er nog commercials die maar door een selecte groep worden begrepen. De drie vrienden van Amstel bijvoorbeeld. Zij spelen nu in een commercial waarin ze op vakantie lijken te zijn en ze voldaan ontspannen. Zo, nu eerst een Bavaria! Huh, Bavaria? Is dat nu overgenomen door Amstel? Of zag ik het slecht en hebben ze een geintje gemaakt en staat er eigenlijk: ‘Zo, nu eerst een Amstel?’

De pitch!

De pitch is een bijzonder verschijnsel in reclameland. Een soort noodzakelijk kwaad. Maar waarom ik er nog aan meedoe, ik zou het niet weten. Zeker niet als je bedenkt dat je voor zot wordt verklaard als je het in een willekeurige andere sector gaat toepassen.

De impact van reclame!

Dat de reclame steeds meer ingrijpt in ons dagelijks leven is onvermijdelijk. Maar er zijn grenzen! Zelfs als reclameman kan ik me druk maken over de invloed van een leuke slogan op het dagelijks leven. Vooral als het om mijn eigen leven gaat.

Wie redt de vakantie-entertainer?

Het entertainment in vakantie-oorden, je zou die mensen moeten redden van hun eigen vernedering.
‘Eim nowa guwl nojè a woma.’ Als je dit in één keer kunt ontcijferen, ben je echt knap of op z’n minst een professioneel entertainmentartiest.

Rotterteef

Soms schaam je je gewoon voor het gedrag van medereizigers.
De Rotterdamse dendert de cabine binnen. ‘Nou, wat stom, kan niet iedereen op z’n eigen plek gaan zitten? Dit is toch belachelijk, zal ik eens even regelen dat we strax niet met z’n allen door die cabine moeten worstelen?’ Haar vriendin valt haar bij: ‘Stèèèèwarrrd’ schalt er door de cabine. Alsof ze een ober op denigrerende wijze bij zich roept. De mannen die blijkbaar bij de dames horen, zuchten gelaten. Blijkbaar hebben ze vaker met dit bijltje gehakt.