‘Ja, wat mot je!’
Het schriele kereltje stond in de deuropening van de kleine arbeiderswoning en keek Willem bars aan. Ik keek ongemakkelijk toe. Na lang nadenken had Willem besloten een van zijn vroegere maatjes op te zoeken die wel eens iets in video’s deed.
We waren in mijn auto naar een van de oudere wijken gereden. Oude vooroorlogse huisjes. Smalle straatjes met kolossale plantenbakken als snelheidsremmers. Spelende kinderen. Parkeervakken. Kerels aan het sleutelen. We moesten bij een van de oude huizen zijn. Witte muren, laag dak. Kleine voortuin waarin onkruid welig tierde. Willem stapte uit, liep het tuinpad op en drukte onbekommerd op de bel. Een moment later klonk er gerucht in de gang en deed iemand de deur open. Een schriele man in zwarte coltrui en broek.
‘Ha, die Willem,’ grijnsde hij. ‘Lange tijd niet gezien. Wat is er aan de hand!’
‘Kgajoueffe een ramvoorjekopgeve,’ speelde Willem het spelletje mee. Ze namen allebei een bokshouding aan en voerden een paar plaagstoten uit.
‘Jemotme evehelpe,’ gebood Willem.
‘Kom d’r eerst ‘ns in ouwe boef, en wie heb je meegebracht?’
‘Pierre Zondag,’ zei ik voorzichtig.
‘’Ik ben Bertus Makkeluk. Willem dacht natuurlijk, kom we gaan ‘ns bij Bertus langs.’
‘Kheb een video,’ zei Willem.
‘Ja, tuurlijk, anders was je niet gekomen,’ grijnsde Bertus. ‘Ishet porno of heb je je vriendin gefilmd?’
‘HokusaiBon,’ zei Willem onverstoorbaar.
‘Kijk jij daar naar?’ vroeg Bertus ongelovig. ‘Man, das toch voor kinderen?’
‘HokusaiBon, mijnheld,’ zei Willem rustig.
Bertus knikte en haalde de schouders op. ‘Nou, wat is er met die video?’
‘Mottenweeenkopie vanhebbe.’
‘Da’s alles?’ vroeg Bertus.
Ik knikte.
‘Geef op dat ding, doen we even. Kunnen we gelijk even bijkletsen. Pilsje?’
We liepen de gang in de kleine kamer in. Een nette vrouw zat aan tafel te rommelen met papieren. Op de televisie naast haar draaide de herhaling van een soap.
‘Jannie,’ dit is Willem. ‘Ken je nog wel.’
‘Dag Willem,’ zei Jannie.
‘En dat is, hoe heet je ook al weer?’ Bertus keek me gefronst aan.
‘Pierre Zondag,’ herhaalde ik mijn naam.
‘Juist, da’s een maatje van Willem.’
De vrouw keek me vluchtig aan. Ze veegde de papieren bij elkaar en deed ze in een map.
‘Willen de heren iets drinken?’
‘Doe ze maar een pilsje,’ zei Bertus.
De vrouw liep naar de kleine keuken. Alles leek hier klein. Zelfs het plafond was aan de lage kant. Ik keek tussen de potplanten door naar de weg. Er speelden kinderen rond de auto. Fietsjes, steppen, en zelfs een blaag op skates. Ik durfde niet te denken aan deuken of krassen.
Bertus zag mijn blik. Hij stapte naar het raam en knalde zijn knokkels tegen het glas. ‘Oprotten!’ brulde hij.
De kinderen schrokken en reden haastig een andere kant uit. Bertus had de wind er onder.
‘Waar heb je dat ding?’
Willem overhandigde hem de video.
‘Doe ik in m’n werkkamer,’ zei Bertus. ‘Momentje.’
Hij stapte de gang in, liep de trap op en was weg.
‘Nou, dat is vlot geregeld,’ merkte ik op.
Willem knikte. ‘Bertusistoffepeer.’
‘Gaat dat snel zo’n kopie?’ vroeg ik.
‘Weetniet,’ zei Willem. ‘Heteindstaaternietop.’
‘En nu?’ vroeg ik.
Hij keek me duister aan. ‘Kujjedatvoor me uitsoeke?’
‘Wat bedoel je?’
‘Hoehetafloopt.’
Ik zuchtte. ‘Als het eind niet op de band staat, hoe moeten we dat dan weten?’
‘Jehebhetbeloofd,’ dreinde Willem.
‘En die band moet nog terug,’ herinnerde ik hem.
‘Jaja,’ mompelde Willem. Het was duidelijk. Hij wilde een kopie van de band en de rest kon hem gestolen worden.
‘En jij helpt me daarmee,’ zei ik stellig.
Hij keek me aan. Het was net of hij moest lachen, maar het niet deed.
‘Of niet?’ vroeg ik dringend.
‘Kzalzien.’
‘Niks ik zal zien. Je helpt me, anders haal ik nu die band op, breng het ding terug en zeg ik tegen Bertus, bedankt, maar het feest gaat niet door.’ Ik stond versteld van mezelf. Maar ik had in het korte ogenblik mijn grenzen verkend. En dit was de rand.
Ik stond op. Klaar om de band uit Bertus’ vingers te trekken.
‘Tuurlijk,’ mompelde Willeem. ‘Wasmaareengrapje.’
‘Niks grapje,’ snauwde ik. ‘Als die kopie klaar is gaan wij naar Hilversum. Jij stopt die band terug. Ik hou die vent aan de klets.’
Er was een glimp van bewondering in Willems ogen. Dit was taal die hij begreep. Het was duidelijk.
‘Endiedertig seconden,’ vroeg hij.
‘Daar praten we nog over,’ zei ik.
Bertus roffelde de trap af. ‘Die loopt,’ zei hij.
De vrouw van Bertus kwam de kamer in met flessen bier.
‘Hoe lang gaat dat duren?’ vroeg ik en keek demonstratief op mijn horloge.
‘Hij staat op snel,’ zei Bertus. ‘Een kwartiertje.’
Ik knikte. Een pilsje kon wel. En dan moesten we weg.
‘Kunnen we mooi even naar mijn verzameling kijken,’ zei Bertus. Hij grijnsde.
Willem grijnsde ook.


0 reacties

Geef een antwoord