Mijn onverwoestbare vertrouwen in de ambtenarij steeg deze week tot ongekende hoogte. Binnenkort moet het maar weer ’s gebeuren. Een zonvakantietje naar mijn eiland. Het personeel van mijn onvolprezen hotel op Tenerife staat al weer in slagorde om z’n immer goedgemutste extrangeros te verwelkomen. De amper te evenaren desayuno’s van het huis lonken. Nou nog even dat paspoort in orde, ontdekte ik toen ik het donderdag voor de zekerheid even doorbladerde. Geldig tot december 2008. Nou beschik ik sinds een jaar over zo’n multifunctionele, geprofessionaliseerde ID-card. Daar kom ik Spanje wel mee in, dus zo hoog was de nood nou ook weer niet. Maar toch. Je weet maar nooit tot welke exotische bestemming Neckermann, Arke, Djoser, Baobab of Koning Aap me komend jaar nog eens zullen brengen.
Het plaatselijke gemeentehuis ligt hemelsbreed 300 meter van m’n woning. Voor de zekerheid, ik ken m’n pappenheimers, à raison van negen hele euri maar vlug even een kwartetje up to date pasfoto’s laten maken. Ook de middenstand pikt z’n graantje mee. Tegenwoordig nog een hele operatie want je wilt niet weten aan welke eisen je konterfeitsel allemaal moet voldoen om internationaal een beetje mee te mogen tellen. En als je oorlelletjes niet ordentelijk in beeld zijn gebracht, schijnen de meisjes en jongens van de douane in Guatalama, Patagonië, Saigon en Phnom Penh behoorlijk onverbiddelijk te kunnen worden.
Om zeven voor twaalf racete ik als een scheermes het stadhuis binnen om me, geheel volgens gewoonte bij dat soort klusjes, linea recta naar m’n overbuurvrouw te spoeden die wekelijks vier halve dagen van haar flonkerende bestaan achter het loket van het bevolkingsregister doorbrengt.
‘Waar gaan wij heen?’
Aan een boeiend onderhoud met een tot z’n strot gemotiveerde functionaris in de portiersloge viel niet te ontkomen. Wegens verregaande overbodigheid weggesaneerd bij het sportpark waar ie jarenlang de supervisie had over het onderhoud van het gravel op m’n tennisbanen, had z’n carrière op het stadhuis een ongekende vlucht genomen. Rooie Jan. Aardig opgeknapt trouwens door dat kekke, blauwe gemeente-uniformpje van ‘m.
Gewoon doorlopen is er tegenwoordig dus niet meer bij. Het vernieuwen van een paspoort blijkt verheven tot een gecompliceerd, gefaseerd ritueel met voetangels, klemmen, sluizen en bruggen. En de brug van Rooie Jan stond wagenwijd open.
Eieren voor je geld dus en er rest je niets anders dan de vereiste, pure nederigheid.
‘Het bevolkingsregister is dagelijks geopend van negen tot twaalf. Daarnaast op woensdagmiddag van twee tot vier. Voor het aanvragen van een nieuw paspoort dient u zich bij het bevolkingsregister te vervoegen met een recente pasfoto in kleur die voldoet aan de onlangs geheel vernieuwde, strenge eisen van deze tijd.’
Hij griste, geheel doordrongen van het ongemeen zware gewicht van zijn missie routineus een velletje uit een handig bakje op z’n desk waarop die eisen ongetwijfeld tot in de punten en komma’s gepreciseerd werden. Ik wist er alles van. Die fotograaf van zojuist ook, trouwens. En een blik op z’n horloge werpend: ‘Tot m’n spijt moet ik u meedelen dat de loketten op dit moment gesloten zijn.’
In de verte ontwaarde ik buuf Erna die in een volledig uitgestorven afdeling Burgerlijke Stand languissant achterover leunend voor een blauw scherm vermoedelijk de laatste dorpsroddels doornam met een collegaatje dat voor het sluiten van de markt haar lippen naar een nieuwe dimensie stiftte.
Eén minuut voor twaalf.
De strakke planning van het ambtenarenapparaat.
Rooie Jan was echter onverbiddelijk.

Vanmorgen om tien uur, hoe snel een mens toch maar weer leert, was ik helemaal klaar voor poging nummertje twee. Rooie Jan had plaatsgemaakt voor maar liefst twee bijklussende vrouwelijke brugwachters.
‘U moet hier een nummertje trekken. Waar moet u zijn? …. Het bevolkingsregister is dagelijks geopend van….…’
In de verte zag ik een wederom maagdelijke afdeling Bevolkingsregister. Buuf Erna had plaatsgemaakt voor een aantrekkelijke jonge lokettiste.
‘Doet u mij maar een nummertje’.
‘Heeft u een recente pasfoto? Voor het aanvragen van een paspoort dient u zich…’
Op voorbeeldige wijze m’n opkomende kippendriftjes onderdrukkend, gaf ik te kennen dat ik bijzonder in m’n sas zou zijn met zo’n nummertje. En weg was ik.

