Ze hadden ruzie. Het jongetje dat krampachtig zijn hondje kort aan de riem hield. De ander was iets ouder, een kop groter en had een mediterraan uiterlijk. Het gebeurde allemaal toen ik mijn voiture netjes langs de weg parkeerde na een dag hard werken. De donkere jongen keek boos en het witte mannetje werd nog witter, zo dacht ik te signaleren. Aan de overkant keken twee meiden belangstellend toe hoe de ruzie zou verlopen. Vriendschap is nooit zo interessant als een fikse woordenwisseling. Zeker als twee culturen lijken te botsen. Helaas kon ik niks horen vanwege het luid brommen en grommen van de auto. Mijn fantasie moest de leemtes vullen.

De donkere jongen had het woord en sprak boos met vuurspugende ogen de ander toe. Zijn armen wapperden theatraal. Zijn zuidelijke temperament was aanwezig. Woorden kregen zo meer kracht. Dat hij groter was, speelde misschien ook mee.

Heel even wilde ik direct uitstappen en als een blauwhelm de wereld terecht wijzen, de mannen de handen laten schudden, waarna vrede weer zou neerdalen uit de hemel. Maar aangezien de meeste oorlogen uitgevochten worden zonder mijn bemoeienis, besloot ik deze woordenwisseling aan mij voorbij te laten gaan. Ik wist niet waar het overging en interfereren zou waarschijnlijk de verkeerde veroordelen. Laten gaan leek me de beste oplossing, kinderen maken dagelijks ruzie en zo vinden ze ook hun weg in de wereld. Blauwhelmen kunnen ook niet alles oplossen. Dit leek slechts een kleine botsing der culturen, en zou vanzelf ten goede keren. Ik ging uit van het goede van de mens, in dit geval de zeer jonge mannen.

Toen ik de comfortabele zetel van mijn vervoersmiddel verliet, liet de zuidelijke getinte jongen de ruzie voor wat het was. Nog namopperend en scheldend verdween hij richting de fietsertunnel. Zijn armen bleven zijn woorden benadrukken. Het kleinere, blanke mannetje keek hem angstig na. Je zag het gewoon in zijn ogen. De hond hield hij nog steeds krampachtig kort aan de riem. Ergens vermoedde ik dat de ruzie ging over het kleine keffertje.

Maar goed.
Het manneke keek de ander na, reikhalzend, maar geen millimeter bewegend. Voeten leken vastgespijkerd te staan. Langzaam helde hij over naar links om maar te zien of zijn tegenstander uit het zichtveld was. Wat uiteindelijk ook gebeurde. Zijn blik richtte zich even op de meiden en hij raapte al zijn moed uit zijn vast gekromde tenen. Zijn voeten kwamen los van de aarde en hij bewoog enigszins voorwaarts. Hij hief zijn arm woest op en schraapte zijn keel: ‘Wat moet je nou bruine’, terwijl hij woest in de richting keek waar de ander was verdwenen. Trots keek hij richting de twee nog steeds toekijkende meiden. Dat had hij toch mooi opgelost.


8 reacties

Avatar

Siebe · 19 juni 2007 op 08:33

Ah mooi Fred…

En zo daalde de vrede weer neder, ook zonder jouw toedoen. 😉

Avatar

arta · 19 juni 2007 op 08:47

Slim gedaan!
Ik laat kinderen ook altijd zelf hun zaakjes oplossen en kijk dan vol verbazing dat ze dat beter kunnen dan een doorsnee volwassene!
Mooi geschreven!
🙂

Avatar

KawaSutra · 19 juni 2007 op 10:20

De beste manier van afreageren, eerst afwachten tot de ander uit zicht- en hoorveld verdwenen is. 😀

Avatar

Mup · 19 juni 2007 op 13:47

Dat wordt vast een goede politicus,

Groet Mup.

Avatar

SIMBA · 19 juni 2007 op 18:55

lekker stoer joch!

Avatar

dashuri · 19 juni 2007 op 20:04

Interessant van de eerste tot de laatste letter!

Avatar

pepe · 19 juni 2007 op 23:04

Mooi als je dit mag zien en beschrijven als toeschouwer, helaas komt er geregeld wel geweld aan te pas.

Leuk weer een column van jou te lezen

Avatar

WritersBlocq · 19 juni 2007 op 23:28

… en nog maar een paar jaar geleden was een lid van de KKK nog maar een klein ventje *…

(* of meidje)

😮

Hopelijk gaat deze de goeie kant op; laat de vrede maar eens echt neerdalen :wave:

Geef een antwoord