‘Er kwam een mevrouw aan de deur,’ zei buurman Hapers. Hij had netjes aangebeld en stond met een pakje in zijn handen. Een nette man van middelbare leeftijd. Hij werkt als administrateur bij een kleine firma.‘Een slank ding in spijkerpak,’ vervolgde hij. ‘Ze vroeg of wij dit pakketje aan jullie wilden geven. Er was niemand thuis.’ We kenden geen slank ding in spijkerpak in deze omgeving. Er was maar één verklaring. We stonden als door de bliksem getroffen naar onze buurman te kijken.
‘Bedankt,’ stotterde ik.
Hapers zag dat er wat aan de hand was. ‘Is er iets niet in orde?’ vroeg hij vriendelijk.
Connie schudde krijtwit van nee.
‘Er is wel iets,’ begreep Hapers. ‘Ik heb jullie laten schrikken. Neem me niet kwalijk hoor!’
‘We nemen u niets kwalijk,’ stotterde ik. ‘Het zit anders. Misschien leggen we het nog eens uit.’
‘Het is privé,’ begreep Hapers.
‘Ja,’ zei Connie met veel moeite. ‘Dank u wel.’
Hapers knikte. ‘Vervelend voor u hoor. Ik hoop dat het niet ernstig is.’ Hij groette en draaide zich om. Een keurige man die het tuinpad naar de weg afliep.
Connie sloot de deur.
‘Het is niet van Spicht,’ kreunde ik. ‘Dat kan niet. Niemand weet dat we hier wonen. En Spicht helemaal niet. Het is gewoon een vergissing. Een mevrouw in spijkerpak in de verkeerde straat.’
‘Maak dat pakket nou open,’ zei Connie zenuwachtig.
Met trillende handen deed ik dat. Er zat een camera in het pak.
‘Verrek!’ zei Connie, ‘De Nikon van Presto Foto!’
We keken elkaar stomverbaasd aan.
‘Ik heb nooit meer aan dat ding gedacht,’ bekende ik Connie.
‘Vind je het gek,’ zei ze hoofdschuddend. ‘We hadden wel wat anders aan ons hoofd.’
‘Maar,’ zei ik nadenkend, ‘dan is ze in ons huis geweest!’
‘Is ze nou helemaal!’ stoof Connie op. ‘Heeft ze doodleuk het reçu van de mat geraapt en is er mee naar het postkantoor geweest.’
‘En dan komt dat mens helemaal hier naar toe om ons die camera te brengen,’ knikte ik.
‘Ik krijg hier een naar gevoel van,’ zei Connie. Ze huiverde.
‘Waarom is ze hier echt?’ vroeg ik.
‘Ze heeft ingebroken!’ zei Connie. Er klonk verontwaardiging in haar stem. ‘Dat stomme mens is in ons huis geweest!’
We hadden contact opgenomen met een makelaar. Die had de opdracht het huis te verkopen in de staat zoals hij het aantrof. Met meubels, vloerbedekking en alles wat er verder stond. Gewoon het pand verkopen. We kwamen er niet meer. En geen mens hoefde te weten waar we woonden. Het zou ons veel geld kosten, maar dat moest dan maar. De makelaar had wel wat lastige vragen gesteld, maar was uiteindelijk akkoord gegaan.
‘Shit,’ zei ik.
We hadden hectische dagen achter de rug. Er waren wat gegadigden geweest. Uiteindelijk bleek een ouder echtpaar wel geïnteresseerd. We wachtten nog hoe het afliep. Ergens tussen die bezoeken in was Spicht even op visite geweest.
‘Haal die foto’s er eens af,’ stelde ik voor.
Connie liep er mee naar de computer. De foto’s waren er in twee minuten af. Ze haalde ze een voor een in beeld. We keken gefascineerd toe. Willem in de kroeg. Achter hem, net zichtbaar, Fat. Vrouwen aan tafel. Kerels bij het biljart. Sommige foto’s waren heel donker. Maar er waren ook foto’s genomen met het licht in de rug. Een van die foto’s liet Willem goed zien. Er was niets meer te zien van wat was gebeurd. Wat dat betreft konden we gerust zijn.
‘Waarom doet ze dit?’ vroeg ik.
Connie knikte. ‘Goeie vraag. Waarom heeft ze die camera niet gewoon gehouden. ’t Is een duur ding. Eerlijk gezegd leek ze me wel zo’n type.’
‘Er zit iets achter,’ beaamde ik. ‘Ze heeft een boodschap,’ ging ik nadenkend verder. ‘Ze zegt tegen ons: kijk, Willem leeft, en ik ben in jullie huis geweest.’
‘Waarom?’ vroeg Connie.
‘Waarom,’ herhaalde ik. ‘We komen er wel achter.’
Connie keek me vragend aan.
‘Ze komt hier,’ zei ik.
‘Denk je?’ vroeg Connie.
‘Ze heeft die camera afgegeven aan de buren,’ zei ik. ‘Ze wilde die camera aan ons persoonlijk geven. Als een soort excuus dat ze hier aan de deur kwam. Sorry, jullie zijn wat vergeten. Ik kom het even brengen.’ Ik zweeg even.
Connie keek me nadenkend aan. Af en toe ben ik hartstikke goed. Dan zie ik gewoon hoe de lijntjes lopen. Dat heb je nodig als je verhalen schrijft.
‘Maar wij waren niet thuis,’ ging ik dapper verder, ‘en toen gaf ze de camera maar aan de buren.’
‘Dat geeft veel minder effect,’ zei Connie.
Ik knikte. ‘Ze heeft zich vast bedacht toen we er niet waren,’ vulde ik in. Ik zag de rode lijnen nu duidelijk. ‘Ze dacht aan het effect als de buren ons de camera zouden geven. We zouden ons lam schrikken. Niet van haar maar van dat ding. En dan zouden wij vanzelf van alles gaan begrijpen.’
‘Maar dat was niet de bedoeling,’ knikte Connie.
‘Nee. Vergeet niet: het is een harde tante. Ze durft de confrontatie aan.’
‘Maar waarom?’ vroeg Connie. ‘Waarom doet ze dit?’
‘We zullen het haar vragen als ze komt,’ beloofde ik.


1 reactie

Casperio · 22 april 2003 op 10:29

Elke keer dan lijkt het verhaal tegen het eind aan te lopen… en dan komt er weer een spannende, onverwachte wending!

Ben weer heel benieuwd wat je nou weer voor ons bedacht hebt!

Geef een antwoord