Het is weer zover. Waarom doe ik dit mezelf aan, denk ik half struikelend over wasgoed in de gang, het snoer van het strijkijzer en wat duplo blokken. De geur van zelfgebakken pizza en uien hangt nog in huis, of zal dat komen omdat de resten nog op het aanrecht liggen. ‘We moeten opschieten,’ roep ik. ‘Het is topdrukte op Schiphol, dus aan die twee uur van te voren aanwezig zijn, heb je nooit genoeg.’ Natuurlijk weet ik, dat ik die koffer de avond ervoor had moeten inpakken, maar mijn schoonmoeder kwam onverwachts langs, dus die koffer werd snel vergeten. Met een wijntje op, verschuiven: inpakken, afwassen en opruimen al gauw naar de toekomst. ‘Koffer bijna klaar,’ gil ik met overslaande stem. ‘Dat vuile overhemd laat je in het hotel maar wassen,’ vervolg ik. Ik ben een inpakster van niks. Wat organisatie betreft, had dit huishouden allang failliet moeten zijn.

‘Wakker worden,’ roep ik naar mijn oudste dochter. Nog een kwartiertje en dan moeten we echt weg. Niet wakker te krijgen is ze. Waarom moet hij nou om elf uur ’s avonds nog een colaatje met haar gaan drinken in de kroeg. Twaalf uur waren ze pas thuis. ‘Het was zo gezellig,’ vertelde hij. Potverdorie man, ze is nog maar elf jaar. Natuurlijk, hij moet weer weg en hij wilde nog even samen zijn met haar. Genieten van zijn dochter.

Mijn hoofd barst uit elkaar. Was het maar van dat ene wijntje van gisteravond. Nee, het is mijn straf, omdat ik van mijn hart geen moordkuil had gemaakt. Ik zei van de week tegen mijn schoonmoeder, dat als ze haar kleinkinderen nog eens wil zien, zij ook wel eens naar ons toe kon komen. ‘Over drie weken kan je geen koffie meer bij ons drinken hoor,’ zei ik. ‘Dan moet je iets langer rijden dan nu drie kwartier. Ach, het is maar drie uur vliegen, misschien zie ik je daar vaker, dan nu hier bij ons, in Zeeland.’ De kinderen worden snel groot, vooral als je ze een paar maanden niet ziet. Maar wel iedere donderdag met de trein en de bus naar Oom Herman in Den Haag. Hij weet niet eens meer wie je bent. Hij heeft je nooit willen kennen. Snap je het nou nog niet. Leer het dan, oud mensje. Probeer het eens, dacht ik.

Luiertas vullen, zoethoudertjes en limonade voor onderweg. ‘Heb jullie al gegeten, kinderen.’ Natuurlijk niet, daar moet ik voor zorgen. Mijn denken gaat nu over in de volgende versnelling. Manlief, schiet toch eens op achter je laptop. Nog steeds die papieren van je werk niet uitgeprint. Papier is op, ach natuurlijk, zal ik even opzoeken. Ik heb het ergens onder die emigratiepapieren, visumaanvragen en inentingsinformatie zien liggen. Oh ja, echtgenoot, heb je ook het eindrapport van je dochter gezien. Staat een tien op voor Topo. Maar jij weet inmiddels wel, waar alle landen liggen. Zij moet het nog leren. En ik help haar met overhoren. ‘Mama, ik heb gepoept.’ ’Nee, hè, waarom nu, lief klein kind.’ Had je het niet op kunnen houden tot morgen of op kunnen sparen voor je vader als hij volgende week weer terug is van zijn werkbezoek in China.

‘Hup in de auto allemaal. Heb je alles?’ Weer het lijstje afwerken. Paspoort, tweede paspoort, gele boekje, medicijnen, e-ticket, creditcards, laptoptas en je koffer. Tja, zelf een koffer kun je vergeten, weten we uit ervaring. Even bellen, dan weten we waar je telefoon is. Kinderen achterin en in de gordels. ‘Oké, we kunnen gaan. Stop, even ruilen. Ik ga wel achterin, anders wordt het binnen vijf minuten ruzie. Merel schop niet tegen die stoel, dat is vervelend voor je zus. Heb je honger schat? Wil je een plakje worst, of wil je het hele pakje.’ ‘Stilte!,’ schreeuw ik. ‘We kunnen gaan,’ volgens mij. ‘Zal ik rijden, nee, oké.’ Gelukkig heb ik een borstel en make-up in de luiertas gegooid, want daar was ik nog niet aan toe gekomen. Maar dit hoofd is de komende uren toch niet te redden. Nu al maken die kinderen ruzie, nog anderhalf uur te gaan. Misschien gaat die kleine slapen. Nee, volgens mij waren die twee bakken koffie voor haar net iets te veel.

Auto geparkeerd, kleine in de buggy, oudste trekt het laptopkarretje en gauw richting de incheckbalie. Een uur in de rij. Nee schat, er is geen tijd meer om samen koffie te drinken. Je moet gaan, voor je het weet, hoor je dadelijk door de luidsprekers. ‘Als U nu niet instapt, gaan we zonder U.’
‘Doe je voorzichtig, zet je hem netjes aan de grond.’ Iedere keer hetzelfde grapje. ‘Bel je me, als je er bent. Nee joh!, maak je niet druk, ik red me toch altijd, wanneer ik alleen ben met die meiden. Alles komt goed, ga nou maar. Ik ga jou ook missen. Ik hou van je.’ ‘Nog een paar weken, dan begint ons nieuwe leven. Nieuw land, nieuwe omgeving, nieuwe mensen, dan gaan we genieten,’ fluistert hij nog gauw in mijn oor. Maar voor mij verandert er niet zo veel, want iedere week moet die koffer toch weer gevuld worden en breng ik hem weg naar het vliegveld.

Terugrijdend naar huis missen we hem al. Bij het openen van de voordeur ruik ik de lucht van pizza en uien. Op tafel staat een aangebroken fles wijn, de bril van mijn schoonmoeder ligt half onder het rapport van mijn dochter. ‘Kom meiden, we zetten een filmpje op en laten de boel voor wat het is.’ In gedachten zie ik mijn man en mijn schoonmoeder lachend aan tafel zitten en hoor ik hun herinneringen ophalen van vroeger. Het is nu net of gisteren nog even voortduurt. Volgende week is mijn expat man weer thuis en dan staat er een nieuw flesje rode wijn op tafel en worden er weer pizza’s gebakken en ik realiseer me, dat kwaliteit van het bij elkaar zijn veel belangrijker is dan loze kwantiteit. Maar toch zou het wel eens lekker zijn om te kunnen zeggen: Manlief, help je oudste dochter eens met haar huiswerk, die kleine heeft een schone luier nodig en vertel je moeder eens dat de kinderen al groot zijn.


2 reacties

Avatar

Ma3anne · 6 augustus 2008 op 11:20

Dit was wat ik al vreesde: de vakantieverhalen worden hier gedropt. Dit is weer gewoon een blog, die m.i. hier niet thuishoort.

Het goede bericht is: je schrijft goed, maar maak het nu ook nog eens leuk om te lezen!

Avatar

Dees · 6 augustus 2008 op 11:30

Dan sluit ik me deze keer bij Ma3 aan. Ook wat betreft het goede schrijven!

Grtz,

Dees

Geef een antwoord