Bertus

‘Ja, wat mot je!’
Het schriele kereltje stond in de deuropening van de kleine arbeiderswoning en keek Willem bars aan. Ik keek ongemakkelijk toe. Na lang nadenken had Willem besloten een van zijn vroegere maatjes op te zoeken die wel eens iets in video’s deed.
We waren in mijn auto naar een van de oudere wijken gereden. Oude vooroorlogse huisjes. Smalle straatjes met kolossale plantenbakken als snelheidsremmers. Spelende kinderen. Parkeervakken. Kerels aan het sleutelen. We moesten bij een van de oude huizen zijn. Witte muren, laag dak. Kleine voortuin waarin onkruid welig tierde.

Problemen

‘Dus jullie hebben die band gestolen,’ klonk de stem van Conny door de telefoon. Er zat iets in van bezorgdheid, alsof ze twee jochies had betrapt op het stelen van een koekje.
‘Je gelooft het niet,’ zei ik, ‘dat heeft Willem gedaan!’
‘Dat kan hij dus wel,’ constateerde Conny droog.
‘Ik heb het niet gezien.’
‘Je meent het.’
‘Echt!’ verzekerde ik haar.
‘En nu?’ vroeg ze.

De Odyssee van een Column-X-pen

Al enige tijd wacht ik met smart op dat pakje uit Nederland, met die langverwachte ColumnX-pen erin. Vandaag haalde ik weer vol goede moed de post uit, en ik vond een envelop van TPG POST, Port betaald. Haastig maak ik hem open, en ik vind een standaard briefkaartje: [i]Het spijt ons u te moeten melden dat deze aan u geadresseerde postzending is beschadigd. Voor het geval dat de schade ontstaan is tijdens de postverwerking, bieden we u hierbij onze verontschuldigingen aan.[/i]

Deurope, bliklos, bandweg

‘Kijkes!’ zei Willem triomfantelijk.
We zaten in de auto en reden Hilvesum uit. Dat hele bezoek was een sof geweest. Een wantrouwige kroegbaas waarvan je niets mocht fotograferen en geen woord mocht noteren. Een ijverige bewonderaar die je overal boven op je lip stond. Een ouwe schuur als museum met achterin in een kast bijna voor het grijpen de laatste aflevering. Hoe moest je die in vredesnaam stelen onder de ogen van die twee gasten? Hoe kon ik zo mijn schuld inlossen bij Willem. Het kwam er niet van. Ik zat er mooi mee.

Het Hokusai Bon Museum

Stef en Karel namen ons mee naar een ruimte achter het café, daar kwam je via een korte gang. Op de deur die toegang gaf zat een groot bord. ‘Hokusai Bon Museum’, stond er in rode letters op blauw. Karel deed de deur open.
‘Dit is ooit een schuur geweest,’ zei hij.
Het eerste wat ik zag was een enorme poster aan de wand. Hokusai Bon krijgshaftig met zijn honkbalknuppel. Gekleed in een soort trainingspak en een masker dat leek op dat van een samoerai.