Op een dag werd hij wakker en keek naast zich, om tot zijn schrik te ontdekken dat er een stuiterbal naast hem in bed lag. Hij begreep er niets van. In de twintig jaar dat ze samen waren had hij altijd gedacht dat er een vrouw van vlees en bloed naast hem lag. Hij peinsde en piekerde, maar kon met geen mogelijkheid bedenken of zij altijd al een stuiterbal was geweest, of het ineens besloten had te worden. Ook drong zich de nare gedachte aan hem op dat hij haar misschien wel zo had gemaakt. Hij voelde zich eigenlijk meteen al schuldig. Hij stelde haar eindeloos vragen en probeerde met haar te redeneren, maar zoals stuiterballen kunnen zijn, ze gaf geen antwoord. Hij shopte wat rond in de medische en paramedische wereld en kwam uiteindelijk terecht bij een sprookjesgoeroe, die hem op het idee bracht dat stuiterballen de vrouwelijke variant zouden kunnen zijn van kikkers. Iets bewerkelijker natuurlijk, want [i]zo zijn vrouwen nu eenmaal[/i], stootte de sprookjesgoeroe hem aan, in een air van mannen onder elkaar.

Hij besloot haar daarom te omringen met alle liefde die hij in zich had. Hij fantaseerde over een zoen op het juiste moment, de sprookjeszoen die haar terug zou brengen. Hij voelde dat ze dan terug zou veranderen in de vrouw die hij liefhad, de vrouw die hij jaren niet met de juiste ogen had bekeken, maar die hij nu, nu ze zo drastisch veranderd was, heel erg miste. Hij deed vreselijk zijn best. Hij kocht een mooi fluwelen kussentje voor haar, aaide haar, poetste haar oppervlakte, fluisterde lieve woordjes tot hij de uitputting nabij was. Helaas bleef ze een ongenaakbare stuiterbal.

Soms flakkerde er onwillekeurig woede op in zijn hoofd. Hij deed toch zijn best, waarom kon zij dat niet ook doen? Op de ergste momenten meende hij haar te zien lachen, een gemeen, triomfantelijk lachje.

Op een dag werd het hem écht teveel. In een vlaag van verstandsverbijstering greep hij een broodmes en bewerkte haar vol van de woede, frustratie en de passie die hij in zich had. Dat viel nog niet mee, ze ontglipte hem steeds en hij kwam er nauwelijks doorheen. Uiteindelijk liep de frustratie zo hoog op dat hij zijn hele huisraad bovenop haar ronde gedaante smeet.

De politie die op de deur bonkte bracht hem bij zinnen. Hij groef de stuiterbal onder de kast vandaan en uit de stapels boeken. Ze leefde nog. Hij huilde en hield haar stevig vast. Hij zei dat het hem speet, dat hij het niet zo bedoeld had. Hij zei haar dat hij van haar hield en van haar zou blijven houden, ook als ze altijd een stuiterbal zou blijven.

De politie klopte steeds harder op de deur. Hij realiseerde zich dat hij open zou moeten doen en zo verslapte hij heel even zijn greep. Hij probeerde het nog te herstellen, maar het was te laat; ze stuiterde snel verder, het raam uit. De politie hield hem tegen op het moment dat hij naar beneden, naar buiten wilde rennen om haar op te vangen.

Tegen de tijd dat ze hem loslieten, was de stuiterbal allang verdwenen. Hij zocht haar overal, riep haar naam, schuimde de straten af op zoek naar een glimp. Maar hij vond haar nooit meer terug.

Sindsdien kon hij geen vrouw meer aankijken zonder dat ze veranderde in een stuiterbal. Iedere keer maakte zijn hart dan een klein sprongetje. Heel even dacht hij namelijk dat zij het was, dat zij was terug gekomen. Een fractie van een seconde verkeerde hij dan in gelukzaligheid, voor het besef binnensijpelde dat de kleuren toch nét anders waren. Hij werd er nooit meer agressief van, dat niet. Ook probeerde hij nooit meer iets aan ze te veranderen. Meestal stuiterden ze na korte of langere tijd uit zichzelf wel weer weg. Hij liet ze dan vriendelijk uit. Met een zwaai van spijt staarde hij ze steevast na en altijd weer scheurde zijn hart een klein stukje. Altijd weer was er een fractie van een seconde waarin hij dacht dat de kleuren eigenlijk tóch precies goed waren. En altijd weer sloeg hij zijn hand voor zijn mond, draaide zich snel om en liep terug naar binnen.


7 reacties

Avatar

SIMBA · 8 augustus 2008 op 08:51

oooo, wat jammer; geen “ze leefden nog lang en gelukkig” einde. 😉
Mooi verhaal Dees, alleen onderstaande quote vind ik niet passend bij een man, is een echt vrouwen-hersen-spinsel volgens mij. 😀
[quote]Ook drong zich de nare gedachte aan hem op dat hij haar misschien wel zo had gemaakt. Hij voelde zich eigenlijk meteen al schuldig. Hij stelde haar eindeloos vragen en probeerde met haar te redeneren[/quote]

Avatar

arta · 8 augustus 2008 op 09:16

Oh, wat een supermooi stuk!
Eigenlijk heel triest, maar doordat je de stuiterbal als metafoor gebruikt breng je er ook een dosis humor in. Deze combi maakt dit stuk bijzonder!
🙂

Avatar

Nimrod1979 · 8 augustus 2008 op 09:41

Prachtig omschreven Dees. Het prikkelde mijn fantasie ook enorm.

:duimop:

Avatar

KingArthur · 8 augustus 2008 op 10:24

Ik denk dat ik het niet geheel vat. Ik zit me namelijk af te vragen waarom je hebt gekozen voor de stuiterbal. Je had een zelfde verhaal namelijk ook kunnen schrijven met bijv. een ballon. Een stuiterbal vind ik zelf ook wat negatief gekozen. Ik associeer dit met heftig schommelende gemoedstoestanden, ik bedoel vrouwen zijn toch niet labiel?

Off topic: Simba, volgens mij kunnen deze gedachten ook heel goed bij mannen voorkomen.

Avatar

Nimrod1979 · 8 augustus 2008 op 10:36

Een stuiterbal stuitert nou eenmaal beter. :lach:

Avatar

Dees · 8 augustus 2008 op 14:09

Een ballon en een broodmes? Mwah. Overigens; het is voor mij meer beeld dan een metafoor. En ben ik niet iemand die een vrouw ziet als een stuiterbal. Dat doet mijn hoofdpersoon en hij kan er niet eens iets aan doen.

Thx voor de reacties so far 🙂

Oh en Simba, volgens mij zijn Brabantse mannen heel anders dan gewone mannen 😀 😉

Avatar

SIMBA · 8 augustus 2008 op 17:09

Tsja, wat is gewoon he 😆

Geef een antwoord