Het grauwe donkerbruine interieur van Heathrows Terminal 4 is troosteloos. Net zo troosteloos als de grauwgrijze Britse winterlucht erbuiten. Trouwens ook net zo troosteloos als het grauwgrijze Engelse wolkendek in de zomer, maar dit terzijde. De doorvoerhaven naar intercontinentale bestemmingen nodigt uit om er zo snel mogelijk de pleiterik te maken.
Met graagte betreedt ik de slurf die mij naar mijn thuis voor de komende pakweg 12 uur zal leiden. Vlucht BA0043 vertrekt op 19 december 2002 om 16.45 uur met bestemming Cape Town, South Africa. De duisternis valt over Londen en ik weet dat als het morgenochtend weer licht wordt, de druilerigheid van de Europese kwakkelwinter ver, ver achter mij ligt.

Wij zijn pas 2 ½ uur onderweg als we het Europese continent verlaten en koers zetten naar de Noordafrikaanse kust. “Zo groot is Europa dus,” denk ik en een tijdje later leert het display vlak onder de hoofdsteun van de krappe vliegtuigstoel van mijn voorbuurman mij, dat de Boeing 777 over de Saharawoestijn vliegt, over Libiё, Mali en Tsjaad. Als we de evenaar naderen, zo’n 6 uur na take off, is het hele vliegtuig in diepe rust. Zelfs het cabine-personeel heeft zich teruggetrokken in de pantry’s, waarvan de gordijntjes inmiddels zijn gesloten. Het wordt tijd voor een experiment, dus ik begeef mij naar het toilet.

Zoals u ongetwijfeld weet, kolkt water (en iedere andere vloeistof) op het noordelijk halfrond tegen de klok in weg in een putje of gootsteen, en op het zuidelijk halfrond juist kloksgewijs. En precies op de evenaar valt het rechtstreeks naar beneden. Ik wil dit omslagpunt nu eens zelf aanschouwen, dus ik sluit mijzelf op in de krapte van het kunststoffen poephokje en ga in het fonteintje van speelgoedformaat aan de slag met water en zeepsop. Een half uur duurt de proef – er gaat immers geen waarschuwingssignaal af als je de evenaar passeert, dus je moet ruim van tevoren je positie innemen. Het is maar goed dat iedereen slaapt, want het zou toch op zijn minst enige argwaan moeten wekken als iemand zich een half uur in het toilet opsluit. Is het misschien een terrorist die zijn explosieven checkt? Is er iemand onwel geworden na een overdosis gratis verstrekte Engelse wijn tijdens de te zoute vliegtuigmaaltijd? Is het een verstokte rookverslaafde die er met zijn hoofd in de pot een halve slof tax free aangeschafte Marlboro Lights doorheen heeft gepaft?

Neen, het is slechts een hobby-onderzoeker die met zeepsop aan experimenteren is geslagen. Het resultaat was gemakkelijk te voorspellen geweest, een kletsnatte vloer, en geen enkele waarneming die het verwachte effect onderschrijft.

We zijn nu halverwege, en we zijn net de evenaar gepasseerd. In de tweede helft van onze reis zullen we nog slechts vier landen overvliegen, Kongo (Kingshasa), Angola, Namibiё en Zuid-Afrika. De koers voert langs de kustlijn van deze landen.

We zijn er bijna, nog een uurtje. De zon heeft zijn eerste stralen laten zien toen het vliegtuig de grens van Namibiё en Zuid-Afrika naderde. Het leven keert langzaam terug in het vliegtuig. Een zekere opwinding maakt zich nu ook meester van mijn partner en reisgenote, voor het eerst sinds drie jaar keert zij terug naar haar geboorteland. Zeker als het vliegtuig enige tijd later zijn landing heeft ingezet en naar links zwenkt. Robbeneiland en de Tafelberg zijn nu duidelijk te zien. Het strand van Blouberg komt nu helder in het vizier, wordt mij uitgelegd. Het landingsgestel klapt uit en lager gaat het, over Bellville, Parow en Goodwood en de zestien achterwielen raken om 6.30 uur plaatselijke tijd met een lichte schok het beige beton van de landingsbaan. “Ons is geland.”

