Elke zaterdagochtend rij ik naar de benzinepomp om diesel te tanken, met mijn bankpas pin ik; in de supermarkt koop ik pepsie voor als ik pips zie en tot overmaat van ramp kijk ik in mijn brievenbus of die vol is terwijl die leeg blijkt. In wat voor wereld leef ik? In een wereld vol tegenstellingen, vol contradicties; om over contaminaties maar te zwijgen want die omringen mij in veelvoud ten overvloede. Mijn geliefde buurtsuper bijvoorbeeld verkoopt lege CD’s en DVD’s en zelfs films op DVD maar ook diskettes: die zijn toch al lang uit de glorie? Pot-aarde en kolen zijn er te vinden, zelfs aanmaakhout op pallets staat er maar de condooms echter vind je tussen de okselsprays; dat dan weer wel. Het lijkt Goddomme wel een Gamma die gevulde koeken verkoopt.

Walgend hiervan draai ik mij om en kuier naar de vleesafdeling. Mij van geen tijd of mooie vrouwen bewust snuffel ik langs de schappen en ontdek een geplastificeerde maiskip. Goed idee vind ik en flikker dat beest in mijn karretje; wat ik ermee moet zie ik thuis wel. Hij ziet er lekker uit en is bovendien niet duur; vandaar.

Bij de kassa zit het mij ook al niet mee. Er staat een vrouw te teuten en te meuten alsof zij de enige is die af moet rekenen en juist op dat moment begeeft haar bankpas het; er zal wel geen geld opstaan. Met een rood hoofd kijkt zij naar de rij mensen achter haar, dus ook naar mij. Met mijn vingers trommel ik ongeduldig op de handgreep van mijn karretje en kijk haar met een nietszeggende blik aan. Zij vraagt aan de caissière of zij haar boodschappen mag laten staan want dan gaat zij thuis haar andere bankpas ophalen. De caissière knikt behulpzaam en zet alles achter haar neer, ondertussen wachten wij geduldig op onze beurten.

Wilt u muntjes, vraagt de caissière aan mij, of zegeltjes? Ja, doe maar niet zeg ik en zij graait als een bezetene in haar muntjesbak. Nee zeg ik, geen muntjes. Maar u zei net JA! Ja ik zei nee, oftewel ja, ik wil geen muntjes, snap je? Het arme kind is nu helemaal de weg kwijt en ik laat het maar zo. Vriendelijk als ik ben, wens ik haar een goed weekend toe.

Eenmaal buiten haal ik diep adem en overdenk het wereldgebeuren. Inderdaad, in wat voor wereld leef ik. Een wereld vol dubbele uitdrukkingen en tegenstellingen, contaminaties en contradicties; bankpassen die het verrekken en caissière’s die de weg kwijt raken.

Als ik bij mijn voertuig aankom smijt ik mijn tassen naar binnen en werp nog even een blik in de lokale vijver. Ik zie een kikker en hij zegt: kwahahahaaaaaak.
Je haalt me de woorden uit de mond, denk ik.

Categorieën: Verhalen

9 reacties

arta · 29 augustus 2007 op 18:34

😆
Afschuwelijk leuk geschreven! 😀
Kwahahahaaaaaak!

SIMBA · 29 augustus 2007 op 19:13

[quote]Je haalt me de woorden uit de mond, denk ik.[/quote]

:wave:

pally · 29 augustus 2007 op 21:15

Leuke column, Prlwt!

Kikkers zijn toch verstandige dieren hè?
Dat jij nog vrij in de supermarkt rond kan lopen, je ziet er zo sophisticated uit op de nieuwe foto 😀

groet van Pally
Enne , ik ben nog op vakantie geweest of wist je dat al? 😉

Mup · 29 augustus 2007 op 23:08

[quote]Mij van geen tijd of mooie vrouwen bewust snuffel ik langs de schappen en ontdek een geplastificeerde maiskip. [/quote]

Dat ik dat nog eens mag meemaken :lach:

Sterk stuk, sterke titel,

Groet Mup.

FatTree · 30 augustus 2007 op 10:03

Bewonder een persoon die het onbewonderde bewondert .. of zoiets 🙂

Ik vind het altijd erg knap als mensen over iets doodnormaals een vermakelijk stuk kunnen schrijven.

De grappen zijn subtiel, origineel en erg knap geschreven.

vanlidt · 30 augustus 2007 op 14:08

Tegen mij zegt een kikker altijd:
read it
read it
read it

(in de ovt) 🙂

Prlwytskovsky · 30 augustus 2007 op 18:38

Allemaal dank voor de leuke reacties.

@Pally: :kus:
Vakantie? Vertel eens … 😉

Li · 30 augustus 2007 op 21:39

Belachelijk leuke column! 😉

Ik zit altijd met die brug Prlwyts.
Wanneer staat die nou open? :lach:

Li

DriekOplopers · 30 augustus 2007 op 22:53

Hahaha, meesterlijk!

Hulde dus.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder