“Kom op, jongen, niet zeuren. Je hebt koorts en er komt weer erwtensoep uit je drain. Tijd voor weer een nieuwe les.”
“Ik haat leren, mam.”
“Les zeven van ‘Race tegen de ziekenhuisklok’ wordt vast leuker dan de vorige. Hup. We gaan er eens een fijne dag van maken.” Moeizaam staat Bram op van de bank. De zak snot, die uit zijn buik steekt, sleept achter hem aan, terwijl we naar buiten lopen. De buurman zit al in zijn auto te wachten. Hij heeft zich de afgelopen weken als privé-chauffeur opgeworpen. “Hé, daar is hij weer. Boomerang Bram! Mag ik zijn ponsplaatje?” De receptioniste van de EHBO houdt haar hand al op om het aan te pakken.
“Kan dat niet over vier en een half uur, als we aan de beurt zijn?”vraag ik vriendelijk, maar de vrouw is onverbiddelijk. Ze wil het en wel nu. Zakelijk herhaalt ze de gegevens en vraagt standaard of er iets veranderd is.
“Nee, hoor. Er is niets verandert sinds eergister.” We mogen plaatsnemen en worden ‘zo snel mogelijk’ geholpen. Mooi, module één hebben we glansrijk doorstaan.

Nu komt een belangrijk onderdeel. Observeren en plaatsbepalen. Wie is er het ernstigst aan toe? De meneer met de gebroken voet staat bij ons op nummer één. Er steekt een bot uit, dat kan niet goed zijn. De mevrouw naast hem echter ziet er helemaal gezond uit. Nergens bloed, geen wit gezicht, maar wel een grote weekendtas naast haar. Oplichtster. Ze wil gewoon een gratis hotelovernachting. De oma aan onze linkerkant maakt steeds grapjes. Ondanks dat ze wat bleek om de neus ziet daalt zij daardoor in geloofwaardigheid. We besluiten gezamenlijk dat Bram tweede staat in de ernst-rij.

Deel drie. Vermaak. Spontaan zet ik ‘ballen in mijn buik’ in. Bij de ‘grote, vieze, natte, vette ballen’ gaat de wachtkamer totaal los. Bram slingert met de drain boven zijn hoofd en de ‘gebroken voet’ zingt luidkeels mee. Oma klapt vrolijk in haar handen. De gezonde vrouw is de enige spelbreekster. Stoïcijns kijkt ze voor zich uit. Op onze vraag of ook zij een toepasselijk nummer kent voor haar situatie, geeft zij niet eens antwoord. Koffie dan maar.

“Bram?” Een verpleegster komt ons halen. Uitgebreid complimenteren wij haar met het nieuwe record. Vijf uur. Geweldig! Ze belooft ons zolang mogelijk te treuzelen met een dokter roepen. De lieverd. Twee uur later komt de eerste arts binnen.
“Koorts, uiensoep, je moet hier blijven.”
“Uhm… Dokter, ik zou het toch eerder omschrijven als erwtensoep.”
“Nee, dat lust ik niet. Uiensoep, dus. Er komt zo een bed om jullie naar de afdeling te brengen.”

Blij kijken Bram en ik elkaar aan. Tot nog toe gaat het super. De dodemansrit naar de afdeling wordt de ultieme finale. Waarschijnlijk zijn ze de namen al op de certificaten aan het schrijven. Met twee keer fout rijden blijven we binnen de marge, dus het ‘ik ben een uitzendkracht’ nemen we voor lief. Vrijwel zonder ongelukken wordt ons eindpunt bereikt. Het intake-gesprek wordt gekopieerd van de vorige keer, na even uitgebreid bijgepraat te hebben. We hebben elkaar tenslotte al twee dagen niet meer gezien. Tien uur en veertien minuten. Volgende keer gaan we voor de twaalf.
Het glanzende rode diploma, dat we verdiend hebben, wordt thuis achteloos op de stapel gedropt.


Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

16 reacties

Mien · 25 maart 2009 op 07:26

Ik zou maar eens aan de inrichting van jullie tweede huis gaan denken.
Even bij Ikea langs wat leuke meubeltjes en accessoires kopen en niet te vergeten een vaas, iets moderns of zo en dan lekker gaan wonen daar. Hak de dag in twee, twee keer 12 uur, moet lukken.

Deze alinea vond ik leuk.
[quote]Deel drie. Vermaak. Spontaan zet ik ‘ballen in mijn buik’ in. Bij de ‘grote, vieze, natte, vette ballen’ gaat de wachtkamer totaal los. Bram slingert met de drain boven zijn hoofd en de ‘gebroken voet’ zingt luidkeels mee. Oma klapt vrolijk in haar handen. De gezonde vrouw is de enige spelbreekster. Stoïcijns kijkt ze voor zich uit. Op onze vraag of ook zij een toepasselijk nummer kent voor haar situatie, geeft zij niet eens antwoord. Koffie dan maar.[/quote]

Mien

Fem · 25 maart 2009 op 07:54

Dit geeft het woord “zorg” wel een hele speciale betekenis… 😕

Gefeliciteerd met het behalen van jullie certificaten 😀

SIMBA · 25 maart 2009 op 08:01

Wat zijn jullie toch een bofferds met zo’n leuke dagbesteding! 😆

LouisP · 25 maart 2009 op 08:17

ArtA,

dat ‘quoten’ lukt me nog niet. Anders had ik gewoon alles gequoot.
flitsend geschreven als een film. Monty Python of zo, hotel op stelten.
Maar wel een film met twee topacteurs. En enkele Awards voor bijrolletjes(buurman en oplchtster), beste muziek en script en decor.

heel schoon en plezant geschreven!

L.

pepe · 25 maart 2009 op 09:41

😆
Beste Bram en Arta, ik wens jullie heel veel sterkte en bij een volgende recordpoging wil ik graag in de buurt zijn zodat ik jullie met spandoek kan aanmoedigen :lach:

Het verhaal loopt niet synchroom aan het gebeuren, jij schrijft sneller dan de ziekenhuistijd ging. 😉

Dees · 25 maart 2009 op 10:39

Ik zal er wel niet helemaal voor in de juiste bui zijn, maar ondanks alle cynisme en grappen vind ik het alleen maar intreurig. Zal hem morgen nog eens lezen….

pally · 25 maart 2009 op 10:50

Je ‘Verdomde Lowietje’zwarte humor neemt niet weg dat het treurig is wat je beschrijft, Arta. Misschien wel treuriger dan als het een zielig verhaal was geweest. Dus goed geschreven en lekker aangezet. Dat is net de baldadigheid die je goed kon gebruiken.
En maakt het ook leuk om te lezen.
Ik geloof dat jullie dagabonnement nu in een weekabonnement is omgezet? Wegens slecht gedrag of omdat het beter gaat? Het laatste gelukkig.Al zal het ziekenhuis wel even bij moeten komen van jullie 😀

groet van Pally :kus:

lisa-marie · 25 maart 2009 op 11:20

[quote]Boomerang Bram![/quote]
Dekt precies het geheel
Volgende keer sluit ik mij bij pepe aan en zorg ik voor naast het spandoek ook voor zo’n toeter 😆 😆

Garuda · 25 maart 2009 op 14:20

Ik heb er van genoten en om gelachen, terwijl het niet om te genieten en niet om te lachen is…dat lange wachten, die nummertjes politiek.

Succes bij de volgende keer!

doemaar88 · 25 maart 2009 op 16:09

Goed stuk, leuk geschreven

[quote]Op onze vraag of ook zij een toepasselijk nummer kent voor haar situatie, geeft zij niet eens antwoord. Koffie dan maar. [/quote]
😀

Anne · 25 maart 2009 op 17:06

Zeeeer functioneel en terecht cynisme. Je zou het, zowel het vorige als dit deel dus, ergens naar toe moeten sturen. Krant of zo.

Ma3anne · 25 maart 2009 op 20:03

Wat een tegenstelling met het vorige stuk dat je over Bram schreef. Toen de kwetsbaarheid, nu het overleven door lol te trappen en cynisch te zijn.
Beide insteken kan ik zeer waarderen, omdat ze beide bij het leven horen als het even niet meezit.
Kunstig, hoe je al die verschillende manieren van schrijven beheerst.

KawaSutra · 26 maart 2009 op 00:33

Fijn dat de gezondheidszorg zo meedenkt en het verblijf zo lang mogelijk wil rekken om de patiënt niets tekort te doen.
’t Is triest en laat slechts nog ruimte voor een cynische houding, om overeind te blijven. Dat heb je uitstekend weergegeven in deze column.

arta · 26 maart 2009 op 12:50

Het vreemde van dit verhaal is, dat behalve de toon van het stukje en die ballen in buik-alinea, ik nauwelijks heb hoeven aandikken of overdrijven. En inderdaad, dat is treurig. Ik ben blij dat ook die ondertoon eruit gehaald werd.
Dank jullie wel voor de fijne reacties.

WritersBlocq · 26 maart 2009 op 14:12

Kijk ik nou weer niet goed, of is mijn reactie ècht weg? Of dacht ik dat ik hem geplaatst had :eh: ennieweezzz, klapstuk, dit! Kussie Pauline.

LadyDaan · 26 maart 2009 op 23:18

[quote]Kan dat niet over vier en een half uur, als we aan de beurt zijn?”[/quote]
😆

Oh, hoe herkenbaar. Dit soort humor over de “geweldige” gezondheidzorg is heel prettig om narigheid te verwerken. Geen psych nodig.
Mooi stukje!

Geef een reactie

Avatar plaatshouder