Neanderthalers, chimpansees en tandenstokers

Niks is lastiger dan een flink stuk T bone steak tussen je tanden en je hebt net gisteren je vingernagels geknipt. Hopeloos gepeuter. Ik wenkte de serveerster. Ze begreep mijn probleem en kwam even later aansloffen met een doosje tandenstokers. Haar net iets te strakke stretchbroek in tijgermotief spande zich om haar net iets te dikke benen.
“Je zou beter flossen”, zei Helga, “tandenstokers maken krassen.”

Ontmoeting op de luchthaven van Xiamen

Het is druk op de luchthaven van Xiamen. Mijn vlucht naar Amsterdam Schiphol vertrekt over anderhalf uur. Ik heb een hekel aan luchthavens, vooral aan drukke luchthavens. Ik heb nog meer een hekel aan Chinese luchthavens. Ik krijg er het schijt van dat spleetogen me over een afstand van welgeteld drie meter, drie keer mijn boardingpass vragen, telkens ik die net terug weggeborgen heb.

voeten op het dashbord

Ondanks het feit dat ik zelf zeer geregeld op deze aardkloot rond loop met de status ‘toerist’, uitgerekend ik, heb een hekel aan toeristen. Het zal wel te maken hebben met het feit dat ik op een boogscheut van het strand woon. Niet dat het strand me één fluit interesseert. Mij zien ze er zelden of nooit, toch niet in de zomer. Zand tussen m’n reet is niet aan mij besteed. Maar heel wat mensen denken daar anders over.

Alleen maar naar kijken

De stad is een labyrint, paars, verstikkend en walmend. De twee mannen lopen gearmd, schoorvoetend, door de avond vol plotse reclamelichten. Ze sukkelen langs de gevels als oude venten die in hun broek gedaan hebben. Misschien deden ze dat wel. Oscar boert. Hij denkt aan de whisky en het bier dat ligt te klotsen in zijn maag.

Bij de nonnen op de schoot

Ik hield niet van de kleuterschool, ook niet van de kleuterschool in de Stokerstraat in Oostende. Vijfendertig kleuters in een vaalbruin geschilderd lokaal met vochtige groene vloertegels en angstzweet op de ruiten. IJskoud in de winter, snikheet in de zomer. Stilzitten met onze handjes op de tafel. Bij de speeltijdbel, twee rijen samengeknepen billetjes. Vaak kwalijke geurtjes ondanks het feit dat wie naar de kleuterschool ging, zijn sluitspieren onder controle moest hebben. Pampers bestonden nog niet.

Jarretellen en geloof in god.

Ooit was lingerie een vies woord. Ooit was er de tijd dat beha’s en jarretellen gedoemd waren tot een onzichtbaar bestaan onder dikke lagen kuise kleding. Met ijzeren baleinen en driedubbel gestikte lappen van katoen of canvas werden de borsten uit de greep van de zwaartekracht gehouden. Het ritueel van het aantrekken van de vale, vleeskleurige nylon kousen had iets magisch.

Ontmoeting in Parijs

De stad wordt wakker als een schone slaapster. De portier kijkt amper op wanneer ik het hotel buiten stap. Helga slaapt nog. Parijs, you love it or you love it. Ik kan mij niet voorstellen dat er iemand is die Parijs haat. Schuchtere zonnestralen strijken langs de daken van de gebouwen. Het licht is magisch, grauw nostalgisch.

Beestenboel

In de roedel liepen ze kris kras door elkaar, sommigen waggelden, anderen doken in het kruis, hingen grommend aan broekspijpen en sprongen met hun bemodderde poten tegen toevallige voorbijgangers op. Vettige haren verstopten een wazige glazen blik. De meesten stonken fel uit hun bek.

Bodypaint, met melk en suiker graag

Marie, de koffiedame op het bedrijf, heeft duidelijk haar pedalen verloren. Marie was jaren lang een onopvallende grijze muis. Alhoewel, met haar honderd en tien kilo’s ruw gewogen kan men bezwaarlijk van een muis spreken. Het mens heeft weinig geluk gehad in haar leven.

Eendenboel

Als kind nam mijn moeder me vaak mee wandelen in het stadspark. We gingen eendjes voeren, iets waarvoor vandaag de dag, ouwe vrouwtjes nog net niet geëxecuteerd worden. Op een dag zag ik twee mannetjeseenden, ook wel woerden genoemd, een vrouwtjeseend aanranden. Het leek er op dat ze het vrouwtje probeerden te verzuipen. Twee tegen één betekende een aanslag tegen mijn jeugdig rechtvaardigheidsgevoel en ik besloot de woerden aan te vallen.

De kat van Herman B

De wereldberoemde Vlaamse schrijver Herman B doet zijn kat weg. Het dier moet weg omdat het niet overeen komt met zijn hond. Dit is de officiële versie. Zij die Herman B kennen weet dat hij maar al te graag de kat in het donker knijpt en het zou me geen zier verwonderen dat Seinfeld – zo heet de poes – absoluut niet in het donker wou geknepen worden. Het zou uiteraard ook kunnen dat Herman na een nachtje stappen, na het uitschoppen van zijn schoenen met zijn blote tenen in een plas kots van de kat beland is.

Lingerie bij de tandarts

Er zit heel wat volk in de wachtkamer van de tandarts. Ik blader door een beduimeld tijdschrift. Ongrijpbare pikant geklede dames kijken me uitdagend aan. Mijn oog valt op een artikel waarin te lezen staat: “Het dragen van rode lingerie brengt geluk tijdens het examen. Althans dat zou blijken uit een in Polen gevoerd onderzoek. Volgens deze studie hebben studenten die rood ondergoed dragen tijdens de examens meer kans om te slagen. Schoolmeisjes geloven dat rode bh’s en onderbroeken hen betere cijfers brengen bij het examen.” Het artikel wordt passend geïllustreerd met de foto van een prototype prof, kalend, bril met hoornen montuur en met van die “bokaalglazen” welke onderuitgezakt op zijn stoel stiekem zit te gluren onder de minirok van de studente voor zich.