Twee mannen meer niet. Ze zijn rustig aan het werk in La Mairie van Saint Martin-Chateau, een dorpje van 160 inwoners in het Franse departement Creuse. Ze werken gestaag door, niet hard, dat mag ook wel gezegd worden. Gestaag is precies het juiste woord. De vloer van het kleine stadhuisje wordt gedaan, althans dat meen ik als ik vanaf een picknicktafel het tafereel gade sla. Het leven ligt, op die twee arbeiders na, volledig stil. Geen mens te bekennen en ook de spreekwoordelijke hond lijkt van de aardbodem verdwenen. De massieve kerk – L’église de Saint-Martin-Château -, opgetrokken uit keiharde, grote, brokken rots, samen met de losstaande kerktoren, imponeert. De kerkdeur is gewoon open – zoals overal in Frankrijk – en eenmaal binnen dreunen de echo’s van je voetstappen door de gewelven. Elektronische versterking is hier onnodig. Ik brand een kaarsje bij het Mariabeeld, het enige kaarsje van de dag. Voor de doden van Saint Martin-Chateau die bovengronds begraven liggen op het kerkhof naast de eeuwenoude kerk, daar genieten zij in stilte van hun eeuwige rust.

De picknicktafel staat niet ver van de kerk, naast Gods kruis, een oud stenen kruis zoals alles hier oud is en van massief steen. De wortels van het dorp gaan ver terug, naar het jaar duizend, of misschien wel eerder. Groot is het nooit geweest, er heerst rust, vast al sinds de mens hier zijn eerste woning bouwde. Geen hoogbouw, geen graffiti en vast ook geen jongeren. Die trekken naar de stad, hun 21ste-eeuwse-gevoelens en -verlangens achterna. Daarvoor is hier geen plek.

Op het dorpsplein, mag ik het zo wel noemen, want een plein is het niet echt? Nu goed, daar staat dus ook, zoals in elke Frans gemeente, een monument dat herinnert aan de Eerste Wereldoorlog. Soms lijkt het alsof die oorlog meer leeft bij de Fransen. Aan een zijde van het monument is een plaquette aangebracht van de dorpsdoden van die tweede grote oorlog. Slechts een naam prijkt daar op, te weinig natuurlijk voor een eigen monument.

Hoe kom ik – of eigenlijk wij – hier eigenlijk? Het is om te lachen, dat dan weer wel. Niet ver weg zijn de watervallen – ik geniet van het woord la cascade – van Jarrauds. Dat natuurgeweld wilden we niet missen natuurlijk. Bij de parkeerplaats stond een bord dat ons ook de weg wees naar dit oord, het was slechts 500 meter, wel de berg op natuurlijk. Het woordje chateau wekte het verlangen naar een echt kasteel in ons. In onze verbeelding zagen we de ridders al vechten om de, zeker knappe, Franse jonkvrouwen. Een pictogram van een kasteel op het bord gaf de doorslag voor de klim omhoog.

Dat de beeltenis op het pictogram uiteindelijk een kerk bleek te zijn, was teleurstellend voor mijn wandelgenoten. Ik was om en snakte ernaar om mijn hele hebben en houwen in dit dorp onder te brengen. Laat ik het liefde noemen, liefde op het eerste dorpsgezicht. Op het pleintje in Saint Martin-Chateau voelde het als thuiskomen. Slechts de fles water op de tafel gaf aan dat het niet zo was. Als ik echt thuis was, had daar een fles rode wijn gestaan.


7 reacties

Avatar

Libelle · 24 augustus 2012 op 08:37

In plaats van staren zou ik wel levenslang deze verhalen willen lezen. Ik geniet van ‘piano a bretelles’.

Avatar

Meralixe · 24 augustus 2012 op 09:11

Ik schreef bijna ” welkom bij column x “ maar merkte gelukkig bijtijds op dat U reeds lid bent sinds 2004. Dus, welkom terug van weg geweest dan maar.
Noem me maar gerust een bemoeial maar ik doe het doch, wijzigingen aanbrengen die ik voorzichtig “verbeteringen” zou willen noemen van uw column die ik overigens vrij goed vind daar je de sfeer en het verlangen naar een dergelijke plek goed hebt kunnen weergeven. U schreef:

“Twee mannen meer niet. Ze zijn rustig aan het werk in La Mairie van Saint Martin-Chateau, een dorpje van 160 inwoners in het Franse departement Creuse.

Twee mannen, meer niet. Ze zijn aan het werk in ” La Mairie” van Saint Martin-Chateau, een 160 zielen tellend dorpje van het departement Creuse.

Zo zou ik het geschreven hebben. De komma tussen mannen en meer is bijna noodzakelijk, ook al om het tafereel te vertragen. Door rustig weg te laten onderlijn ik het verassend effect dat er gewerkt wordt op deze plaats. Daarna beschrijf je zeer mooi hoe ze werken. Door de inwoners “zielen” te noemen krijgen we nog meer sfeer van deze plaats die elke lezer wel zal herkennen als een “Franse” plaats.

Dat is pas muggenziften he!!! :hammer: :eh:

Avatar

Harrie · 24 augustus 2012 op 09:20

Mooi verlangen. Ben ook benieuwd naar de weg er naar toe. Zoals die zwarte vogel hiervoor me al placht te zeggen. Welcome back. Je schrijft vlot en aangenaam.

Avatar

arta · 25 augustus 2012 op 12:33

‘Liefde op het eerste dorpsgezicht’: Mooi!

Ik vind dit stuk echt heel mooi beschreven en… Wat leuk dat je weer ingestuurd hebt hier!

Avatar

pally · 25 augustus 2012 op 12:44

heel mooi, Fred! ik hou erg van deze ‘langzame’ manier van sfeerschrijven. welkom terug op CX,

groet van pally

Avatar

Mien · 25 augustus 2012 op 13:00

Mooi column Fred.
Leuk om je hier weer te lezen.

Groet,

Mien

Avatar

sylvia1 · 25 augustus 2012 op 13:04

Dat toevallig ontdekken en daar dan heel erg mee in je nopjes zijn, alsof het zo moest zijn. Dat haal ik eruit, heb je mooi beschreven.

Geef een antwoord