Ik heb altijd de drang het op te nemen voor Hindoestanen wanneer ze voor dom worden uitgemaakt. Mijn verweer in de eeuwige discussie met mijn creoolse vriend hierover, beperkt zich tot, dat negers even dom zijn. Al werd het spannend toen ik gebeld werd door hem. “Kijk nu naar de Rijdende Rechter,” zei hij dringend alsof de wereld zou vergaan.
Met hem aan de telefoon, tunede ik in op de publieke omroep. “mijn hond zou een gebitsreiniging moeten krijgen, maar in plaats daarvan is hij gecastreerd, zei een kale hindoestaanse mijnheer van rond de vijftig. Zijn vrouw die naast hem zat, knikte bevestigend mee. “Sinds die dag heb ik problemen. Ik zie die hond als mijn kind, als ik thuis kwam speelde ik met zijn balletjes en nu kan dat niet meer. Ook is hij veranderd, hij is zichzelf niet meer. Ik kan hem net zo goed weggooien.”
De rechter luisterde aandachtig, het publiek deed moeite de lach in te houden en mijn vriend liet in mijn gehoorgang zijn lachspieren de vrije loop en benadrukte nog eens in het Surinaams, “a koeliemang be plai nanga koko foe a dagoe.”
Ik voelde een plaatsvervangende schaamte.”Wees stil, anders hang ik op!!” zei ik met een dreigende toon.
De Hollandse verweerder bevestigde de blunder. “Het is mensenwerk. We hebben een grote fout gemaakt. En dat betreur ik als eigenaar, maar nog meer als dierenliefhebber. Ondanks de ballen van een teckel niet in geld uit te drukken zijn, hebben we de eigenaar tweehonderdvijftig euro aangeboden, als spijtbetuiging”. Zijn ogen vulden zich met vocht en rode plekken verschenen in zijn blanke nek. “Mijnheer heeft dat aanbod afgeslagen en eist vijftienhonderd euro en dat doet mij verdriet. We zijn een centrum voor minima, dat kunnen wij niet betalen.”
Vervolgens werden verschillende professionals geraadpleegd van een dog whisperer, tot een lid van de teckelvereniging. Maar ook kwam een ‘gewone’ dierenarts aan het woord. Zij allen benadrukten dat de castratie voor teckel Motie meer voordelen in zijn welbevinden heeft opgeleverd, dan nadelen.
De Hindoestaanse mijnheer voet bij stuk. Hij en zijn teckel Motie hebben leed ondervonden, die gecompenseerd moest worden met vijftienhonderd euro om twee weken tot rust te komen in een ver en zonnig oord. Tenslotte mengde een neef van de heer Ramjiawan zich in de discussie. “hij is er kapot van.. ..hij belt mij elke dag… en ik praat met hem alsof ik zijn therapeut ben.”
Even stond ik met een mond vol tanden toen mijn creoolse vriend uitsprak dat geen enkel moment gezin Ramjiawan, noch iemand uit hun grote Surinaams Hindoestaanse familie- of vriendennetwerk, bedacht heeft dat deze vertoning schaamtevol en achterlijk zou worden.
De uitspraak viel in het nadeel van gezin Ramjiawan. De rechter oordeelde dat teckel Motie niet heeft geleden. De teleurstelling was af te lezen van hun gezichten.
Mijn vriend bulderde van het lachen, en genoot hierna van een kiestoon als begroeting.
Dagen gingen voorbij, zonder contact. Ik vermoedde dat hij boos was op mij als koelie, die in zijn oor op hing. Was het dan toch een oppervlakkige vriendschap? Is hij enkel met mij bevriend om met mij de draak te steken en altijd mijn Hindoestaanse identiteit erbij te halen?
Maar ik wilde niet opgeven. Ik verrichte onderzoek over de blunder van politicus John Leerdam. Ik belde mijn vriend om hem hiermee om de oren te slaan, maar deze beantwoorde mijn oproepen niet meer.
Zou dit het einde van onze hechte koelie –neger vriendschap betekenen?
De tweede week begon ik hem te missen, zijn grappige Surinaamse fatoe’s en tories het meest. Ik dacht aan de mooie tijd die we samen gehad hebben.
Misschien moet ik het loslaten, bedacht ik me. Nu is mijnheer Ramjiawan dom. Twee weken geleden was het John. Morgen is het een ander. Misschien heeft dom doen dan toch niets te maken met afkomst of cultuur, bedacht ik me toen ik in gedachten deze twee situaties naast elkaar plaatste. Misschien moeten we niet generaliseren, niet over koelies, niet over negers, over niemand! Misschien moet ik ook gewoon stoppen met de eeuwige discussie en het analyseren over intelligentie of dommigheid, en stoppen met het opnemen voor ‘mijn’ Hindoestaanse landgenoten. Misschien moet ik de mens gewoon als individu zien, niet als neger of koelie of zélfs niet als bakra.
Ik verzamelde moed en nam de telefoon weer in mijn hand.
“met mij” zei ik zachtjes, toen ik zijn stem hoorde.
“Hey Ser”, zei hij vrolijk.“Sorrie dat ik je niet eerder gebeld heb, ik was even snel, twee weken naar Su”
“Jullie negers hebben geen geld, maar kunnen wel drie keer per jaar naar Suriname”, floepte er uit mijn mond.


sergiobunsee

Pedagoog, coach, therapeut schrijft over Suriname, cultuur, pedagogiek en de mensch in al zijn vormen.

4 reacties

Libelle · 22 april 2012 op 14:00

Wat een leuk verhaal! Ik ga nu opzoeken wat ‘bakra’ is. Taalkundig en zo beoordeel ik het niet. Er reageert vast nog iemand die slim is.

Ontwikkeling · 24 april 2012 op 11:25

Ik vìnd m leuk!

Ten eerste heb ik ook zo hysterisch genoten danwel gelachen om deze zaak van de #RR (rijdende rechter). Geen doekoe. 😀

Ten tweede vind ik de wijze waarop je deze bijzondere vriendschap beschrijft niet alleen humoristisch, maar ook zeer liefdevol.

Leuk, leuk!
(wat is een torie ook alweer?)

Groet,
Ont

sergiobunsee · 24 april 2012 op 13:23

Sorrie, sorrie, in alle haast vergeten de Surinaamse woorden te vertalen.

“de vriend benadrukte nog eens in het Surinaams, a koeliemang e plai nanga koko foe a dagoe”

“de hindoestaan speelde met de ballen van zijn hond”

bakra: (geringschattende) benaming voor Hollander
torie: een verhaal
fatoe: grap, grappen, grappig

de altijd naar elkaar discriminerende Surinamers was mijn inspiratie voor deze column. En inderdaad, toch gewoon lekker vrienden blijven.
😆

Ontwikkeling · 24 april 2012 op 19:36

mi loebie joe 😉
Leuk!

Fa waka? (sorry kon het niet laten)

Geef een antwoord