Het bloedmooie meisje aan de kassa zei : zestienduizend rupiah, oom. Ik schrok, niet omdat zij mij aansprak met oom, want dat is hier de gewone aanspreektitel voor iemand die men goed kent en ouder dan veertig is, maar wel wegens de prijs van een grote fles Bintang bier van 620 ml.

Gisteren kostte die fles nog 0,90 Euro, zei ik, en vandaag 1,15 Euro ? Maar oom toch, zei de kassierster, weet u dan nog niet dat er nu stickers op de flessen worden geplakt ? Die stickers kosten veel geld hoor.

Ik had de stickers niet gezien. Ze waren minuskuul en plakten op elke fles.

Waarom stickers ? vroeg ik. Een bewijs dat de belasting is betaald, zei zij.

Het meisje nam haar tijd om mij alles uit te leggen. Andere klanten werden niet boos, stonden niet te drummen in de rij aan de kassa zoals men dat in het Westen ziet. Zij kwamen in een kring rond mij en de kassierster staan en luisterden nieuwsgierig naar haar uitleg. Zo gebeurde overdracht van informatie in de 19de eeuw, dacht ik. Die wachtenden aan de kassa hebben geen toegang tot het internet en lezen nooit kranten. Televisie hebben zij meestal wel, maar de Indonesische TV geeft enkel rooskleurige analyses van het nieuws. Het ministerie van informatie dat geen informatie geeft maar wel censuur uitoefent zorgt daar voor.

Kijk, zei de kassierster, het zit zo in elkaar : de kleinzoon van ex-president Soeharto heeft een deal gemaakt met de goeverneur van Bali : jij vaardigt een provinciaal decreet uit dat er stickers moeten komen op de flessen bier, en ik druk de stickers. Dan koopt de provinciale overheid van Bali met overheidsgeld mijn stickers aan tegen een dure prijs, ik geef je 45 procent op je rekening in Zwitserland, en we verdienen samen een mooie cent aan elke fles bier.

De omstaanders knikten boos, maar haalden hun schouders op : tja, er is niks aan te doen, hee, zei een oude man. Het is altijd al zo geweest. Wij lijden eronder, de rijken worden rijker, de regering en haar vriendjes trekken zich niks van ons aan.

Een oude vrouw zei : zo zie je maar dat de familie van Soeharto nog altijd dit land regeert.
Gelukkig drinken wij geen bier, zei een jonge meid, alleen de bleekscheten drinken bier. Iedereen lachte, want ik was de enige bleekscheet in de winkel.

Wij drinken tuak, ging zij door, en dat haal je gewoon uit de drinkboom. Laat de regering maar eens proberen daar stickers op te plakken, lachte zij.

Inderdaad, de drinkboom bestaat hier. Het is een palmboom die geen kokosnoten voortbrengt, maar wel vruchten die een alcoholische drank bevatten, die dadelijk kan gedronken worden, en bovendien steriel is, en gegist in de vrucht. Ik drink soms wel eens tuak, maar niet te veel, want je wordt er vreselijk dronken van. Omdat het zo’n gezonde drank is, heb je de volgende dag geen kater.

En zo verloopt het leven hier, tussen de lieve mensen, de corruptie, onder de tropische zon en de eeuwige onderdrukking van de armen.


3 reacties

Anne · 22 augustus 2009 op 21:46

Uhhh waggeffe, heb ik die niet al gelezen?

FatTree · 24 augustus 2009 op 08:38

Hij kwam mij inderdaad ook bekend voor, al gepost op 31/12/2007 8:12:31.

Ik vond het zelf niet erg om hem nog een keertje te lezen, en heb het dan ook met groot plezier gedaan.

Wat een heerlijke relaxte column is dit toch.

Geef een antwoord