In de bloemenstal wijst mijn vinger als vanzelf naar de stevige opstaande oranje bloemen. Geen zonnebloemen, nee dank u wel. Ik weet dat ze ‘mooi’ staan, zeker bij kinderen, maar ik kan geen zonnebloemen meer zien, niet in augustus. Die oranje bloemen dus. “Gladiolen!” roept de verkoper. “Goede keus!”

Gladiolen…. De dood of de gladiolen wordt de dood én de gladiolen. Onwillekeurig glimlach ik voor me uit.

In de bus ben ik niet de enige op weg naar het rijk van de doden. Moeder en dochter zijn gewapend met Kaapse viooltjes waarvan ik weet dat ze binnen de kortste keren verleppen zullen. Maar wat maakt het uit. Ze krijgen knallende ruzie in de bus, over de precieze halte waar ze eruit moeten. Moeder heeft ongelijk, zonder door te hebben dat haar leeftijd niet automatisch betekent het altijd bij het juiste eind te hebben. Gelukkig neemt de buschauffeur het van mijn plichtsgevoel over en wijst hij ze niet al te zachtzinnig op de extra kilometer nog te gaan.

Eenmaal bij de begraafplaats verlies ik moeder en kind en loop ik in mijn eentje. Het grind knerpt, de pijnbomen geuren en er heerst rust.

Ik kom er al zo lang dat ik er velen ken. Niet alleen het spektakel van de Hells Angels in hun goed verzorgde broederschapgraf (altijd aangeharkt, altijd ladingen rozen!), maar bijvoorbeeld ook de man wiens naam verloren en klein staat geschreven, onder een hele hoop hoop van Jezus. De eerste keer dat ik hem zag, dacht ik dat Jezus daar begraven lag in een symbolisch graf voor hem alleen.

Even verdwaalt een schakel in mijn hoofd en waan ik me op een camping. Zo’n camping van vroeger, waar iedereen bij elkaar en door elkaar heen kampeerde, maar waar altijd de rust en stilte heerste, waar zelfs huilende kinderen en ruziënde stellen verdwenen in een aangenaam zoemen van krekels en rondzingende oleandergeuren. Ik kan het beeld bijna aanraken, Hells Angels die daar staan met hun motoren naast hun tentjes en mijn neefje, zich nog niet bewust van met wie je wel en met wie je niet mag praten, die zich onderzoekend naar de motoren en de mannen begeeft, terwijl de tattoos hem met bezorgde argusogen maar een beetje laten begaan.

Bij het graf maak ik een vaas klaar. En vergeet ik het meisje niet dat zo vergeten is. Het meisje dat nooit meer opgezocht wordt. Ze was acht toen ze stierf, net zo oud als mijn neefje nu geweest zou zijn. Ik kan me er geen voorstelling meer van maken hoe hij er nu uit zou hebben gezien. Verder ken ik eigenlijk geen kinderen van acht. Het graf van het meisje krijgt ook een oranje gladiool. Afspraak is afspraak. Zij past een beetje op daarboven, ik denk een beetje aan haar. Zo gaat het al jaren.

Het graf is weer minder bezocht dan voorgaande jaren. Ik begrijp dat het logisch is en ik weet dat als hij een stapje verder van me was geweest, ik daar ook niet had gestaan. En toch….

Mijn nichtjes zijn in de weer geweest met hun mooiste stenen en iemand, vermoedelijk mijn oudste nichtje, heeft rood gekleurde glaskraaltjes op de letters en cijfers neergelegd. Mijn zus of mijn zwager heeft de windlantaarn aangestoken. Die heb ik nooit uit gezien, realiseer ik me. Het geheel ziet er wonderbaarlijk mooi uit in de zon die elk jaar schijnt als ik daar ben. Augustuslicht.

En zoals elk jaar zakt een hele hoop van mijn schouders. Die begraafplaats is niet de plek van het verdriet, maar is de enige begraafplaats die ik ken, waar ik elk jaar een beetje opnieuw afscheid kan nemen en waar ik altijd blij ben dat ik er ben en later dat ik er geweest ben, ook al zie ik er altijd tegenop.

De rest van mijn gladiolen zet ik in een vaas langs het pad. Mocht iemand behoefte hebben aan een gladioolkompaan, dan kan hij hem meenemen. In gedachten zwaai ik nog even. Ik loop langs de andere campinggasten en doe net of ik ze niet echt meer zie.

Maar het is wel fijn dat ze er zijn.

Categorieën: VC-Dees

17 reacties

DreamOn · 1 september 2006 op 01:06

Ontroerend mooi Dees. Ik moest de column wel twee keer lezen om het helemaal te kunnen bevatten. Dat ligt niet aan jou of aan de column maar aan het feit dat er zoveel tussen de regels door staat. Prachtig.

Trukie · 1 september 2006 op 01:23

Heel mooi Dees.

Martijn · 1 september 2006 op 04:58

Pijnlijk mooi, alweer.:cry:
[b][size=xx-small]A.F.F.A.[/size][/b]

Ma3anne · 1 september 2006 op 08:46

Mooi beeld, die camping, Dees….. Ik loop een stukje met je mee.

Mijn moeders tentje staat op het veldje waar onze oude huisarts en een paar vrienden en bekenden en het kindje van haar thuishulp ook kamperen.
Onwillekeurig denk ik wel eens, dat ze het best fijn hebben zo dicht bij elkaar en weer verdeel ik de bloemen die voor haar bestemd waren…..

Mosje · 1 september 2006 op 12:18

Je zet een mooi sfeertje neer. Kerkhoven hebben wel wat. Een weldadige, serene rust. Zelf zou ik niet zo gauw aan een camping denken, meer aan volkstuintjes, waar iedereen zijn eigen stukje grond noest bewerkt. Bij graven zie je dat ook.

Li · 1 september 2006 op 16:30

Mooi geschreven Dees, Ja, ik ken dat campinggevoel. Heb zelfs de neiging om alvast een plekje uit te zoeken. Ik dacht dat het een rare kronkel was maar het blijkt de normaalste zaak van de wereld te zijn. Dat zag ik op een begraafplaats in Heemstede. Daar stonden bordjes met ‘gereserveerd’ erop. Daar bleek mijn wonderlijke gedachte heel normaal.

Li

klapdoos · 1 september 2006 op 16:39

Ontroerend stuk Dees, en ik ben een heel eind met je meegewandeld, de sfeer mooi verwoord.
Groetjes van leny

Kees Schilder · 1 september 2006 op 17:19

Indrukwekkend en ontroerend

Prlwytskovsky · 1 september 2006 op 18:29

Ja Dees, begraafplaatsen, een dooie boel vind ik dat altijd. Zelf kom ik er nooit. Ik heb er niets te zoeken vind ik, want ik leef in de tijd en de doden in het eeuwige. Ik ken iemand die elke maand een brief neerlegt bij het graf van zijn overleden vrouw. Leef, en kijk niet om naar het verleden. Maar ja, dat is mijn mening. Mooie vertelling Dees.

Wright · 1 september 2006 op 18:52

Met deze column bewijs je opnieuw de terechte keus om jou columniste te maken. Je hebt me echt meegenomen naar de begraafplaats en me laten voelen wat jij voelde. Je creëert een prachtige, bijna verstilde sfeer. Heel erg mooi.

KawaSutra · 1 september 2006 op 18:57

Dat is voor mij ook de reden dat ik een begraafplaats verkies boven een plekje op de schoorsteenmantel. Ik zie het als een monument voor diegene die het waard is herdacht en geëerd te worden. Om die reden ben ik dankbaar dat er nog steeds zulke monumentjes bestaan ook voor hen die het wereldse al lang verlaten hebben.
Mooie column.

Anne · 2 september 2006 op 17:33

Dag Dees,
Prachtig, die weg die je op gaat, de eigen manier van verbanden leggen en associeren, het gaat je steeds beter af. Het maakt de verhalen steeds eigener en dat komt ze ten goede. Maar jij bent ook een ontzettende verberger. Dat verbergen en verhullen komt volgens mij niet zozeer voort uit een welbewuste stijlkeuze. Eerder vermoed ik dat ergens heeft dat te maken met de onwennigheid die je (voel ik) ervaart bij deze op een bepaalde manier voor jou nieuwere manier van schrijven. Dat confronteert je (misschien) met die scherpe rand tussen openheid en sentimentaliteit, waarbij jij (misschien) ontzettend bang bent om aan de verkeerde kant naar beneden te donderen.

Ik ben daar niet zo bang voor bij jou. Ach, ik kan het niet zo goed uitleggen, beschouw dit dus maar als een ongeveertje. In feite heb ik gewoon geen idee waarom je zo verhuld schrijft, wel een hoop vermoedens maar dit is niet de plek om daarover te beginnen. Hoe dan ook, ik vind het een heel mooi verhaal, heel precies geschreven, het maakt nieuwsgierig.

Trouwens, het personage Deesje is een heel leuk klein meisje uit boeken van Joke van Leeuwen. Wist je dat?

WritersBlocq · 2 september 2006 op 17:46

Ik kan het niet zo goed bevatten eigenlijk. Gelukkig ook maar.

Dees · 2 september 2006 op 22:38

Wright, ik voel me erg prettig bij je compliment, dus dank je wel.

Anne, ik weet niet helemaal wat ik met je reactie aanmoet, ik zal er zeker over nadenken.

Het personage Deesje ken ik overigens niet, maar daar zal nu snel verandering in komen 🙂

Anderen, dank voor de gevarieerde reacties! Allemaal ‘eigen’ en leuk / bijzonder om te lezen.

DriekOplopers · 4 september 2006 op 11:06

Hulde, Dees. Prachtig opgeschreven, het verhaal neemt je mee. Wat kan ik daar nou nog aan toevoegen?

Driek

pepe · 7 september 2006 op 20:43

Dees, weinig woorden zijn hier nodig. Mooi

pally · 29 september 2006 op 22:01

Dees ik was een paar weken weg ,zoals je wist en nu pas je column gelezen.
Ik vind hem prachtig en heel professioneel!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder