Ontmoeting op de luchthaven van Xiamen

Het is druk op de luchthaven van Xiamen. Mijn vlucht naar Amsterdam Schiphol vertrekt over anderhalf uur. Ik heb een hekel aan luchthavens, vooral aan drukke luchthavens. Ik heb nog meer een hekel aan Chinese luchthavens. Ik krijg er het schijt van dat spleetogen me over een afstand van welgeteld drie meter, drie keer mijn boardingpass vragen, telkens ik die net terug weggeborgen heb.

Gek worden van koelelementen

Op het moment dat ik het zei, zag ik haar ogen flitsen en begon de kermis in haar hoofd op volle toeren te draaien. De stoom uit haar oren bleef weliswaar achterwege, maar haar ogen tolden in haar oogkassen. Even, heel even, was ik blij met de bar die tussen ons in stond. Misschien was ik toch te ver gegaan, had ik die ene opmerking maar niet moeten maken. Bizar, hoeveel een mens kan denken in een luttele seconde, of misschien zelfs minder dan dat. In dat korte tijdbestek overdacht zij haar antwoord en had ik al spijt van wat ik zei toen de woorden nog over mijn tong rolden.

Thuiskomen, maar net niet helemaal

Twee mannen meer niet. Ze zijn rustig aan het werk in La Mairie van Saint Martin-Chateau, een dorpje van 160 inwoners in het Franse departement Creuse. Ze werken gestaag door, niet hard, dat mag ook wel gezegd worden. Gestaag is precies het juiste woord. De vloer van het kleine stadhuisje wordt gedaan, althans dat meen ik als ik vanaf een picknicktafel het tafereel gade sla. Het leven ligt, op die twee arbeiders na, volledig stil. Geen mens te bekennen en ook de spreekwoordelijke hond lijkt van de aardbodem verdwenen.

Het circusje

Zo’n beetje centraal gelegen, op een dor veldje tussen de campings in, streek een reizend circusje neer. Het bestond slechts uit drie oude wagens; een woonwagen, een materiaalwagen en een gesloten wagen met getraliede ramen.
Nog diezelfde avond zou de voorstelling worden gegeven. Bij de receptie van de campings zette een oude man een affiche neer waarop een briefje was geplakt, ‘ce soir 18.30 heure’ en ‘heute Abend 18.30 Uhr’.