Er liep een man in een blauwe overal bij de Moskwitsch. Hij zag er fatsoenlijk uit. Ik kon me niet voorstellen dat het een vriend van Willem was, die zagen er gewoonlijk anders uit.

Ik haalde het onkruid tussen de planten vandaan in de voortuin. De tuin zag er keurig uit. Ik keek even op. De tuin van Willem was een woeste chaos. Zo ongeveer moest de aarde er op de eerste scheppingsdag hebben uitgezien. Met dit verschil dat de tuin van Willem absoluut niet ledig was. De Moskwitsch stond prominent aanwezig te zijn tussen hoog opgeschoten groen.

De man in overal deed de motorkap open, wierp een blik naar binnen, deed de motorkap weer dicht en opende het portier. Hij keek aandachtig naar binnen en sloot het portier. Vervolgens keek hij over de auto heen. Hij zag me staan en knikte. Ik stond op en liep naar de lage heg tussen de twee percelen. Hij kwam ook naar de heg.

‘Dag meneer,’ zei hij.

‘Dag,’ zei ik.

‘Ik ga hem strippen,’ knikte hij naar de Moskwitsch.

‘Alles eruit wat erin zit,’ had ik inmiddels geleerd.

‘Tamelijk veel werk,’ zei hij. ‘Je komt de gekste dingen tegen. Maar misschien kan de motor blijven zitten. Die ziet er nog goed uit. Een beetje sleutelen, wat nieuwe onderdelen en wat afstellen.’

‘Bent u automonteur?’ vroeg ik.

‘Laat ik me eerst eens voorstellen,’ zei hij en stak een hand uit. ‘Ben Meijers. Ik ben inderdaad automonteur.’

Ik schudde hem de hand. ‘Pierre Zondag. Willem heeft mij ook gevraagd er wat aan te doen.’

Ben knikte. ‘Dan heeft u hebt het dashboard er zeker uitgehaald.’

‘Klopt,’ knikte ik. ‘Misschien doe ik nog een kleinigheidje, maar meer ook niet.’

‘Ik doe het strippen en ik zet het er weer aan,’ verklaarde Ben. ‘Willem heeft een mannetje voor het laswerk.’

‘Dan komt het plamuren en schuren,’ zei ik.

Ben knikte. ‘Dat doet weer een ander.’

‘Een hoop werk allemaal,’ merkte ik op.

‘Het moet even gebeuren,’ zei Ben.

‘Moet?’ vroeg ik.

Ben zweeg. Hij keek naar het huis van Willem. Keek toen weer naar mij. Je kon zien dat hij het besluit nam dat hij het er wel op kon wagen. ‘Moet,’ knikte hij.

Ik keek hem afwachtend aan. Er was een vreemd gevoel in me. Het maakte me onrustig.

‘Willem krijgt nog geld van me.’ Ben haalde de schouders op. ‘Eigenlijk is het niet eerlijk zoals het is gegaan. Maar goed. Ik kan het afkopen met die auto.’

Afkopen, dacht ik bevreemd. Ging dat altijd zo met Willem. ‘En als je ‘m gewoon laat stikken?’ stelde ik voor.

Opnieuw keek Ben naar het huis en daarna weer naar mij. ‘Dat kan niet,’ zei hij somber. Hij schudde zijn hoofd. ‘Ik heb er wel aan gedacht. Maar dan komen John of Alex.’

‘Wie?’ vroeg ik. Er trok een koude rilling over mijn rug. Ik geloofde mijn oren niet.

‘Twee jongens die er voor zorgen dat je graag betaalt,’ knikte Ben.

Ik keek hem geschrokken aan. Zie je wel! Er was iets mee. Alleen die Alex al! Ik herinnerde me nog te goed de blik die hij mij had toegeworpen toen de Moskwitsch arriveerde.

‘Dus toch!’ mompelde ik.

‘Wat bedoel je?’ vroeg Ben.

Ik vertelde wat ik wist van John en Alex.

‘Geen beste jongens,’ zuchtte Ben. ‘Maar goed. Ik doe wat aan die auto en dan ben ik er vanaf.’

‘Je zei dat het niet eerlijk was,’ merkte ik op.

‘Laten we er maar niet over praten,’ zei Ben plotseling kort.

‘Ik wilde juist vragen of dat niet met Willem bespreekbaar is.’

‘Vergeet het maar,’ zei Ben. Hij keek me recht in mijn gezicht. ‘Het is niet dat hij keihard is, of dat het met handelsinstinct te maken heeft. Het is zijn manier van denken. Te simpel voor woorden.’

‘Hokusai Bon,’ knikte ik.

‘Wat?’ vroeg Ben.

Ik legde hem uit over de televisie serie.

‘Dat bedoel ik,’ zei hij. ‘Dan heeft hij iets in zijn hoofd en dan moet het zo gebeuren. Daar helpt geen lieve vadertje of moedertje aan.’

‘Plank voor de kop,’ knikte Ben.

‘Niet verstandig mee te redeneren,’ begreep ik.

‘En als je het met hem oneens bent, komen John of Alex.’

‘Eigenlijk kan dat niet,’ zei ik nadenkend.

‘Maar het gebeurt en je doet er niets aan,’ zei Ben. ‘Maar kom, genoeg gekletst, ik ga aan de slag. Ik wil vanavond weer op tijd terug zijn.’

‘Ik knikte en liep terug naar de tuin. Plotseling stond dat ‘kleinigheidje’ me enorm tegen. Misschien moest ik ondanks alles toch eens een babbeltje met Willem maken.


0 reacties

Geef een reactie