Op een saaie winterdag in november rijdt ik met mijn dagbedervers naar de flat van mijn vaders’ vriendin. Ondanks alle protesten dat ze daar helemaal niet heen willen, zitten ze redelijk braaf in de auto. Het was een rit van nog zo’n anderhalf uur, dus ik bleef gematigd optimistisch. De jongste van mijn stel heeft besloten dat als opa dit keer zijn belofte over het krijgen van een vogeltje niet nakomt, ze echt nooit meer naar hem toe gaat. Of dat nu sneu is voor opa of niet. De liefde die zijn kleinkinderen voor hem hadden heeft wat averij opgelopen.
De rit verloopt rustig, ik ben mijn belofte om bij de grote gele M te stoppen nagekomen, en als de laatste verwaterde cola uit de bekers geslurpt wordt arriveren we in het Brabantse land. We worden warm onthaald, maar ik ontspan nog niet. Elk moment verwacht ik de vraag: “Opa, heb je nu een vogeltje voor ons?” Bij opa’s oude huis hoorde een tuin met volière, daar valt wel een vogeltje te regelen, maar in de kleine volle flat is dat een ander verhaal.
Maar nog voor we uit de smalle gang in de knusse woonkamer komen, roept opa: “Komen jullie eerst maar eens mee”. En ja hoor, na bijna twee jaar is daar de beloofde vogel. Voor mijn vaders normen is dat eigenlijk niet zo heel lang, bedenk ik me nog.
Een kleine witte kanarie schrikt op als het licht aan gaat. De ‘aah’s ‘volgen in rap tempo op elkaar. “Lief hè mam? “ Ik knik alleen ja, want als ik met geluid moet reageren val ik door de mand, en merken ze dat ik lieg. Alle aandacht gaat uit naar hun nieuwe vriendje. Ik vind een vogel in een kooitje vreselijk zielig, hij kan alleen op en neer hoppen van stokje naar stokje, nooit zijn vleugels spreiden en ook de vrijheid niet meer tegemoet, dat overleven ze na gevangenschap niet.
Opa heeft twee oude blikken met voer en een standaard met blauwe nepdruiven eromheen geregeld op de rommelmarkt. “Dan jaag ik jou ook niet op onkosten, hé” richt hij zich tot mij. Natuurlijk pa, je zal wel geld toe gekregen hebben voor die zooi.
En dan is er koffie. Snowy, zo is de kanarie gedoopt, mag nog even slapen voor hij mee gaat naar huis.

Als we lang genoeg gebleven zijn om beleefd weer afscheid te kunnen nemen, wordt Snowy’s kooi ingepakt in een badlaken ( tja, die tocht op de galerij is funest) en keren we huiswaarts. Er is thuis voor Snowy snel een plaatsje gevonden, de druiven verdwijnen de vuilnisbak in, en opa heeft weer wat pluspunten gescoord.
Zo verstrijken er wat maanden, totdat ik bij het verschonen van de kooi merk dat hij wel erg stil en rustig blijft zitten, op één pootje en ineengedoken. Ik vang hem en kijk hem na. Zijn achterpootje, hangt er geforceerd naar achteren bij. Terug in zijn kooi wordt het er niet veel beter op met Snowy. Weinig eten, beetje drinken en moeilijk balanceren op zijn goeie pootje, meer is er niet bij.
Ik besluit de dierenarts te bellen, die een ontsteking of breuk vermoedt, en als ik vertel dat de vogel ook ‘dik’zit, denkt ze dat het stokrui is. Ze kan me alleen adviseren om het beestje zo snel mogelijk uit zijn lijden te verlossen, want een overlevingskans is er niet, wel nog een lijdensweg. ’s Avonds leg ik het verhaal voor aan mijn vechtgenoot, die wil wel helpen, hij geloofd wel in euthanasie. We spreken af dat hij de natuur een handje helpt als ik die avond met de kroost naar de kinderdisco ben. Die hebben weinig gemerkt van de achteruitgang van de kanarie en zijn druk bezig drie liter gel in hun pas gewassen haar te mikken. Als vrijwilligster van de disco hoef je niet netjes, dus drink ik bij uitzondering mijn koffie warm.
Als we om half elf terug thuis arriveren, doet pa met een uitgestreken, meewarig knikkend gezicht de deur voor ons open. “Wat is er pap?” roepen ze beide bijna tegelijkertijd. Pa knikt alleen nog een paar keer en loodst ze mee naar binnen. Op de eethoek staan vier waxinelichtjes en óp en onder een verbandgaasje ligt Snowy. Morsdood,ijskoud.
Dikke tranen rollen er over de wangen, over hun hoofden kijk ik pa aan, heel even maar, anders ga ik lachen. Toch ben ik hem wel dankbaar voor deze vertoning. Het helpt de kroost, ik kan mijn verhaal over dat het zo maar beter is nog eens kwijt, zo zielig in een kooitje, bladibla, en weet ze te overtuigen geen tweede vogel aan opa te vragen als ze hem bellen.
Zo tegen kwart over elf, krijgen we de kinderen zover naar bed te gaan. Ze nemen achter elkaar lopend afscheid van hun kleine vriend, en vragen ons dat ook te komen doen, dus als in een Mr. Bean filmje lopen we achter elkaar aan langs Snowy voor de laatste eer. En ik héb een bloedhekel aan die Bean, bewijst toch maar weer hoe ver je gaat voor je kroost. Snowy zal door pa begraven worden, beloofd hij. Hij heeft als aandenken ook voor ieder een veertje, dat gaat mee naar boven. Als onze oudste langs loopt, aait ze met haar vinger over het vogelkopje en zacht met een snik waar Hazes en Bauer jaloers op zouden zijn: “Dag lieve Snowy”

Dan is het pa’s beurt om zijn lachen in te houden. Gemeen? Nee, hij houdt zijn lachen in voor zijn kinderen, en plaagt mij later om de traan die hij in mijn oog zag toen die laatste afscheidswoorden vielen.
We lopen nu nog regelmatig met de hond en de kinderen naar Snowy’s laatste rustplaats. Als onze dagbedervers zelf ooit dagbedervers hebben, met een vogel of een ander ongewenst huisdier, denken ze misschien nog wel eens: “Die ouwe van ons was gek, hé, die begroef voor ons de kanarie, wij flikkeren hem in vuilnisbak als de kinderen slapen” Of zou hij ook……..


12 reacties

gast · 23 juli 2004 op 12:44

Een taalcursus zou helpen, denk ik. Wat een spelfouten zeg.

Peer · 23 juli 2004 op 13:16

Das een flink verhaal 😉

De taken van een ouder zijn duidelijk niet altijd even makkelijk en leuk maar toch heb ik het idee dat jullie het allemaal redelijk luchtig aanpakken. Dat kan ik wel waarderen.

Zelf zou ik de teks in meer alinea’s verdeeld hebben. De spanningsboog van de meeste mensen is helaas niet erg groot. Met korte alinea’s houd je de aandacht denk ik net iets langer vast. Maar jah, ik doe dit ook nog maar net allemaal hoor. Ik ben iig absoluut geen expert.

Louise · 23 juli 2004 op 13:18

Lief en met humor geschreven.
Ik vind vooral je synoniem voor kinderen leuk gevonden; dagbedervers 😀
Ik noem ze vaak stofnesten

Ma3anne · 23 juli 2004 op 16:13

Hier zie ik een hele film bij. Ontzettend leuk beschreven en het pleit voor je dat je toch nog een traan in je ooghoek had. 😀

Dees · 23 juli 2004 op 17:58

Tsja, er zijn vlekkenloos gespelde stukken die niet te verstouwen zijn en er zijn schrijfsels met taalfouten die heerlijk lezen. Persoonlijk houd ik meer van het laatste type.

Mup, jij kunt schrijven hoor! Ik vond het een mooi verhaal. Meer een verhaal dan een column. Maar toevallig ben ik ook dol op verhalen 😉

Mosje · 23 juli 2004 op 18:12

Mooi verhaal Mup, leuk om weer eens iets van je te lezen!

En wat spelfouten betreft: ik las onlangs een zeer korte column (eigenlijk meer een aankondiging) van een nieuwe columnX’er met 4 spelfouten en grammaticaal rammelende zinnen.
Maar dit geheel terzijde.

Mup · 23 juli 2004 op 20:39

Bedankt voor jullie reacties, lekker om weer terug te zijn, ook met de spelfouten.

Peer, bedankt voor je kritiek, daar kan ik wel wat mee, dus geen verontschuldigingen, verval ook vaak in te lange zinnen.

Kan iemand me nog een goeie taalcursus aanraden,

Groet Mup. 😉

Mosje · 23 juli 2004 op 20:42

Tuurlijk Mup.
Praat eens met die man van de [url=http://www.examedia.nl/columnx/modules/news/article.php?storyid=1197]Nederlandse Taalunie[/url]

Mup · 23 juli 2004 op 20:46

En dan met de zachte G
Bedankt voor de tip Mosje, maar deze meneer heeft me juist op het verkeerde pat gebrag, tog mach ik hem wel,

Groet Mup.

pepe · 24 juli 2004 op 07:39

Heerlijk Mup, dat je weer hier bent met je schrijfels. Het las lekker weg en ik zag het voor me, dagbedervers zijn gelijk aan dagplezierders.
Het zijn vaak maar die kleine simpel dingen die een lach toveren op je gezicht en je hart verwarmen… Daar gaat het om!

Mup · 24 juli 2004 op 20:45

Dank je pepe, jij hebt hem door, maar dat wist ik al 😉

Groet Mup.

Kobus · 26 juli 2004 op 13:56

Ik vind het prachtig Mup. Gewoon wat gebeurtenissen zoals het in huiselijke kring gelukkig ook nog voorkomt. Met een lach en een traan.

Geef een antwoord