Bemoeial. Mooi woord vind ik dat. Soms zeggen woorden precies waar ze voor staan. Be-moei-als; mensen die zich overAL mee bemoeien. Om moei van te worden. Gisterenavond kwam ik er nog één tegen, zo’n bemoeial. Ik was aan het hardlopen en ik liep mijn vaste rondje over de Singel. Een weinig comfortabele route om te lopen, moet ik zeggen, want als je net een beetje in je ritme zit, moet je alweer vaart minderen: stoplicht. Na twee keer achter elkaar noodgedwongen in de remmen te hebben gestaan, besloot ik bij stoplicht 3, tijdens een korte analyse van het aankomende verkeer, dat ik door rood ging rennen. Er kwam geen auto, (brom)fiets of ander belemmerend voertuig aan, dus ik dacht ‘doorgaan!’.

Na nog geen twee stappen als wettelijke overtreder, hoorde ik achter mij een luidde stem: ‘JONGEDAME’. Natuurlijk reageerde ik niet. Als het de stem van een politieman was, dan zou ik het snel genoeg merken. De stem herhaalde zich: ‘JONGEDAME, U RENT DOOR ROOD!’.
Dat klopt, dacht ik en ik rende door. Hijgend kwam een man naast mij fietsen. Ik wierp snel een blik opzij en keek in de ogen van een besnorde man. Zijn snor minstens zo irritant als zijn stem.
‘U rende door rood en dat mag niet’.
‘Dat klopt, maar dat doe je soms als je aan het hardlopen bent’ zei ik en ik vroeg me daarna direct af waarom ik mezelf verdedigde tegen deze besnorde bemoeial.
‘Weet u wel wat u daarmee kunt veroorzaken?’
‘Ja, maar er kwam geen verkeer aan en ik had geen zin om weer uit mijn ritme te zijn’.

Mijn antwoord was niet bevredigend voor meneer snorremans en hij bleef naast me fietsen. Vol overtuiging gaf hij me zijn conservatieve visie op de asociale burger van tegenwoordig. Geen mens dacht nog aan elkaar, stelde hij. Helemaal de jeugd niet. Hij keek me verwijtend aan. Gelukkig zag hij me nog voor ‘jeugd’ aan en heel even vond ik de man wat vriendelijker dan voorheen. Dat gevoel verdween snel weer toen hij zijn monoloog hijgend voorzette (let op! De beste man zat hijgend op zijn fiets; zo hard rende ik dus!).
‘Ik vind dat de jeugd van tegenwoordig opnieuw moet worden opgevoed. Normen en waarden leren. Dat moeten ze’.

Ik bleef zwijgen. Ik was een beetje verward, voor zover dat kon onder het hardlopen. Enkele minuten geleden rende ik door rood en nu kreeg ik een preek van een onbekende man, met irritante snor, die mij bestempelde als jeugdige met zeer misplaatst wangedrag.
‘Maar jongedame, ik vroeg je wat. Waarom rende je door rood?’
Het zweet op mijn voorhoofd begon langzaam te koken en ik keek de man boos aan.
‘Waar bemoeit u zich mee? Had u er last van? Nee, dus fietst u álstublieft door’ spuwde ik. Ik balde mijn vuisten en zette mijn versnelling een standje hoger, zodat meneer snorremans achter mij kwam te fietsen.
Hijgend hoorde ik hem prevelen: ‘Ik heb er geen last van, maar….’. Altijd dat ge-maar. Mensen die zich ergens mee bemoeien hebben altijd een ‘maar….’. Meestal valt na deze ‘maar’ een stilte. Die stilte benutten de bemoeials om iets nieuws te bedenken waarmee ze zich kunnen bemoeien. Meneer snorremans had hier niet lang voor nodig.
‘Ik wil alleen even zeggen, dat je beter zo’n fluorescerend vestje aan kunt doen, want áls je dan door rood rent, dan kunnen anderen je tenminste nog zien in het donker’.
Zucht.


5 reacties

LouisP · 25 april 2010 op 01:15

Hoi Roxanne,
hela, grappig stukje…..tussen haakjes kun je wat mij betreft weglaten en die zucht….allee vooruit maar…..grappig stukje….
groet,
Louis

Ontwikkeling · 25 april 2010 op 12:12

Leuk! :hammer:

Anne · 25 april 2010 op 12:33

Leuk stukje!

SIMBA · 26 april 2010 op 08:06

Vast een gepensioneerde politieagent 😀

Fem · 26 april 2010 op 13:44

:hammer: Wat een beMOEIlijke mensen heb je toch!!!

Geef een antwoord