‘Ga je dat echt doen?’ vroeg Connie.
Spicht zat al weer in de trein. Ze had haar verhaal gedaan. Ik had beloofd te helpen. Maar ik zag er als een berg tegenop.
‘Ja,’ zei ik. ‘Denk vooral niet dat ik het leuk vind.’
‘Je bent gek,’ zei ze. Maar het klonk niet overtuigd.
‘Heb je nagedacht wat er allemaal kan gebeuren als ik het niet doe?’
‘Dat ze er dan achter komen waar we nu zitten.
‘Dat bedoel ik.’
‘Geloof je dat echt?’ vroeg Connie.
‘Nee. Maar ze is hartstikke zenuwachtig. En die Alex is geen lekkere jongen. Ik heb met haar te doen.
‘Dan moet je helemaal terug, het is een eind rijden.’
‘Weet ik. Maar als het lukt betekent het voor ons een stuk minder spanning.’
Connie knikte. Ze begreep wat ik bedoelde. Als de affaire Spicht bij Willem naar tevredenheid was afgerond zou Willem ook niet meer boos zijn op ons. We zouden er niet meer komen, dat stond vast.
‘Val je daar met de deur in huis?’
‘Nee. Ik ga eerst JP bellen.’
‘Wat zeg je?’
‘Dat ik hem wil spreken.’
Connie knikte. Ik ging een poging wagen. Ik zou wel zien wat het werd. ‘Ik ben benieuwd,’ zei ze.

‘Met Jean.’ Hij klonk kortaf. Snauwde zelfs een beetje. Slecht voorteken dacht ik. Misschien net ruzie gehad.
‘Met Pierre Zondag.’
‘Hallo?’ klonk het nu verbaad. ‘Meneer Zondag, lang niet gesproken.’
‘Ik zou eens met u willen spreken. Kan ik een afspraak met u maken?’
‘Tjonge Zondag, wat doe je formeel. Is er wat aan de hand?’ Hij klonk nieuwsgierig.
‘Ja. Maar daarvoor wil ik u persoonlijk spreken.’
‘Laat dat u maar weg Pierre. Natuurlijk heb ik tijd voor je. Ik denk elke dag aan je als ik die schitterende initialen zie.’
‘Dank u wel. Wanneer zou het kunnen?’
‘Hm,’ er klonk wat gerommel. Hij raadpleegde zeker een agenda.
‘Vanavond, zeven uur, bij me thuis.’ Nu klonk hij zakelijk.
‘Afgesproken,’ zei ik

Ik belde aan. Massieve voordeur, de naam op een keurig koperen bordje. Imposant huis, nog imposantere tuin er om heen. Iemand wie het goed ging. Ik luisterde naar het melodieuze geluid van de ‘dingdong’
Ik had bijna drie uur in de auto gezeten. Tijd genoeg om lang na te denken. Om er achter te komen dat Spicht ook JP had kunnen bellen. Misschien was ze bang voor hem. Ik had ook nagedacht of het wel verstandig was wat ik deed. Dan draaiden mijn gedachten rond in een kringetje. Zou Spicht me chanteren als ik nee zei? Daar kwam ik niet uit. Dus reed ik die enorme afstand en zette uiteindelijk de wagen bij JP voor de deur.
De deur ging open. Jean Petrerière stond in de deuropening. Ditmaal geen lange jas of sjaal. Nette broek, vest, vlinderstrikje met hagelwit overhemd. Wijnrode vloerbedekking, kolenkit met paraplus’s, schilderij aan de muur, tegelvloer die blonk.
‘Kom dr’in,’ zei Jean Petrerière.
Ik liep naar binnen. Hij ging me voor naar een werkkamer.
‘Ga zitten,’ zei hij uitnodigend.
Dat deed ik. Alles oogde georganiseerd, strak, zakelijk. Groot bureau met paperassen. Groot raam er achter dat op een tuin uitkeek. Wat dingetjes aan de muur. En het was er stil.
Jean was gaan zitten en keek me bedachtzaam aan. ‘Zeg het maar Zondag.’
‘Zeg maar Pierre,’ glimlachte ik.
Nu glimlachte hij ook.
‘Het gaat om Willem,’ begon ik voorzichtig.
Jean knikte. Alsof hij alles al wist.
‘Hij had een relatie met Jenny,.
‘Weet ik van,’ knikte Jean.
‘Er is iets vervelends gebeurd,’ legde ik uit, ‘de relatie is verbroken.’
‘Heb ik van gehoord.’
‘Daar zijn wij min of meer mede schuldig aan.’
Jean keek me onderzoekend aan.
‘Maar ik ben hier omdat Willem Jenny lastig valt via Alex.’
Het gezicht van Jean veranderde.
‘Alex,’ mompelde hij. Ik kon niet uitmaken wat hij dacht of wat hij er van vond.
‘Nou heb jij nogal overwicht op Willem. Zou jij hem niet kunnen overreden ermee te stoppen.’
‘Alex,’ knikte Jean bedaard. ‘Niet zo’n leuk mannetje.’
Ik zuchtte. Dat was hij in ieder geval wel met me eens.
‘Dat bedoel ik,’
Jean keek me een hele poos zwijgend aan.
‘Waarom behartig jij Jenny’s zaken?’
‘Ze vroeg het me.’
‘Durft ze het zelf niet te vragen?’
‘Geen idee.’
Jean knikte. ‘Ze is bij jou geweest. Ze dacht dat ze jou wel voor haar karretje kon spannen.’
‘Misschien,’ zei ik voorzichtig
Jean keek me peinzend aan. Toen ging hij achterover zitten. Hij had een besluit genomen.
‘Ik wil je helpen,’ begon hij.
‘Fijn,’ zei ik.
‘Als jij een klusje voor me wilt doen.’
‘Natuurlijk’ bood ik aan.
Jean glimlachte. ‘Niemand durft er aan te beginnen. Jij zegt ja voordat je weet wat het is. Grappig.’
‘Dat is zo,’ erkende ik.
‘Maar eerst moeten we samen met Willem praten.’
Ik bevroor. Daar had ik niet aan gedacht.
‘Moet dat,’ vroeg ik ongemakkelijk.
‘Ja,’ zei Jean. ‘Willem moet wel snappen hoe de zaken staan. Het moet hem echt duidelijk worden.’
‘Ik ziet dat niet zo zitten,’ zei ik.
‘Dan gaat het niet door,’ zei Jean bot.
Ik schuifelde ongemakkelijk op mijn stoel heen en weer. Willem zien was het laatste wat ik wilde.
‘Ja of nee,’ vroeg Jean ongeduldig.
‘Ja,’ hoorde ik mezelf zeggen


1 reactie

gast · 15 mei 2003 op 08:25

” zeg ”
niet om het 1
of ander, en je zal het wel niet geloven, en het zal wel weer off-topic zijn maar;
E.O. bary heeft wel het nummer van de minister president minister van algemenezaken Mr.Dr. J.P. Balkenende.
En u niet en die onbijtkoek Peijnenburg al helemaal niet !

Geef een antwoord