De treintaxi (taxi-verhalen, deel 3)

Een jaar of acht geleden werd de treintaxi geïntroduceerd in verschillende steden. Ik moet zeggen dat ik toen zelf niets in het idee zag. Er reden toch bussen, zo vond ik toen. En je ging toch niet een lange omweg met andere mensen tegelijk in de taxi maken? Ik zag het plan als kansloos.

De huisman (taxiverhalen, deel 2)

Een maand geleden moest ik opnieuw in het oosten zijn voor een korte reportage. Ditmaal in de stad. Ik reis per openbaar vervoer, en ik neem op de plaats van bestemming liever een taxi dan dat ik de bus neem. Zeker als ik nooit eerder op de plek van het interview geweest ben. Zo hoef ik tenminste niet te zoeken.

Brugwachter naast God

Zeker tien minuten sta ik al stil. Doodstil wel te verstaan. Voor me zie ik een eindeloze rij met achterlichten van auto’s die voor me staan. Welkom op de N207, denk ik bij mezelf. Met moeite en een hoop oranje verkeerslichten trotserend, ben ik twintig minuten geleden van huis vertrokken. Alphen uit is al een lijdensweg, maar om na de N207 over de Leimuidense brug te geraken is al helemaal een ramp. Elke dag vreet ik me op, en elke dag wordt dat meer.

De tijdreiziger

Over het algemeen ben ik toch een vrij rustige weggebruiker maar er zijn soms van die momenten dat ik mij als een gestresste kip al vloekend en scheldend voortbeweeg over de door het ministerie van Verkeerd en Wat er staat aangelegde wegen. Vaak heb ik dit soort momenten aan mezelf te danken omdat ik net iets te laat van huis ben vertrokken of dat ik met mijn stomme kop de route niet voldoende goed had voorbereid zodat ik overal uitkom. Behalve waar ik moet zijn natuurlijk.

Bittere koffie

Hij staat er ietwat beteuterd bij als ik, diep onder de indruk van het schouwspel van blauwe en oranje lampen waar ik net nog langs reed, aan kom wandelen. De aanblik van dat circus van politie en andere hulpdiensten overweldigt me bijna. Een politieman die het verkeer staat te regelen dwingt me antwoord te geven op de vraag wat ik hier kom doen. Als ik gezegd heb wie ik ben en wat ik kom doen mag ik doorlopen. En verderop, ergens tussen de ravage, tussen het schrikbeeld dat dit is, daar ergens tussenin staat hij, een nog kleiner mannetje dan hij al was.