‘Heeft u een recente pasfoto? Voor het aanvragen van….’
M’n verlopen paspoort mét het verse kleurenprintje lag al op haar deskje.
‘Heeft u een ID-card?’
Jazeker had ik die.
Maar of ik ‘m ook bij me had? Nee.
En ik maar denken dat het toch wel overduidelijk was dat de verschijning die de loketjuf voor zich had naadloos spoorde met de foto in het reisdocument dat ik van zins was te vernieuwen.
Maar zo ging dat natuurlijk niet. Halen dat ding.
Een complete bloedspuwing nabij overbrugde ik binnen vier minuten twee maal de 300 meter naar m’n ID-card op de keukentafel die ik licht hijgend over het tafeltje schoof. Even 49 euri pinnen. De ganse provinciale griffie moet tenslotte aan z’n gerief komen. Een handtekeningetje en de klant was koning.
‘Volgende week vrijdag kunt u ‘m afhalen’.
Een week? Hoezo digitale snelweg? Gaat m’n hele handeltje met de trekschuit op en neer naar Haarlem? Glimlachend zwijgen is een hele kunst.
Wel even een knoop in m’n zakdoek voor die vrijdag.
Maandag is het namelijk afmars.

Categorieën: Gein & Ongein

10 reacties

Mien · 23 januari 2009 op 07:24

Mooie mutwoordspelingen over de ambtenarij uitgespuwd. Ik heb gegrimlacht.

Ook herkenning voor wat betreft het kwaliteitspeil van de foto. Mijn boevenfoto van m’n lieve gezichtje was niet acceptabel. Te veel schaduw niet voldoende kleur. Ik heb ze vervolgens een pasfotostaal van 4 pagina’s uit het archief laten halen. Nou die kwaliteit was nog veel erbarmelijker. Over schoonheid valt mijn inziens niet te twisten. En ik had nog geeneens een doekje om of op m’n hoofd of oog.
Bandieten zijn het bij de gemeente. Van mijn portomonnee. Ik beticht ze overigens ook van aandeelhouder te zijn van de local-hof-vak-fotograaf van om de hoek. Om de kas te spekken met roze spekken.

Gelukkig komt er niemand zomaar NL in gaat er niemand zomaar NL uit … dat is dan wel weer fijn … 😕

Mien

SIMBA · 23 januari 2009 op 08:21

Ik heb over dit onderwerp ongeveer 2 jaar geleden ook geschreven (Nummertje) het blijft een dankbaar onderwerp, die gemeentehuizen van ons!
Fijne vakantie!

Mosje · 23 januari 2009 op 09:07

Ik moet binnenkort voor mijn rijbewijs. Hartelijk dank voor de opbeurende woorden.

Krasblog · 23 januari 2009 op 10:11

Heb ooit eens geklaagd over de gang van zaken waarop de baliemedewerker zegt : “ach mijnheer, ambtenaren hè…..?”.
Ze gaan zich er zelfs achter verschuilen.

Al met al leuke column Mut.

Krasblog

pally · 23 januari 2009 op 10:37

Heel grappige sketch, Mut, die ik al lezend levendig voor me zie.
Het [b]mijn[/b] (al 3x in de inleiding)en iets te veel verkleinwoordjes gebruiken vond ik jammer. Voor de gein kan het natuurlijk, maar het zou minstens even grappig zijn met minder.
De ambtenarij goed getypeerd!

groet van Pally

maurick · 23 januari 2009 op 17:39

Tsjah, die ambtenaren van tegenwoordig..
Terwijl heel Nederland zich stresst op hun werk, lijkt het tegenovergestelde gaande in de ambtenarij.
Leuk stukje!

lisa-marie · 23 januari 2009 op 18:32

hij is leuk 😀
voor het alleen maar aanvragen neem ik wel een week de tijd ,inclusief overnachtingen en ontbijt,zo naadloos gaat dat bij ons 😉

Mut · 24 januari 2009 op 09:49

En mocht je belangstelling hebben voor mijn boek:
KRABBEN AAN DE KORST. Columns en verhalen. Het is uit. http://www.boekscout.nl/html/boek.asp?id=582

Dees · 24 januari 2009 op 11:20

Bijna jammer dat je deze maand de maandcolumn al hebt, want anders zou ik deze willen nomineren. Ik vind hem heerlijk en geweldig. Subtiel en expliciet geestig in een goedlopende tekst. Waarbij de lengte geen bezwaar.

Prlwytskovsky · 24 januari 2009 op 11:28

En zeker als je haast hebt is dit een zenuwslopende activiteit. Leuk neergezet.

@Mosje: ik kan putten uit ervaring en het is een tijdrovend, stresserig en kostbaar noodzakelijk gebeuren.

@Pally: verkleinwoordjes? Hoe bedoel’ie? 😆

Geef een antwoord