Niet veel later kotst de buik van het luchtmonster zijn inhoud naar buiten. Vooral bleekneusjes in anticipatie op een welkome wintervakantie in de zon, maar ook enkele zwarte Zuid-Afrikanen verlaten het toestel. De ochtendhitte van de subtropische zomer is ruikbaar en vormt een schril contrast met de natte sneeuw, toen ik nog geen dag geleden de voordeur achter mij dichttrok in Den Haag.

Het vliegveld van Kaapstad is een typisch tropisch buurtvliegveldje. Het is klein, informeel – een eufemisme voor enigszins chaotisch – en bovenal, warm. Die charmante informaliteit is helaas verloren gegaan bij de opening van de nieuwbouw in de aanloop naar het WK Voetbal in 2010. Mijn aanstaande schoonfamilie ontfermt zich over hun verloren dochter en ik sta er in eerste instantie een beetje verloren bij.

De rit vanaf het vliegveld ervaar ik als schokkend. We rijden langs schamele golfplaten hutjes, uitgewoonde flatgebouwen en braakliggende stukken grond, die als vuilnisstortplaats lijken te worden gebruikt . Ik zie uitsluitend ontheemde zwarte mensen. “Dus dit is het echte Zuid-Afrika. En de blanken leven in zwaar beschermde burchten, ergens op een heuvel.” Ik voel mij onveilig. Als ik later op die middag met B. naar een shoppingmall ga, bekruipt mij hetzelfde gevoel, als wij bij de ingang van de parkeerplaats worden verwelkomd door een aantal in legerkleding uitgeruste beveiligingsbeambten, gewapend met AK47’s. Gelukkig blijkt dit achteraf geweldig mee te vallen, alhoewel het zeker in Johannesburg oppassen geblazen is, maar goed, de eerste indrukken waren alarmerend.

Na een half uurtje rijden komen wij thuis. Thuis is in dit geval een vrijstaande doorzonwoning in een typische blanke middenklasse voorstad, Monte Vista. Ik besluit meteen een stoel in de zon te zetten om snel een eerste kleurtje op te doen. Ik ben de enige. Die avond voel ik waarom.

Die avond merk ik ook dat Afrikaners van feesten, drinken en eten houden. “Ons kuier baie,” heet dat in Afrikaans. Een man of 20 komt langs om te vieren dat B. (met haar nieuwe vriend) is aangekomen. Een olievat, in de lengte gehalveerd en een onderstel met wieltjes, wordt gevuld met hout en de fik gaat erin. Zo worden kooltjes gemaakt voor mijn eerste Zuidafrikaanse braai. Diep in de nacht kruip ik in bed. Doodmoe, dronken, verbrand en met een oprispende maag. Mijn eerste dag in Zuid-Afrika is ten einde.

Er zouden er nog vele volgen.

Categorieën: Reisverhalen

Chris

Chris den Daas

3 reacties

Marja · 3 maart 2012 op 12:26

Met plezier gelezen. Jammer van het taalfoutje “betreedt ik”. Misschien kan de moderator dat corrigeren?

Libelle · 4 maart 2012 op 09:50

Mooi reisverslag. De liefde voor Zuid Afrika deel ik niet. Steeds beeld ik me een roestig olievat in met een gekleurde medemens erachter. Hij stormt op mij af en houwt met zijn enorme mes mijn extensies af, terwijl mijn bloed rechtsdraaiend de kolk instroomt. Op zijn rug is Mandela getatoeëerd. Zelfs in de wijn van daar verwacht ik verontreinigingen als vingertopjes of zoiets.

Mien · 8 maart 2012 op 09:05

De Moderator leest dit niet.
Misschien even een PMtje sturen @ Redactie@columnx.nl

Mien

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder